Toelichting

Ons plan

Toelichting bij de financiële toestand (M2)

Het schema M2  geeft een zeer beknopt overzicht weer van de financiële toestand van onze gemeente over de periode 2026-2031. 

Het beschikbaar budgettair resultaat (gemeente + OCMW) is het totaal van de liquide middelen nadat alle schulden zijn betaald en alle vorderingen zijn ontvangen op het einde van het jaar. Dit bedrag dient verplicht jaarlijks positief te zijn, en is dat ook zo in die nieuwe meerjarenplan 2026-2031. In 2026 bedraagt na de eerste aanpassing van het meerjarenplan het beschikbaar budgettair resultaat 100.285 euro, en evolueert naar 1.749.265 euro in 2031. Deze stijging in het laatsta jaar is te verklaren door het lage investeringssaldo in dat jaar.

De autofinancieringsmarge (gemeente + OCMW) wordt berekend door de netto periodieke leningsuitgaven af te trekken van het exploitatieresultaat exclusief de kosten van de schulden. Deze moet enkel positief zijn op het einde van de planningsperiode, in dit geval op het einde van 2031. In 2026 bedraagt na de eerste aanpassing van het meerjarenplan de autofinancieringsmarge 2.202.453 euro, en evolueert naar 2.186.978 euro in 2031. De autofinancieringsmarge daalt slechts lichtjes en blijft ruim positief. 

De gecorrigeerde autofinancieringsmarge (gemeente + OCMW) houdt rekening met jaarlijkse aflossingen, ook bij alternatieve financieringsvormen, zodat zichtbaar wordt of de leninglasten al dan niet worden doorgeschoven naar een periode ná de planningsperiode. Als de autofinancieringsmarge kleiner is dan de gecorrigeerde autofinancieringsmarge is er geen probleem. In het geval de autofinancieringsmarge (veel) groter is dan de gecorrigeerde, zou dit er op kunnen wijzen dat een bestuur de leningslasten doorschuift naar een volgende legislatuur of generatie en is er mogelijk sprake van een fictief structureel evenwicht. Tot en met 2027 is de autofinancieringsmarge kleiner dan de gecorrigeerde autofinancieringsmarge en is er dus geen probleem. Aangezien de berekening van de gecorrigeerde autofinancieringsmarge rekening houdt met gecorrigeerde aflossingen aan 8% van de totale openstaande schuld, en ons bestuur in dit meerjarenplan bijna alle oude leningen aflost, de laatste jaren geen nieuwe leningen meer heeft aangegaan, en nu op in dit meerjarenplan wel heel wat nieuwe leningen zal aangaan (met het grootste aandeel in 2026) waarbij in het begin vooral intresten worden afgelost en de intrestvoeten opnieuw aan het stijgen zijn, is dit een logische verklaring. Er werden geen bulletleningen of andere gelijkaardige constructies gebruikt bij het inschrijven van de nieuwe leningen. Ook de gecorrigeerde autofinancieringsmarge blijft positief op het einde van 2031.

Het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar is hoger dan gebudgetteerd bij de opmaak van MJP 2026-2031. Het budgettair resultaat bij de jaarrekening van 2025 is immers 9.074.119 euro hoger dan gebudgetteerd (3.711.914 euro bij opmaak MJP 2026-2031), en heeft daardoor een positieve impact op het meerjarenplan 2026-2031. Er moet echter ook wel rekening gehouden worden met de overdracht aan investeringen die reeds goedgekeurd werd door het CBS en VB van 9 februari 2026. Bijgevolg werd er een voorlopig budgettair overschot gecreëerd van 2.756.800 euro, wat ook mee verwerkt is in deze aanpassing van het meerjarenplan. 

 

Schema T1 (W): Overzicht ontvangsten en uitgaven functionele aard

Terug naar navigatie - Schema T1 (W): Overzicht ontvangsten en uitgaven functionele aard - Schema T1
T1(W): Ontvangsten en uitgaven naar functionele aard 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)
Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Algemeen directeur: Gunter Desmet Vorig krediet: beginkrediet MJP 2026-2031
Financieel directeur: Britt Van den Broeck Journaalvolgnummers: 12072 / Ref 8688
2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
Algemene financiering
Uitgave 2.503.068 38.508 2.541.577 3.040.385 -179.168 2.861.217 2.761.087 -144.632 2.616.455
Ontvangst 46.575.953 -1.947.414 44.628.539 41.847.299 797.305 42.644.604 36.190.099 249.569 36.439.668
Algemeen bestuur en ondersteunende diensten
Uitgave 10.572.809 1.002.069 11.574.878 10.065.723 515.822 10.581.545 10.351.795 28.825 10.380.621
Ontvangst 529.360 0 529.360 599.020 -532 598.488 548.811 -520 548.291
Burger, samenleving en sociaal beleid
Uitgave 23.383.657 201.445 23.585.103 23.357.923 175.583 23.533.506 23.342.916 166.340 23.509.256
Ontvangst 15.448.079 -199.234 15.248.845 14.952.609 -22.482 14.930.127 15.164.571 -21.977 15.142.594
Jeugd, sport, cultuur en vrije tijd
Uitgave 18.334.184 1.385.027 19.719.212 4.056.849 267.511 4.324.360 3.874.065 221.643 4.095.708
Ontvangst 553.145 90.000 643.145 781.272 186.302 967.574 618.032 146.468 764.500
Grondgebiedzaken
Uitgave 10.670.055 4.414.508 15.084.564 15.509.141 175.270 15.684.410 12.535.998 102.213 12.638.211
Ontvangst 2.321.782 -35.486 2.286.296 1.514.364 -62.603 1.451.762 3.868.415 -62.602 3.805.813
Veiligheid
Uitgave 5.112.754 4.338 5.117.092 5.206.851 -132 5.206.719 5.057.664 -132 5.057.532
Ontvangst 1.538.270 0 1.538.270 1.538.270 0 1.538.270 1.535.046 0 1.535.046
Algemeen totaal
Uitgave 70.576.528 7.045.896 77.622.424 61.236.871 954.886 62.191.757 57.923.526 374.257 58.297.783
Ontvangst 66.966.589 -2.092.134 64.874.455 61.232.835 897.990 62.130.825 57.924.973 310.937 58.235.911
2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
Algemene financiering
Uitgave 2.310.960 -146.122 2.164.838 2.466.028 -146.300 2.319.728 3.772.982 -1.107.548 2.665.434
Ontvangst 38.274.746 223.006 38.497.752 55.314.899 -12.691.539 42.623.360 38.813.813 732.501 39.546.313
Algemeen bestuur en ondersteunende diensten
Uitgave 10.412.121 -68.374 10.343.747 10.876.632 44.935 10.921.566 11.194.096 -45.775 11.148.321
Ontvangst 550.513 -520 549.992 569.203 -520 568.683 579.721 -544 579.177
Burger, samenleving en sociaal beleid
Uitgave 23.372.661 167.453 23.540.114 23.760.540 174.258 23.934.798 23.662.802 184.530 23.847.332
Ontvangst 15.265.901 -21.977 15.243.924 15.585.594 -21.977 15.563.617 15.641.052 14.434 15.655.486
Jeugd, sport, cultuur en vrije tijd
Uitgave 3.812.283 221.838 4.034.121 17.762.732 -13.050.213 4.712.519 4.362.935 757.073 5.120.007
Ontvangst 626.793 146.641 773.434 805.093 -103.178 701.915 978.646 -202.990 775.656
Grondgebiedzaken
Uitgave 12.411.119 108.789 12.519.908 14.405.980 93.974 14.499.954 11.698.389 94.270 11.792.659
Ontvangst 1.905.402 -62.603 1.842.800 1.388.557 -62.603 1.325.954 4.209.669 -62.603 4.147.067
Veiligheid
Uitgave 5.189.839 -132 5.189.707 5.286.532 -132 5.286.400 5.364.768 -132 5.364.636
Ontvangst 886.000 0 886.000 886.000 0 886.000 886.000 0 886.000
Algemeen totaal
Uitgave 57.508.983 283.452 57.792.435 74.558.443 -12.883.478 61.674.965 60.055.971 -117.582 59.938.389
Ontvangst 57.509.355 284.547 57.793.902 74.549.345 -12.879.817 61.669.528 61.108.901 480.798 61.589.699
Andere gebruikte dossiers op dit rapport: MJP referentie (vorig): MJP_ORIGINEEL_BEGINKREDIET_2026 2026: Alg. 8688
Wijziging: overdrachten + kredietverschuivingen + AMJP01/2026
AMJP01/2026: schema T1(W) - Ontvangsten en uitgaven naar functionele aard 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)

Schema T2(W) : Overzicht ontvangsten en uitgaven economische aard

Terug naar navigatie - Schema T2(W) : Overzicht ontvangsten en uitgaven economische aard - schema T2
T2(W): Ontvangsten en uitgaven naar economische aard 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)
Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Algemeen directeur: Gunter Desmet Vorig krediet: beginkrediet MJP 2026-2031
Financieel directeur: Britt Van den Broeck Journaalvolgnummers: 12072 / Ref 8688
EXPLOITATIE 2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
I.Totaal exploitatie-uitgaven 47.631.348 321.759 47.953.107 48.650.507 219.784 48.870.291 49.591.125 276.161 49.867.286
A. Operationele uitgaven 47.460.850 321.759 47.782.609 47.997.405 331.677 48.329.082 48.850.897 366.389 49.217.285
1. Goederen en diensten 11.006.377 312.671 11.319.048 10.352.237 110.312 10.462.549 10.521.630 97.371 10.619.001
2. Bezoldigingen 25.843.227 8.517 25.851.744 26.781.145 129.070 26.910.215 27.392.948 195.722 27.588.671
a. Politiek personeel 790.860 0 790.860 806.490 15.235 821.725 822.431 17.704 840.134
b. Vastbenoemd niet-onderwijzend personeel 5.802.827 0 5.802.827 5.784.505 -50.343 5.734.162 5.983.332 -41.986 5.941.346
c. Niet vastbenoemd niet-onderwijzend personeel 10.553.619 -5.633 10.547.986 11.320.336 147.886 11.468.222 11.604.624 202.520 11.807.144
d. Onderwijzend personeel ten laste van bestuur 0 0 0 0 0 0 0 0 0
e. Onderwijzend personeel ten laste van andere overheden 7.741.578 0 7.741.578 7.848.657 0 7.848.657 7.956.922 0 7.956.922
f. Andere personeelskosten 695.704 14.150 709.854 757.344 10.158 767.503 756.551 10.326 766.878
g. Pensioenen 258.639 0 258.639 263.812 6.133 269.946 269.089 7.159 276.247
3. Individuele hulpverlening door het O.C.M.W. 2.026.812 0 2.026.812 2.126.932 0 2.126.932 2.196.956 0 2.196.956
4. Toegestane werkingssubsidies 8.506.409 571 8.506.980 8.658.446 92.296 8.750.742 8.660.086 73.295 8.733.382
- aan de districten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de eigen autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de eigen autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 2.600.614 -151.452 2.449.162 2.536.186 -58.441 2.477.745 2.586.721 -59.421 2.527.300
- aan andere OCMW-verenigingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 3.299.481 0 3.299.481 3.320.113 0 3.320.113 3.348.490 0 3.348.490
- aan de hulpverleningszone 1.358.984 4.470 1.363.454 1.358.984 0 1.358.984 1.358.984 0 1.358.984
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 327.351 112.130 439.481 351.952 117.931 469.883 363.847 115.209 479.056
- aan besturen van de eredienst 1.604 0 1.604 16.813 0 16.813 16.847 0 16.847
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan andere begunstigden 918.375 35.423 953.798 1.074.399 32.806 1.107.205 985.197 17.508 1.002.705
5. Andere operationele uitgaven 78.025 0 78.025 78.644 0 78.644 79.276 0 79.276
B. Financiële uitgaven 170.498 0 170.498 653.102 -111.893 541.209 740.228 -90.228 650.000
1. Rente 169.648 0 169.648 652.252 -111.893 540.359 739.378 -90.228 649.150
- aan financiële instellingen 56.008 0 56.008 532.162 -111.893 420.269 614.534 -90.228 524.306
- aan andere entiteiten 113.640 0 113.640 120.090 0 120.090 124.844 0 124.844
2. Andere financiële uitgaven 850 0 850 850 0 850 850 0 850
C. Rechthebbenden uit het overschot van het boekjaar 0 0 0 0 0 0 0 0 0
EXPLOITATIE 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
I.Totaal exploitatie-uitgaven 50.385.040 189.095 50.574.135 51.788.106 570.290 52.358.396 53.938.795 259.393 54.198.188
A. Operationele uitgaven 49.624.954 277.073 49.902.028 50.977.355 655.221 51.632.576 52.466.336 842.466 53.308.802
1. Goederen en diensten 10.659.536 -11.067 10.648.469 11.061.261 358.892 11.420.152 11.450.352 629.125 12.079.477
2. Bezoldigingen 27.785.928 212.295 27.998.222 28.523.031 213.249 28.736.280 29.469.869 127.116 29.596.985
a. Politiek personeel 838.690 18.058 856.748 855.274 18.419 873.693 874.909 18.787 893.696
b. Vastbenoemd niet-onderwijzend personeel 5.880.234 -47.876 5.832.359 6.121.160 -49.145 6.072.015 6.440.071 -49.888 6.390.183
c. Niet vastbenoemd niet-onderwijzend personeel 11.923.533 224.499 12.148.031 12.232.854 226.215 12.459.069 12.550.550 240.309 12.790.860
d. Onderwijzend personeel ten laste van bestuur 0 0 0 0 0 0 0 0 0
e. Onderwijzend personeel ten laste van andere overheden 8.116.060 0 8.116.060 8.278.382 0 8.278.382 8.443.949 0 8.443.949
f. Andere personeelskosten 752.940 10.312 763.252 755.401 10.313 765.714 774.830 10.311 785.141
g. Pensioenen 274.470 7.302 281.772 279.960 7.448 287.408 385.559 -92.403 293.156
3. Individuele hulpverlening door het O.C.M.W. 2.247.584 0 2.247.584 2.288.735 0 2.288.735 2.330.708 0 2.330.708
4. Toegestane werkingssubsidies 8.851.987 75.846 8.927.832 9.023.751 83.081 9.106.832 9.134.159 86.225 9.220.384
- aan de districten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de eigen autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de eigen autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 2.638.814 -60.968 2.577.846 2.692.385 -62.982 2.629.403 2.746.233 -64.242 2.681.991
- aan andere OCMW-verenigingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 3.476.874 0 3.476.874 3.568.451 0 3.568.451 3.642.743 0 3.642.743
- aan de hulpverleningszone 1.358.984 0 1.358.984 1.358.984 0 1.358.984 1.358.984 0 1.358.984
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 370.885 118.672 489.556 378.067 122.274 500.341 377.199 126.019 503.218
- aan besturen van de eredienst 16.884 0 16.884 16.928 0 16.928 11.974 0 11.974
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan andere begunstigden 989.546 18.142 1.007.688 1.008.936 23.789 1.032.725 997.026 24.448 1.021.475
5. Andere operationele uitgaven 79.920 0 79.920 80.578 0 80.578 81.248 0 81.248
B. Financiële uitgaven 760.086 -87.979 672.107 810.752 -84.932 725.820 1.472.459 -583.073 889.386
1. Rente 759.236 -87.979 671.257 809.902 -84.932 724.970 1.471.609 -583.073 888.536
- aan financiële instellingen 633.722 -87.979 545.743 687.070 -84.932 602.139 1.351.568 -583.073 768.495
- aan andere entiteiten 125.514 0 125.514 122.831 0 122.831 120.041 0 120.041
2. Andere financiële uitgaven 850 0 850 850 0 850 850 0 850
C. Rechthebbenden uit het overschot van het boekjaar 0 0 0 0 0 0 0 0 0
EXPLOITATIE 2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
II. Totaal exploitatieontvangsten 50.811.587 387.288 51.198.875 52.039.169 390.745 52.429.914 53.524.577 338.693 53.863.270
A. Operationele ontvangsten 50.100.400 387.288 50.487.688 51.330.277 388.770 51.719.047 52.818.057 336.915 53.154.973
1. Ontvangsten uit de werking 2.371.164 140.004 2.511.168 2.433.953 142.733 2.576.686 2.510.926 143.160 2.654.086
a. Ontvangsten uit retributies 2.371.164 139.598 2.510.762 2.433.953 142.327 2.576.280 2.510.926 142.754 2.653.680
b. Andere ontvangsten uit de werking 0 406 406 0 406 406 0 406 406
2. Fiscale ontvangsten en boetes 25.729.296 210.533 25.939.829 26.772.640 251.373 27.024.013 27.664.599 199.622 27.864.220
a. Aanvullende belastingen 22.050.555 247.270 22.297.825 22.696.257 288.844 22.985.102 23.520.012 237.843 23.757.854
- Opcentiemen op de onroerende voorheffing 10.871.425 0 10.871.425 11.237.739 0 11.237.739 11.728.290 0 11.728.290
- Aanvullende belasting op de personenbelasting 10.735.015 247.270 10.982.285 11.005.282 288.844 11.294.126 11.329.337 237.843 11.567.180
- Andere aanvullende belastingen 444.115 0 444.115 453.236 0 453.236 462.385 0 462.385
b. Andere belastingen 2.793.741 -36.737 2.757.004 3.191.383 -37.472 3.153.911 3.259.587 -38.221 3.221.366
c. Boetes 885.000 0 885.000 885.000 0 885.000 885.000 0 885.000
3. Werkingssubsidies 19.528.048 22.601 19.550.649 19.734.349 -19.102 19.715.247 20.277.718 -19.650 20.258.068
a. Algemene werkingssubsidies 7.462.205 21.955 7.484.160 7.580.287 17.285 7.597.572 7.916.301 16.737 7.933.039
- Gemeentefonds 5.658.469 -14.432 5.644.037 5.719.925 -19.102 5.700.823 5.907.852 -19.650 5.888.202
- Andere algemene werkingssubsidies 1.803.736 36.387 1.840.123 1.860.362 36.387 1.896.749 2.008.449 36.387 2.044.837
- van de federale overheid 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de Vlaamse overheid 1.803.236 36.387 1.839.623 1.859.862 36.387 1.896.249 2.008.449 36.387 2.044.837
- van de provincie 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 500 0 500 500 0 500 0 0 0
b. Specifieke werkingssubsidies 12.065.843 646 12.066.489 12.154.062 -36.387 12.117.675 12.361.417 -36.387 12.325.030
- van de federale overheid 1.414.493 0 1.414.493 1.448.882 0 1.448.882 1.449.855 0 1.449.855
- van de Vlaamse overheid 10.420.315 646 10.420.961 10.479.804 -36.387 10.443.417 10.671.757 -36.387 10.635.370
- van de provincie 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 231.035 0 231.035 225.376 0 225.376 239.805 0 239.805
4. Recuperatie individuele hulpverlening 165.373 0 165.373 168.660 0 168.660 172.014 0 172.014
5. Andere operationele ontvangsten 2.306.519 14.150 2.320.669 2.220.674 13.767 2.234.441 2.192.800 13.784 2.206.584
B. Financiële ontvangsten 711.187 0 711.187 708.892 1.975 710.867 706.520 1.778 708.298
C. Tussenkomst door derden in het tekort van het boekjaar 0 0 0 0 0 0 0 0 0
EXPLOITATIE 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
II. Totaal exploitatieontvangsten 54.126.418 287.302 54.413.720 55.422.218 467.939 55.890.157 56.914.909 488.554 57.403.463
A. Operationele ontvangsten 53.379.404 285.722 53.665.126 54.533.143 466.556 54.999.699 56.135.116 487.369 56.622.485
1. Ontvangsten uit de werking 1.899.388 143.595 2.042.982 2.025.629 -30.961 1.994.667 2.157.552 -205.509 1.952.043
a. Ontvangsten uit retributies 1.899.388 143.189 2.042.576 2.025.629 -31.367 1.994.261 2.157.552 -205.915 1.951.637
b. Andere ontvangsten uit de werking 0 406 406 0 406 406 0 406 406
2. Fiscale ontvangsten en boetes 28.478.082 148.478 28.626.560 28.882.109 579.529 29.461.638 29.741.548 700.573 30.442.121
a. Aanvullende belastingen 24.314.353 187.467 24.501.820 24.659.155 619.294 25.278.449 25.400.681 741.134 26.141.815
- Opcentiemen op de onroerende voorheffing 12.169.447 0 12.169.447 12.615.314 0 12.615.314 13.076.632 0 13.076.632
- Aanvullende belasting op de personenbelasting 11.674.492 187.467 11.861.959 11.565.445 619.294 12.184.740 11.837.511 741.134 12.578.645
- Andere aanvullende belastingen 470.415 0 470.415 478.395 0 478.395 486.538 0 486.538
b. Andere belastingen 3.278.728 -38.989 3.239.740 3.337.955 -39.765 3.298.189 3.455.867 -40.561 3.415.306
c. Boetes 885.000 0 885.000 885.000 0 885.000 885.000 0 885.000
3. Werkingssubsidies 20.746.734 -20.134 20.726.600 21.376.828 -95.795 21.281.033 21.965.083 -21.479 21.943.604
a. Algemene werkingssubsidies 8.217.905 16.253 8.234.158 8.533.978 15.592 8.549.570 8.856.883 -21.479 8.835.404
- Gemeentefonds 6.102.173 -20.134 6.082.039 6.303.271 -20.795 6.282.476 6.512.009 -21.479 6.490.530
- Andere algemene werkingssubsidies 2.115.732 36.387 2.152.119 2.230.707 36.387 2.267.095 2.344.874 0 2.344.874
- van de federale overheid 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de Vlaamse overheid 2.115.732 36.387 2.152.119 2.230.707 36.387 2.267.095 2.344.874 0 2.344.874
- van de provincie 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
b. Specifieke werkingssubsidies 12.528.830 -36.387 12.492.442 12.842.850 -111.387 12.731.463 13.108.200 0 13.108.200
- van de federale overheid 1.455.478 0 1.455.478 1.482.028 0 1.482.028 1.510.735 0 1.510.735
- van de Vlaamse overheid 10.839.030 -36.387 10.802.642 11.121.893 -111.387 11.010.506 11.353.837 0 11.353.837
- van de provincie 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 234.322 0 234.322 238.929 0 238.929 243.629 0 243.629
4. Recuperatie individuele hulpverlening 175.434 0 175.434 178.923 0 178.923 182.481 0 182.481
5. Andere operationele ontvangsten 2.079.766 13.783 2.093.550 2.069.654 13.783 2.083.438 2.088.453 13.783 2.102.236
B. Financiële ontvangsten 747.013 1.580 748.593 889.075 1.383 890.458 779.793 1.185 780.978
C. Tussenkomst door derden in het tekort van het boekjaar 0 0 0 0 0 0 0 0 0
INVESTERINGEN 2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
I. Totaal investeringsuitgaven 21.569.838 6.549.137 28.118.976 10.828.839 702.377 11.531.216 6.817.516 52.500 6.870.016
A. Investeringen in financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
1. Extern verzelfstandigde agentschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
3. Verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0 0 0 0
4. Andere financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
B. Investeringen in materiële vaste activa 19.622.102 5.853.416 25.475.518 10.061.077 599.500 10.660.577 6.378.885 2.500 6.381.385
1. Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige materiële vaste activa 18.667.102 4.913.914 23.581.016 9.791.077 99.500 9.890.577 6.108.885 2.500 6.111.385
a. Terreinen en gebouwen 14.825.000 1.012.276 15.837.276 2.060.000 7.000 2.067.000 1.027.000 0 1.027.000
b. Wegen en andere infrastructuur 1.890.084 3.318.134 5.208.218 6.193.000 90.000 6.283.000 4.382.240 0 4.382.240
c. Roerende goederen 1.511.471 583.503 2.094.975 1.097.481 2.500 1.099.981 672.547 2.500 675.047
d. Leasing en soortgelijke rechten 440.547 0 440.547 440.596 0 440.596 27.098 0 27.098
e. Erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Andere materiële vaste activa 955.000 939.502 1.894.502 270.000 500.000 770.000 270.000 0 270.000
a. Onroerende goederen 955.000 939.502 1.894.502 270.000 500.000 770.000 270.000 0 270.000
b. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
C. Investeringen in immateriële vaste activa 293.500 599.416 892.916 105.000 0 105.000 67.500 0 67.500
D. Toegestane investeringssubsidies 1.654.236 96.305 1.750.542 662.761 102.877 765.638 371.131 50.000 421.131
- aan de districten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 143.000 0 143.000 0 0 0 0 0 0
- aan andere verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 213.560 0 213.560 285.215 0 285.215 108.185 0 108.185
- aan de hulpverleningszone 24.724 0 24.724 24.724 0 24.724 24.724 0 24.724
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan besturen van de eredienst 60.000 22.201 82.201 29.600 0 29.600 20.000 0 20.000
- aan andere begunstigden 1.212.952 74.104 1.287.056 323.222 102.877 426.099 218.222 50.000 268.222
INVESTERINGEN 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
I. Totaal investeringsuitgaven 6.082.834 52.500 6.135.334 21.628.690 -13.492.400 8.136.290 4.334.223 97.500 4.431.723
A. Investeringen in financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
1. Extern verzelfstandigde agentschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
3. Verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0 0 0 0
4. Andere financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
B. Investeringen in materiële vaste activa 5.696.324 2.500 5.698.824 21.260.581 -13.537.400 7.723.181 4.164.314 2.500 4.166.814
1. Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige materiële vaste activa 5.426.324 2.500 5.428.824 20.990.581 -13.537.400 7.453.181 3.894.314 2.500 3.896.814
a. Terreinen en gebouwen 652.000 0 652.000 14.236.900 -13.539.900 697.000 139.500 0 139.500
b. Wegen en andere infrastructuur 4.455.725 0 4.455.725 6.248.459 0 6.248.459 3.287.448 0 3.287.448
c. Roerende goederen 292.677 2.500 295.177 479.953 2.500 482.453 246.197 2.500 248.697
d. Leasing en soortgelijke rechten 25.923 0 25.923 25.269 0 25.269 221.169 0 221.169
e. Erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Andere materiële vaste activa 270.000 0 270.000 270.000 0 270.000 270.000 0 270.000
a. Onroerende goederen 270.000 0 270.000 270.000 0 270.000 270.000 0 270.000
b. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
C. Investeringen in immateriële vaste activa 55.000 0 55.000 65.000 0 65.000 0 0 0
D. Toegestane investeringssubsidies 331.509 50.000 381.509 303.109 45.000 348.109 169.909 95.000 264.909
- aan de districten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan andere verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 108.185 0 108.185 108.185 0 108.185 108.185 0 108.185
- aan de hulpverleningszone 24.724 0 24.724 24.724 0 24.724 24.724 0 24.724
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan besturen van de eredienst 42.600 0 42.600 14.200 0 14.200 0 0 0
- aan andere begunstigden 156.000 50.000 206.000 156.000 45.000 201.000 37.000 95.000 132.000
INVESTERINGEN 2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
II. Totaal investeringsontvangsten 2.219.185 -226.667 1.992.518 5.454.582 -10.000 5.444.582 2.947.269 -50.000 2.897.269
A. Verkoop van financiële vaste activa 49.766 0 49.766 49.766 0 49.766 49.766 0 49.766
1. Extern verzelfstandigde agentschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten 49.766 0 49.766 49.766 0 49.766 49.766 0 49.766
3. Verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0 0 0 0
4. Andere financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
B. Verkoop van materiële vaste activa 350.000 0 350.000 4.670.000 0 4.670.000 25.000 0 25.000
1. Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige materiële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
a. Terreinen en gebouwen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
b. Wegen en andere infrastructuur 0 0 0 0 0 0 0 0 0
c. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
d. Leasing en soortgelijke rechten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
e. Erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Andere materiële vaste activa 350.000 0 350.000 4.670.000 0 4.670.000 25.000 0 25.000
a. Onroerende goederen 350.000 0 350.000 4.670.000 0 4.670.000 25.000 0 25.000
b. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
C. Verkoop van immateriële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
D. Investeringssubsidies en -schenkingen 1.819.419 -226.667 1.592.752 734.816 -10.000 724.816 2.872.503 -50.000 2.822.503
- van de federale overheid 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de Vlaamse overheid 1.752.535 -226.667 1.525.868 684.816 40.000 724.816 2.822.503 0 2.822.503
- van de provincie 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 66.884 0 66.884 50.000 -50.000 0 50.000 -50.000 0
INVESTERINGEN 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
II. Totaal investeringsontvangsten 958.394 -50.000 908.394 382.638 -50.000 332.638 3.735.061 -50.000 3.685.061
A. Verkoop van financiële vaste activa 49.766 0 49.766 49.766 0 49.766 24.886 0 24.886
1. Extern verzelfstandigde agentschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten 49.766 0 49.766 49.766 0 49.766 24.886 0 24.886
3. Verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0 0 0 0
4. Andere financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
B. Verkoop van materiële vaste activa 25.000 0 25.000 25.000 0 25.000 625.000 0 625.000
1. Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige materiële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
a. Terreinen en gebouwen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
b. Wegen en andere infrastructuur 0 0 0 0 0 0 0 0 0
c. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
d. Leasing en soortgelijke rechten 0 0 0 0 0 0 0 0 0
e. Erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Andere materiële vaste activa 25.000 0 25.000 25.000 0 25.000 625.000 0 625.000
a. Onroerende goederen 25.000 0 25.000 25.000 0 25.000 625.000 0 625.000
b. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
C. Verkoop van immateriële vaste activa 0 0 0 0 0 0 0 0 0
D. Investeringssubsidies en -schenkingen 883.628 -50.000 833.628 307.872 -50.000 257.872 3.085.175 -50.000 3.035.175
- van de federale overheid 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de Vlaamse overheid 833.628 0 833.628 257.872 0 257.872 3.035.175 0 3.035.175
- van de provincie 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 50.000 -50.000 0 50.000 -50.000 0 50.000 -50.000 0
FINANCIERING 2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
I. Totaal financieringsuitgaven 1.375.342 175.000 1.550.342 1.757.525 32.725 1.790.250 1.514.885 45.596 1.560.481
A. Vereffening van financiële schulden 1.250.342 0 1.250.342 1.757.525 -67.275 1.690.250 1.514.885 -54.404 1.460.481
1. Periodieke aflossingen van opgenomen leningen en leasings 1.250.342 0 1.250.342 1.757.525 -67.275 1.690.250 1.514.885 -54.404 1.460.481
2. Niet-periodieke aflossingen van opgenomen leningen en leasings 0 0 0 0 0 0 0 0 0
B. Vereffening van niet-financiële schulden 0 0 0 0 0 0 0 0 0
C. Toegestane leningen en betalingsuitstel 125.000 175.000 300.000 0 100.000 100.000 0 100.000 100.000
1. Toegestane leningen 125.000 175.000 300.000 0 100.000 100.000 0 100.000 100.000
- aan autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan andere verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de hulpverleningszone 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan besturen van de eredienst 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan andere begunstigden 125.000 175.000 300.000 0 100.000 100.000 0 100.000 100.000
2. Toegestaan betalingsuitstel 0 0 0 0 0 0 0 0 0
D. Vooruitbetalingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
E. Kapitaalsverminderingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
FINANCIERING 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
I. Totaal financieringsuitgaven 1.041.110 41.857 1.082.967 1.141.647 38.632 1.180.279 1.782.953 -474.475 1.308.477
A. Vereffening van financiële schulden 1.041.110 -58.143 982.967 1.141.647 -61.368 1.080.279 1.782.953 -524.475 1.258.477
1. Periodieke aflossingen van opgenomen leningen en leasings 1.041.110 -58.143 982.967 1.141.647 -61.368 1.080.279 1.782.953 -524.475 1.258.477
2. Niet-periodieke aflossingen van opgenomen leningen en leasings 0 0 0 0 0 0 0 0 0
B. Vereffening van niet-financiële schulden 0 0 0 0 0 0 0 0 0
C. Toegestane leningen en betalingsuitstel 0 100.000 100.000 0 100.000 100.000 0 50.000 50.000
1. Toegestane leningen 0 100.000 100.000 0 100.000 100.000 0 50.000 50.000
- aan autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan andere verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan de hulpverleningszone 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan besturen van de eredienst 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
- aan andere begunstigden 0 100.000 100.000 0 100.000 100.000 0 50.000 50.000
2. Toegestaan betalingsuitstel 0 0 0 0 0 0 0 0 0
D. Vooruitbetalingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
E. Kapitaalsverminderingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
FINANCIERING 2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
II. Totaal financieringsontvangsten 13.935.817 -2.252.755 11.683.061 3.739.084 517.245 4.256.329 1.453.127 22.245 1.475.372
A. Aangaan van financiële schulden 13.715.547 -2.190.000 11.525.547 3.505.596 525.000 4.030.596 1.217.098 30.000 1.247.098
- opname van leningen en leasings bij financiële instellingen 13.275.000 -2.240.000 11.035.000 3.065.000 475.000 3.540.000 1.190.000 -20.000 1.170.000
- opname van leningen en leasings bij andere entiteiten 440.547 50.000 490.547 440.596 50.000 490.596 27.098 50.000 77.098
B. Aangaan van niet-financiële schulden 0 0 0 0 0 0 0 0 0
C. Vereffening van toegestane leningen en betalingsuitstel 220.270 -62.755 157.514 233.488 -7.755 225.733 236.029 -7.755 228.274
1. Terugvordering van toegestane leningen 220.270 -62.755 157.514 233.488 -7.755 225.733 236.029 -7.755 228.274
a. Periodieke terugvorderingen 220.270 -62.755 157.514 233.488 -57.755 175.733 236.029 -57.755 178.274
b. Niet-periodieke terugvorderingen 0 0 0 0 50.000 50.000 0 50.000 50.000
2. Vereffening van betalingsuitstel 0 0 0 0 0 0 0 0 0
D. Vereffening van vooruitbetalingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
E. Kapitaalsvermeerderingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
F. Bijdragen en schenkingen niet gekoppeld aan operationele 0 0 0 0 0 0 0 0 0
FINANCIERING 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
II. Totaal financieringsontvangsten 2.424.544 47.245 2.471.788 18.744.489 -13.297.755 5.446.733 458.930 42.245 501.175
A. Aangaan van financiële schulden 2.185.923 55.000 2.240.923 18.505.269 -13.290.000 5.215.269 221.169 50.000 271.169
- opname van leningen en leasings bij financiële instellingen 2.160.000 5.000 2.165.000 18.480.000 -13.340.000 5.140.000 0 0 0
- opname van leningen en leasings bij andere entiteiten 25.923 50.000 75.923 25.269 50.000 75.269 221.169 50.000 271.169
B. Aangaan van niet-financiële schulden 0 0 0 0 0 0 0 0 0
C. Vereffening van toegestane leningen en betalingsuitstel 238.621 -7.755 230.865 239.220 -7.755 231.464 237.761 -7.755 230.006
1. Terugvordering van toegestane leningen 238.621 -7.755 230.865 239.220 -7.755 231.464 237.761 -7.755 230.006
a. Periodieke terugvorderingen 238.621 -57.755 180.865 239.220 -57.755 181.464 237.761 -57.755 180.006
b. Niet-periodieke terugvorderingen 0 50.000 50.000 0 50.000 50.000 0 50.000 50.000
2. Vereffening van betalingsuitstel 0 0 0 0 0 0 0 0 0
D. Vereffening van vooruitbetalingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
E. Kapitaalsvermeerderingen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
F. Bijdragen en schenkingen niet gekoppeld aan operationele 0 0 0 0 0 0 0 0 0
BUDGETTAIR RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR 2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
I. Exploitatiesaldo 3.180.239 65.529 3.245.768 3.388.662 170.961 3.559.623 3.933.452 62.532 3.995.984
II. Investeringssaldo -19.350.654 -6.775.804 -26.126.458 -5.374.257 -712.377 -6.086.634 -3.870.247 -102.500 -3.972.747
III. Saldo van exploitatie en investeringen -16.170.414 -6.710.275 -22.880.689 -1.985.595 -541.416 -2.527.011 63.205 -39.968 23.237
IV. Financieringssaldo 12.560.475 -2.427.755 10.132.720 1.981.559 484.519 2.466.078 -61.758 -23.352 -85.110
V. Budgettair resultaat van het boekjaar -3.609.939 -9.138.031 -12.747.970 -4.036 -56.896 -60.932 1.447 -63.320 -61.872
BUDGETTAIR RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
I. Exploitatiesaldo 3.741.377 98.208 3.839.585 3.634.112 -102.351 3.531.761 2.976.115 229.160 3.205.275
II. Investeringssaldo -5.124.440 -102.500 -5.226.940 -21.246.052 13.442.400 -7.803.652 -599.162 -147.500 -746.662
III. Saldo van exploitatie en investeringen -1.383.062 -4.292 -1.387.355 -17.611.940 13.340.049 -4.271.892 2.376.952 81.660 2.458.613
IV. Financieringssaldo 1.383.434 5.387 1.388.821 17.602.842 -13.336.387 4.266.455 -1.324.022 516.720 -807.302
V. Budgettair resultaat van het boekjaar 372 1.095 1.467 -9.098 3.661 -5.437 1.052.930 598.380 1.651.310
Andere gebruikte dossiers op dit rapport: MJP referentie (vorig): MJP_ORIGINEEL_BEGINKREDIET_2026 2026: Alg. 8688
Wijziging: overdrachten + kredietverschuivingen + AMJP01/2026
AMJP01/2026: schema T2(W) - Ontvangsten en uitgaven naar economische aard 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)

Schema T3(W) : Evolutie financiële schulden

Terug naar navigatie - Schema T3(W) : Evolutie financiële schulden - Schema T3
T3(W): Evolutie van de financiële schulden 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)
Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Algemeen directeur: Gunter Desmet Vorig krediet: beginkrediet MJP 2026-2031
Financieel directeur: Britt Van den Broeck Journaalvolgnummers: 12072 / Ref 8688
Geraamde financiële schulden 2026 2027 2028
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
A. Financiële schulden op 1 januari 6.513.748 0 6.513.748 18.978.953 -2.190.000 16.788.953 20.727.024 -1.597.725 19.129.299
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 3.155.525 0 3.155.525 3.346.464 0 3.346.464 3.503.709 0 3.503.709
3. Schulden aan kredietinstellingen 1.469.635 0 1.469.635 14.280.901 -2.240.000 12.040.901 16.408.726 -1.697.725 14.711.001
4. Andere leningen 1.888.589 0 1.888.589 1.351.589 50.000 1.401.589 814.589 100.000 914.589
B. Nieuwe leningen en leasings 13.715.547 -2.190.000 11.525.547 3.505.596 525.000 4.030.596 1.217.098 30.000 1.247.098
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 440.547 0 440.547 440.596 0 440.596 27.098 0 27.098
3. Schulden aan kredietinstellingen 13.275.000 -2.240.000 11.035.000 3.065.000 475.000 3.540.000 1.190.000 -20.000 1.170.000
4. Andere leningen 0 50.000 50.000 0 50.000 50.000 0 50.000 50.000
C. Aflossingen 1.250.342 0 1.250.342 1.757.525 -67.275 1.690.250 1.514.885 -54.404 1.460.481
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 249.608 0 249.608 283.351 0 283.351 301.516 0 301.516
3. Schulden aan kredietinstellingen 463.734 0 463.734 937.174 -67.275 869.899 679.033 -54.404 624.630
4. Andere leningen 537.000 0 537.000 537.000 0 537.000 534.336 0 534.336
D. Financiële schulden op 31 december (A+B-C) 18.978.953 -2.190.000 16.788.953 20.727.024 -1.597.725 19.129.299 20.429.237 -1.513.321 18.915.916
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 3.346.464 0 3.346.464 3.503.709 0 3.503.709 3.229.291 0 3.229.291
3. Schulden aan kredietinstellingen 14.280.901 -2.240.000 12.040.901 16.408.726 -1.697.725 14.711.001 16.919.693 -1.663.321 15.256.372
4. Andere leningen 1.351.589 50.000 1.401.589 814.589 100.000 914.589 280.253 150.000 430.253
Geraamde financiële schulden 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
A. Financiële schulden op 1 januari 20.429.237 -1.513.321 18.915.916 21.574.051 -1.400.179 20.173.872 38.937.673 -14.628.811 24.308.862
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 3.229.291 0 3.229.291 2.952.141 0 2.952.141 2.672.352 0 2.672.352
3. Schulden aan kredietinstellingen 16.919.693 -1.663.321 15.256.372 18.341.657 -1.600.179 16.741.478 35.985.069 -14.878.811 21.106.258
4. Andere leningen 280.253 150.000 430.253 280.253 200.000 480.253 280.253 250.000 530.253
B. Nieuwe leningen en leasings 2.185.923 55.000 2.240.923 18.505.269 -13.290.000 5.215.269 221.169 50.000 271.169
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 25.923 0 25.923 25.269 0 25.269 221.169 0 221.169
3. Schulden aan kredietinstellingen 2.160.000 5.000 2.165.000 18.480.000 -13.340.000 5.140.000 0 0 0
4. Andere leningen 0 50.000 50.000 0 50.000 50.000 0 50.000 50.000
C. Aflossingen 1.041.110 -58.143 982.967 1.141.647 -61.368 1.080.279 1.782.953 -524.475 1.258.477
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 303.073 0 303.073 305.059 0 305.059 281.696 0 281.696
3. Schulden aan kredietinstellingen 738.036 -58.143 679.893 836.588 -61.368 775.220 1.501.257 -524.475 976.782
4. Andere leningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
D. Financiële schulden op 31 december (A+B-C) 21.574.051 -1.400.179 20.173.872 38.937.673 -14.628.811 24.308.862 37.375.889 -14.054.335 23.321.554
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 2.952.141 0 2.952.141 2.672.352 0 2.672.352 2.611.825 0 2.611.825
3. Schulden aan kredietinstellingen 18.341.657 -1.600.179 16.741.478 35.985.069 -14.878.811 21.106.258 34.483.811 -14.354.335 20.129.476
4. Andere leningen 280.253 200.000 480.253 280.253 250.000 530.253 280.253 300.000 580.253
Andere gebruikte dossiers op dit rapport: MJP referentie (vorig): MJP_ORIGINEEL_BEGINKREDIET_2026 2026: Alg. 8688
Wijziging: overdrachten + kredietverschuivingen + AMJP01/2026
AMJP01/2026: schema T3(W) - Evolutie van de financiële schulden 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)

Overzicht investeringen met bijbehorende uitgaven en ontvangsten

Overzicht investeringen

Terug naar navigatie - Overzicht investeringen met bijbehorende uitgaven en ontvangsten - Overzicht investeringen

Ons plan

Sinds BBC 3.0 legt de wetgever geen gestandaardiseerd schema meer op voor de rapportering over de investeringen. Het overzicht moet wel minstens de volledige periode van het meerjarenplan bestrijken en de investeringen per boekjaar tonen. De besturen dienen zelf te bepalen hoe ze het overzicht van hun investeringen presenteren en de indeling die ze daarbij als invalshoek gebruiken. In Sint-Katelijne-Waver werd ervoor gekozen om de investeringen te tonen op niveau van de actie. 

Investeringsontvangsten zijn enerzijds (te) ontvangen investeringssubsidies en anderzijds verkopen van patrimonium. Deze ontvangsten werden steeds opgenomen op basis van een recent schattingsverslag. 

Overzicht van de investeringen (investeringskredieten per actie) 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)
Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Algemeen directeur: Gunter Desmet Vorig krediet: beginkrediet MJP 2026-2031
Financieel directeur: Britt Van den Broeck Journaalvolgnummers: 12072 / Ref 8688
Investeringen 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw Vorig Wijziging Nieuw
AC 1.1.1.1. Ondersteunen van kinderopvanginitiatieven bij personeel, werking en uitbreidingsplannen
Ontvangsten 186.666,67 -186.666,67 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 62.222,23 0,00 62.222,23 62.222,22 91.500,00 153.722,22 62.222,22 91.500,00 153.722,22 0,00 91.500,00 91.500,00 0,00 91.500,00 91.500,00 0,00 91.500,00 91.500,00
AC 1.1.2.4. Actor BOA: organiseren van opvang en activiteiten binnen het lokaal kwaliteitskader
Uitgaven 30.000,00 0,00 30.000,00 0,00 0,00 0,00 30.000,00 0,00 30.000,00 0,00 0,00 0,00 30.000,00 0,00 30.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 1.1.2.6. Renoveren en moderniseren van bestaande BKO’s
Uitgaven 66.500,00 0,00 66.500,00 27.500,00 0,00 27.500,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00
AC 1.1.3.3. Organiseren van gemeentelijk onderwijs volgens leerplan 'Leer Lokaal' en de schoolnoden
Uitgaven 94.452,20 71.475,08 165.927,28 104.171,45 0,00 104.171,45 102.311,89 0,00 102.311,89 104.240,11 0,00 104.240,11 106.456,92 0,00 106.456,92 108.463,07 0,00 108.463,07
AC 1.1.3.6. Renoveren en moderniseren van basisschool Dijkstein
Ontvangsten 150.000,00 0,00 150.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 360.000,00 14.104,27 374.104,27 85.000,00 0,00 85.000,00 157.500,00 0,00 157.500,00 157.500,00 0,00 157.500,00 7.500,00 0,00 7.500,00 7.500,00 0,00 7.500,00
AC 1.1.3.7. Renoveren en moderniseren van basisschool Gloc
Ontvangsten 165.000,00 0,00 165.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 260.000,00 41.226,38 301.226,38 60.000,00 0,00 60.000,00 72.500,00 0,00 72.500,00 92.500,00 0,00 92.500,00 45.000,00 0,00 45.000,00 7.500,00 0,00 7.500,00
AC 1.1.3.8. Renoveren en moderniseren van basisschool Octopus
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 75.500,00 20.431,41 95.931,41 112.000,00 0,00 112.000,00 152.500,00 0,00 152.500,00 7.500,00 0,00 7.500,00 7.500,00 0,00 7.500,00 7.500,00 0,00 7.500,00
AC 1.1.3.9. Stimuleren van leesbevordering in samenwerking met scholen en bibliotheek
Uitgaven 41.000,00 0,00 41.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 1.2.1.8. Toegankelijk maken van openbaar domein, gebouwen en handelszaken
Uitgaven 10.000,00 4.000,00 14.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00
AC 1.3.4.2. Ontwikkelen van zorgzame buurten met focus op sociale inclusie en armoedebestrijding
Uitgaven 143.000,00 0,00 143.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 1.4.1.4. Verhogen van comfort op hondenweides
Uitgaven 12.500,00 0,00 12.500,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00
AC 2.1.1.1. Opmaken van een kader voor kwaliteitsvolle verdichting en duurzaam ruimtegebruik
Uitgaven 20.000,00 25.000,00 45.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.2. Opmaken van RUP Midzelen met als doel kwalitatieve inbreiding te faciliteren
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 35.000,00 0,00 35.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.3. Opmaken van een masterplan voor kern Pasbrug
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 1.200.000,00 0,00 1.200.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 20.000,00 0,00 20.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00 50.000,00 0,00 50.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.4. Opmaken van een masterplan voor Elzestraat met focus op wonen en gemeenschapsfuncties
Uitgaven 790.000,00 -25.000,00 765.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.5. Versterken van open ruimte in evenwicht met landbouw, recreatie en natuur via opmaak RUP
Uitgaven 7.000,00 0,00 7.000,00 0,00 0,00 0,00 20.000,00 0,00 20.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.6. Opmaken RUP Veiling Oost
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 20.000,00 0,00 20.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.7. Narekenen project Dorpveld
Ontvangsten 5.000,00 0,00 5.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 10.000,00 0,00 10.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.2.2. Instaan voor structureel beheer en onderhoud van het woonwagenpark aan de Spoorweglei
Uitgaven 15.000,00 0,00 15.000,00 15.000,00 0,00 15.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.2.5. Renoveren en moderniseren van de gemeentelijke noodwoningen
Ontvangsten 70.000,00 0,00 70.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 145.000,00 10.000,00 155.000,00 9.000,00 0,00 9.000,00 9.000,00 0,00 9.000,00 9.000,00 0,00 9.000,00 9.000,00 0,00 9.000,00 9.000,00 0,00 9.000,00
AC 2.2.1.3. Evalueren van beleid rond sluikstort en verhogen van controles op probleemlocaties
Uitgaven 7.500,00 0,00 7.500,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.2.1. Aanleggen van kleine landschapselementen en natuurlijke habitaten voor biodiversiteit
Uitgaven 19.000,00 0,00 19.000,00 14.000,00 0,00 14.000,00 14.000,00 0,00 14.000,00 14.000,00 0,00 14.000,00 14.000,00 0,00 14.000,00 14.000,00 0,00 14.000,00
AC 2.2.2.3. Uitvoeren van eenmalige inrichtingswerken op basis van goedgekeurde natuurbeheerplannen
Uitgaven 10.000,00 36.916,11 46.916,11 22.500,00 0,00 22.500,00 22.500,00 0,00 22.500,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00
AC 2.2.2.4. Opstellen van een bermbeheerplan voor ecologische bermen
Uitgaven 15.000,00 0,00 15.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.3.2. Verdere verledding van de openbare verlichting
Ontvangsten 49.766,00 0,00 49.766,00 49.766,00 0,00 49.766,00 49.766,00 0,00 49.766,00 49.766,00 0,00 49.766,00 49.766,00 0,00 49.766,00 24.886,00 0,00 24.886,00
Uitgaven 440.547,00 0,00 440.547,00 440.596,00 0,00 440.596,00 27.098,00 0,00 27.098,00 25.923,00 0,00 25.923,00 25.269,00 0,00 25.269,00 221.169,00 0,00 221.169,00
AC 2.2.3.3. Vervangen en verduurzamen van het gemeentelijke wagen- en machinepark
Uitgaven 343.250,00 0,00 343.250,00 110.000,00 0,00 110.000,00 241.250,00 0,00 241.250,00 22.000,00 0,00 22.000,00 22.000,00 0,00 22.000,00 22.000,00 0,00 22.000,00
AC 2.2.5.1. Uitbreiden van het gemeentelijk ruiterpadennetwerk
Uitgaven 100.000,00 0,00 100.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.6.1. Uitvoeren van natuurbeschermingsprojecten (met externe actoren)
Uitgaven 5.000,00 0,00 5.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.6.2. Uitwerken van een visie voor herstel en ontwikkeling van natte natuur
Uitgaven 9.500,00 124.242,00 133.742,00 15.000,00 0,00 15.000,00 2.500,00 0,00 2.500,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.7.1. Herstellen van natuurlijke oevers van waterlopen
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 12.500,00 0,00 12.500,00 53.973,00 0,00 53.973,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 64.500,00 32.076,21 96.576,21 280.000,00 7.000,00 287.000,00 70.000,00 0,00 70.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.7.2. Plannen en uitvoeren van periodiek grachtbeheer volgens onderhoudsplan en noodzaak
Uitgaven 150.000,00 0,00 150.000,00 153.000,00 0,00 153.000,00 156.060,00 0,00 156.060,00 159.181,20 0,00 159.181,20 162.364,82 0,00 162.364,82 165.612,12 0,00 165.612,12
AC 2.2.7.4. Voortzetten van onthardingsprojecten van het openbaar domein
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 60.000,00 0,00 60.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 200.000,00 0,00 200.000,00 150.000,00 0,00 150.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00
AC 3.1.1.3. Ontwikkelen van bib in 't Gewent als gastvrije ruimte naast thuis, school of werk
Uitgaven 25.000,00 0,00 25.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.10.1. Ondersteunen van kwetsbare inwoners voor deelname aan vrijetijdsactiviteiten
Uitgaven 1.200,00 0,00 1.200,00 2.700,00 0,00 2.700,00 900,00 0,00 900,00 1.500,00 0,00 1.500,00 900,00 0,00 900,00 1.500,00 0,00 1.500,00
AC 3.1.2.2. Aanbieden van structurele ondersteuning aan jeugdverenigingen
Uitgaven 350.500,00 57.227,22 407.727,22 13.000,00 0,00 13.000,00 13.000,00 0,00 13.000,00 13.000,00 0,00 13.000,00 13.000,00 0,00 13.000,00 13.000,00 0,00 13.000,00
AC 3.1.3.1. Aanbieden van structurele ondersteuning aan sportverenigingen
Uitgaven 379.000,00 0,00 379.000,00 129.000,00 0,00 129.000,00 24.000,00 0,00 24.000,00 24.000,00 0,00 24.000,00 24.000,00 0,00 24.000,00 24.000,00 0,00 24.000,00
AC 3.1.4.1. Optimaliseren van het gebruik van de sportinfrastructuur
Uitgaven 15.000,00 97.281,28 112.281,28 545.000,00 0,00 545.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.4.10. Beheren en uitbaten van zwembaden op continue basis
Uitgaven 12.000,00 0,00 12.000,00 10.100,00 0,00 10.100,00 10.302,00 0,00 10.302,00 10.508,04 0,00 10.508,04 5.359,10 0,00 5.359,10 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.4.11. Uitbouwen van toegankelijke en duurzame speel-, sport- en vrijetijdsinfrastructuur
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 172.000,00 0,00 172.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 216.500,00 37.109,29 253.609,29 95.000,00 0,00 95.000,00 45.000,00 0,00 45.000,00 55.000,00 0,00 55.000,00 45.000,00 0,00 45.000,00 45.000,00 0,00 45.000,00
AC 3.1.4.2. Bouwen van een nieuw zwembad
Uitgaven 240.000,00 23.916,18 263.916,18 35.000,00 0,00 35.000,00 35.000,00 0,00 35.000,00 35.000,00 0,00 35.000,00 13.644.900,00 -13.539.900,00 105.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.4.3. Renoveren en moderniseren van sporthal Bruultjeshoek
Uitgaven 221.500,00 21.835,63 243.335,63 132.500,00 0,00 132.500,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00
AC 3.1.4.4. Renoveren en moderniseren van multifunctionele zaal Loerenboske
Uitgaven 19.000,00 0,00 19.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00 4.000,00 0,00 4.000,00 4.000,00 0,00 4.000,00 4.000,00 0,00 4.000,00 4.000,00 0,00 4.000,00
AC 3.1.4.9. Beheren en uitbaten van sporthallen en schoolturnzalen
Uitgaven 104.000,00 10.000,00 114.000,00 39.080,00 0,00 39.080,00 44.161,60 0,00 44.161,60 16.744,83 0,00 16.744,83 17.079,73 0,00 17.079,73 17.421,32 0,00 17.421,32
AC 3.1.5.1. Bouwen van de site ’t Gewent
Uitgaven 11.849.500,00 872.972,24 12.722.472,24 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.5.3. Uitbaten van de site 't Gewent
Uitgaven 86.769,00 265.500,00 352.269,00 3.000,00 0,00 3.000,00 3.000,00 0,00 3.000,00 3.000,00 0,00 3.000,00 3.000,00 0,00 3.000,00 3.000,00 0,00 3.000,00
AC 3.1.5.4. Investeringsbudget 't Gewent
Uitgaven 15.000,00 0,00 15.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00
AC 3.1.5.5. Renoveren en moderniseren van Parochiezaal Elzestraat
Uitgaven 0,00 139.000,00 139.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.5.7. Beheren en uitbaten van Parochiezaal Elzestraat
Uitgaven 0,00 3.000,00 3.000,00 0,00 2.500,00 2.500,00 0,00 2.500,00 2.500,00 0,00 2.500,00 2.500,00 0,00 2.500,00 2.500,00 0,00 2.500,00 2.500,00
AC 3.1.7.1. Ondersteunen van evenementen en projecten van lokale verenigingen
Uitgaven 13.000,00 0,00 13.000,00 3.060,00 0,00 3.060,00 3.121,20 0,00 3.121,20 3.183,62 0,00 3.183,62 3.247,30 0,00 3.247,30 3.312,24 0,00 3.312,24
AC 3.2.1.1. Aanbieden van diverse begraafvormen
Uitgaven 5.000,00 0,00 5.000,00 128.000,00 0,00 128.000,00 38.000,00 0,00 38.000,00 69.000,00 0,00 69.000,00 115.500,00 0,00 115.500,00 38.000,00 0,00 38.000,00
AC 3.2.2.2. Onderzoeken van de toekomstmogelijkheden van de site Midzeelhoeve
Ontvangsten 40.000,00 -40.000,00 0,00 0,00 40.000,00 40.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 72.000,00 -19.123,00 52.877,00 0,00 52.877,00 52.877,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.2.2.3. Renoveren en/of instandhouden van erfgoed in O.L.V.-Waver (kerk, pastorij, raadhuis)
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 60.000,00 0,00 60.000,00 100.000,00 0,00 100.000,00 108.000,00 0,00 108.000,00 200.000,00 0,00 200.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00
Uitgaven 253.000,00 7.044,62 260.044,62 420.000,00 0,00 420.000,00 302.500,00 0,00 302.500,00 290.000,00 0,00 290.000,00 337.500,00 0,00 337.500,00 32.500,00 0,00 32.500,00
AC 3.2.2.5. Realiseren van het kerkenbeleidsplan en wettelijk ondersteunen van kerkfabrieken
Uitgaven 60.000,00 22.201,07 82.201,07 29.600,00 0,00 29.600,00 20.000,00 0,00 20.000,00 42.600,00 0,00 42.600,00 14.200,00 0,00 14.200,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.2.2.6. Versterken van samenwerking met erfgoedpartners in functie van lokaal erfgoed
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 50.000,00 -50.000,00 0,00 50.000,00 -50.000,00 0,00 50.000,00 -50.000,00 0,00 50.000,00 -50.000,00 0,00 50.000,00 -50.000,00 0,00
Uitgaven 418.730,00 -50.000,00 368.730,00 119.000,00 -50.000,00 69.000,00 119.000,00 -50.000,00 69.000,00 119.000,00 -50.000,00 69.000,00 119.000,00 -50.000,00 69.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.3.1.1. Aanpakken van leegstand handelspanden in de dorpskernen
Uitgaven 0,00 14.000,00 14.000,00 0,00 8.500,00 8.500,00 0,00 8.500,00 8.500,00 0,00 8.500,00 8.500,00 0,00 3.500,00 3.500,00 0,00 3.500,00 3.500,00
AC 3.3.1.2. Ondersteunen van detailhandel en horeca
Uitgaven 32.500,00 0,00 32.500,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.1.1. Uitvoeren van mobiliteitsstudies bij wegenisdossiers (indien nodig)
Uitgaven 10.000,00 0,00 10.000,00 0,00 0,00 0,00 10.000,00 0,00 10.000,00 0,00 0,00 0,00 10.000,00 0,00 10.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.1. Aanleggen van trage weg tussen Stationsstraat en Goorboslei
Uitgaven 135.000,00 -135.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.2. Aanleggen van veilige voet- en fietspaden langs de N14 (deel Hertstraat - grens Duffel)
Uitgaven 13.000,00 0,00 13.000,00 50.000,00 0,00 50.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.3. Aanleggen van veilige voet- en fietspaden langs de N1-Antwerpsesteenweg
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 25.000,00 0,00 25.000,00 25.000,00 0,00 25.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.4. Realiseren van fietsverbinding Zorgvliet (fase 2: spoorwegzate - Zorgvliet)
Uitgaven 0,00 49.064,99 49.064,99 265.000,00 0,00 265.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.5. Heraanleggen van fietssnelweg aan Stationsplein
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 170.000,00 0,00 170.000,00 170.000,00 0,00 170.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 0,00 108.968,85 108.968,85 500.000,00 0,00 500.000,00 600.000,00 0,00 600.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.6. Opstellen van een masterplan voor trage wegen en veilige verbindingen
Uitgaven 10.000,00 0,00 10.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.7. Realiseren van stationstunnel in samenwerking met Infrabel
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 50.000,00 0,00 50.000,00 50.000,00 0,00 50.000,00
AC 4.1.3.8. Vernieuwen van voet- en fietspaden langs toegangswegen naar de dorpskernen
Uitgaven 60.000,00 -1.331,00 58.669,00 1.180.000,00 0,00 1.180.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.1. Uitvoeren van buitengewoon onderhoud aan weg- en fietsinfrastructuur
Uitgaven 450.000,00 7.197,77 457.197,77 459.000,00 0,00 459.000,00 468.180,00 0,00 468.180,00 477.543,60 0,00 477.543,60 487.094,47 0,00 487.094,47 496.836,36 0,00 496.836,36
AC 4.1.4.10. Heraanleg wegenis en riolering Rozendaalweg, Kuikenstraat,…
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 65.000,00 0,00 65.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.11. Heraanleg wegenis en riolering wijk De Nayer
Uitgaven 30.000,00 188.398,08 218.398,08 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.12. Heraanleg wegenis en riolering Wilsonstraat: Halewijnstraat t.e.m. grens Duffel
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 25.000,00 0,00 25.000,00 25.000,00 0,00 25.000,00 50.000,00 0,00 50.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.13. Heraanleg wegenis en riolering Wolvenstraat
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 30.000,00 0,00 30.000,00
AC 4.1.4.16. Ontvangen van subsidies voor de heraanleg van de Molenstraat
Ontvangsten 711.822,39 0,00 711.822,39 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.17. Verfraaien van de Lemanstraat en de kern van het centrum
Uitgaven 40.000,00 0,00 40.000,00 250.000,00 0,00 250.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.18. Heraanleg Beukheuvel
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 20.000,00 0,00 20.000,00 0,00 0,00 0,00 20.000,00 0,00 20.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.2. Herinrichten van dorpskern Onze-Lieve-Vrouw-Waver inclusief heraanleg Dijk-Dorp
Ontvangsten 363.833,79 0,00 363.833,79 318.833,79 0,00 318.833,79 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 93.500,00 3.193.637,71 3.287.137,71 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.3. Heraanleg wegenis en riolering Berlaarbaan
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 2.400.000,00 0,00 2.400.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 2.400.000,00 0,00 2.400.000,00
Uitgaven 200.000,00 84.125,52 284.125,52 1.750.000,00 0,00 1.750.000,00 1.825.000,00 0,00 1.825.000,00 3.025.000,00 0,00 3.025.000,00 5.000.000,00 0,00 5.000.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.4. Heraanleg poort zone centrum - zijde Leliestraat
Uitgaven 45.000,00 0,00 45.000,00 186.000,00 0,00 186.000,00 188.000,00 0,00 188.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.5. Heraanleg site Valkstraat met aandacht voor ruimtelijke en functionele noden
Uitgaven 75.000,00 0,00 75.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.6. Heraanleg wegenis en riolering (Oude-)Bergstraat, Heiken en Slameuterstraat i.s.m. Pidpa
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 500.000,00 0,00 500.000,00 0,00 0,00 0,00 500.000,00 0,00 500.000,00
Uitgaven 20.000,00 0,00 20.000,00 90.000,00 0,00 90.000,00 200.000,00 0,00 200.000,00 539.000,00 0,00 539.000,00 539.000,00 0,00 539.000,00 2.524.000,00 0,00 2.524.000,00
AC 4.1.4.7. Heraanleg wegenis en riolering Jozef Van Esschestraat en Sint-Libertusstraat
Uitgaven 90.000,00 15.000,00 105.000,00 270.000,00 90.000,00 360.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.8. Heraanleg wegenis en riolering Lintseheide, Waterstraat en Heidestraat
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 50.000,00 0,00 50.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.9. Heraanleg wegenis en riolering Lombaardstraat en Kouter
Uitgaven 40.000,00 0,00 40.000,00 550.000,00 0,00 550.000,00 640.000,00 0,00 640.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.2.2.2. Aanleggen van toegankelijke bushaltes volgens het Masterplan Toegankelijkheid
Ontvangsten 25.000,00 0,00 25.000,00 10.000,00 0,00 10.000,00 20.000,00 0,00 20.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 30.000,00 0,00 30.000,00
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 170.000,00 0,00 170.000,00 85.000,00 0,00 85.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.2.2.3. Realiseren van geplande hoppinpunten uit regionaal mobiliteitsplan Vervoerregio Mechelen
Ontvangsten 35.700,00 0,00 35.700,00 0,00 0,00 0,00 25.000,00 0,00 25.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 25.000,00 0,00 25.000,00
Uitgaven 10.700,00 5.175,68 15.875,68 0,00 0,00 0,00 10.000,00 0,00 10.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 11.000,00 0,00 11.000,00
AC 4.3.1.1. Vernieuwen en optimaliseren van ANPR-, flitspalen- en andere meetsystemen
Uitgaven 221.000,00 46.605,03 267.605,03 150.000,00 0,00 150.000,00 150.000,00 0,00 150.000,00 150.000,00 0,00 150.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 5.2.3.1. Implementeren van burgerbudgetten als onderdeel van het vernieuwde participatiebeleid
Uitgaven 60.000,00 0,00 60.000,00 0,00 0,00 0,00 60.000,00 0,00 60.000,00 0,00 0,00 0,00 60.000,00 0,00 60.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 5.3.1.1. Renoveren en moderniseren van het gemeentehuis
Uitgaven 178.500,00 107.000,00 285.500,00 67.500,00 0,00 67.500,00 87.500,00 0,00 87.500,00 7.500,00 0,00 7.500,00 72.500,00 0,00 72.500,00 7.500,00 0,00 7.500,00
AC 5.3.1.2. Renoveren en moderniseren van de werkplaats en het gemeentelijk magazijn
Uitgaven 260.000,00 38.000,00 298.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 30.000,00 0,00 30.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00 5.000,00 0,00 5.000,00
AC 5.3.3.4. Waarborgen van de algemene veiligheid in de gemeente via geïntegreerd veiligheidsbeleid
Uitgaven 238.284,13 0,00 238.284,13 309.939,13 0,00 309.939,13 132.909,13 0,00 132.909,13 132.909,13 0,00 132.909,13 132.909,13 0,00 132.909,13 132.909,13 0,00 132.909,13
NIDOV - Financiële zaken
Ontvangsten 49.512,00 0,00 49.512,00 51.482,00 0,00 51.482,00 53.530,00 0,00 53.530,00 55.628,00 0,00 55.628,00 57.872,00 0,00 57.872,00 60.175,00 0,00 60.175,00
NIDOV - Gebouwen
Uitgaven 90.000,00 18.819,53 108.819,53 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
NIDOV - Interne organisatie
Uitgaven 412.300,00 916.778,77 1.329.078,77 657.370,00 500.000,00 1.157.370,00 89.500,00 0,00 89.500,00 7.500,00 0,00 7.500,00 131.410,00 0,00 131.410,00 7.500,00 0,00 7.500,00
NIDOV - Openbaar domein
Ontvangsten 16.883,80 0,00 16.883,80 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 16.883,80 10.758,00 27.641,80 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
NIDOV - Patrimonium
Ontvangsten 350.000,00 0,00 350.000,00 3.470.000,00 0,00 3.470.000,00 25.000,00 0,00 25.000,00 25.000,00 0,00 25.000,00 25.000,00 0,00 25.000,00 625.000,00 0,00 625.000,00
Uitgaven 855.000,00 39.502,28 894.502,28 270.000,00 0,00 270.000,00 270.000,00 0,00 270.000,00 270.000,00 0,00 270.000,00 270.000,00 0,00 270.000,00 270.000,00 0,00 270.000,00
Andere gebruikte dossiers op dit rapport: MJP referentie (vorig): MJP_ORIGINEEL_BEGINKREDIET_2026 2026: Alg. 8688
Wijziging: overdrachten + kredietverschuivingen + AMJP01/2026
AMJP01/2026: Overzicht van de investeringen 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)

Overzicht personeelsinzet

Terug naar navigatie - Overzicht personeelsinzet - Overzicht personeelsinzet

BBC 3.0 legt andere richtlijnen op dan voorheen m.b.t. het overzicht van de personeelsinzet. Hierdoor is de tabel niet meer 100% vergelijkbaar met het vorige meerjarenplan. Minstens is het aantal voltijdse equivalenten per afdeling (directie) verplicht. Om het informatiegehalte voor de raadsleden te verhogen tellen wij het aantal VTE per (sub)dienst i.p.v. per directie. In het vorige meerjarenplan telden we het aantal VTE per niveau. Dat wordt hier omwille van de nieuwe richtlijnen niet meer weergegeven, maar blijft opgenomen in het organogram. 

De teldatum verschuift van 1/10 naar 31/12. De telling op 31/12 wordt immers verplicht voor de jaarrekening en met oog op de vergelijkbaarheid houden we dit referentietijdstip ook aan voor het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de opvolgingsrapportering.

De cijfers van 2024 en 2025 betreffen de reële bezetting, die steeds lager uitvalt dan de geraamde invulling, gelet op personeelsleden in ziekteverlof, met verminderde prestaties of door de tijdsduur om een functie ingevuld te krijgen na vertrek van een personeelslid.

Een aantal functies wordt bij pensionering of vertrek niet of maar gedeeltelijk vervangen. Om dit te kunnen realiseren zetten we in op efficiëntiewinsten. Daarnaast zijn er een aantal nieuwe functies om de beleidsprioriteiten van het nieuwe meerjarenplan te kunnen uitvoeren. De verwachting is dat door de combinatie van nieuwe en uitdovende functies het aantal VTE doorheen de legislatuur licht zal afnemen.

Evenmin wettelijk verplicht, voegen we ook nog de personeelsformatie in VTE per (sub)dienst toe, inclusief de uitdovende en geblokkeerde functies en de formatie na uitdoving. De bezetting blijft vanzelfsprekend onder de formatie, m.u.v. de bibliotheek, waar we voor enkele uren tijdelijk bijkomende aanstellingen deden om de ingebruikneming van 't Gewent voor te bereiden (wegens afwezigheid van de projectleider die tot een andere dienst behoort). Bij uitdoving van functies doorheen de legislatuur verdwijnen deze ook uit de formatie.

Jobstudenten en monitoren zijn in deze tabel niet meegeteld. Personeelsleden die langer dan één maand ziek zijn, worden niet meegeteld, hun eventuele vervangers wel. Bij de ramingen tellen we personeelsleden volgens hun meest waarschijnlijke tewerkstellingsbreuk op dat moment. Bijv. een medewerker die al jaren 4/5 werkt en van wie we redelijkerwijs kunnen aannemen dat dit ongewijzigd blijft, wordt ook in de ramingen als 4/5 opgenomen.

Terug naar navigatie - Overzicht personeelsinzet - Overzicht personeelsinzet 2026-2031
Personeelsinzet formatie bezetting bezetting raming
huidig uitdovend geblokkeerd na uitdoving 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
burgerzaken en onthaal 13,6 1,6 0,8 12 11,5 11,4 12,1 11,8 11,8 11,8 11,8 11,8
financiën (incl. lokale economie) 9,5 2 0 7,5 7,4 6,8 7,1 7,1 7,1 7,1 7,1 7,1
personeel 5,9 0,4 0 5,5 5,1 5,2 5,3 5,3 5,3 5,5 5,1 5,1
patrimonium en contractbeheer 4,4 0 0 4,4 3,3 3,3 4,3 4,3 4,3 4,3 4,3 4,3
organisatie 11 0,5 0 10,5 6,8 8,8 9,6 10,0 10,1 10,1 10,1 10,1
directie 5 0 0 5 4,9 4,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0
omgeving 12 0 0 12 8,0 11,5 10,6 10,6 10,6 10,6 10,6 10,6
openbare werken 11 1 0 10 7,2 7,8 9,7 9,8 9,8 9,8 9,8 9,8
schoonmaak 17,41 1,5 0 15,91 15,3 15,8 15,3 15,3 15,3 15,3 15,3 15,3
uitvoering 40,4 8 3 32,4 32,8 33,8 34,0 34,0 32,2 32,2 32,2 32,2
samenleving en vrije tijd 12 1 0 11 8,5 9,7 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2 10,2
huis van het kind (zonder BKO) 6,7 0 0 6,7 6,2 6,2 6,5 6,5 6,5 6,5 6,5 6,5
BKO 17,8 0 0 17,8 16,5 15,6 16,8 16,8 16,8 16,8 16,8 16,8
bibliotheek 5,97 0,17 0 5,8 6,1 6,1 6,0 5,8 5,8 5,8 5,8 5,8
sociale dienst 16 0,2 0 15,8 15,6 13,8 16,6 16,4 16,4 16,4 16,4 16,4
totaal 188,68 16,37 3,8 172,31 155,1 159,6 169,1 168,9 167,2 167,4 167,0 167,0

Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten

Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten

Terug naar navigatie - Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten - Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten

In het kader van het meerjarenplan 2026–2031 wordt hieronder een overzicht gegeven van de verbonden entiteiten waarmee de gemeente en het OCMW Sint-Katelijne-Waver een duurzame relatie onderhouden.
Dit overzicht heeft tot doel de gemeenteraadsleden op een transparante en toegankelijke manier inzicht te bieden in de bestuurlijke en financiële banden die bestaan met externe organisaties, en in de financiële middelen die daaraan worden toegekend.

Onder een verbonden entiteit wordt verstaan: elke organisatie die bijdraagt aan de uitvoering van gemeentelijke taken, of waarvoor het gemeentebestuur een wettelijke, statutaire of feitelijke verplichting heeft om rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen in verliezen of tekorten. De verbondenheid kan blijken uit:

  • vertegenwoordiging in bestuursorganen;
  • goedkeuringsbevoegdheid voor begrotingen;
  • financiële transacties of borgstellingen;
  • uitwisseling of terbeschikkingstelling van personeel;
  • aandelenbezit, beheersovereenkomsten of feitelijke relaties.

Gezien de complexiteit en evolutieve aard van bestuurlijke samenwerkingen en financiële relaties, is het onmogelijk om op elk moment een volledig en statisch beeld te geven. Nieuwe verbondenheden kunnen ontstaan, bestaande structuren kunnen wijzigen, en de aard van de financiële tussenkomst kan evolueren. Dit overzicht moet dan ook worden beschouwd als een momentopname, die onderhevig is aan actualisering in functie van beleidsmatige en organisatorische ontwikkelingen.

In onderstaande tabellen kan een overzicht worden teruggevonden van:

  • Tabel 1: De deelnemingen van de gemeente en het OCMW Sint-Katelijne-Waver op 31/12/2024.
  • Tabel 2: Een overzicht van de verschillende samenwerkingsverbanden van de gemeente en het OCMW Sint-Katelijne-Waver, telkens met vermelding van de financiële tussenkomst.
Terug naar navigatie - Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten - Overzicht van de deelnemingen van gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver per 31/12/2024
Entiteit Instelling Aantal aandelen Boekhoudkundige waarde
Gemeente Pidpa - A aandelen 631 € 1.577,50
Gemeente Pidpa - B aandelen 1.442 € 3.260,00
Gemeente Cipal 14 € 1.750,00
Gemeente De Lijn 393 € 9.742,22
Gemeente Poolstok 61 € 1.512,19
Gemeente Creat Services 4 € 1.000,00
Gemeente Ivarem 4.301 € 47.887,20
Gemeente Igemo 4.433 € 33.247,50
Gemeente Fluvius Zenne-Dijle - € 13.337.096,38
Gemeente Zefier cvba 854.066 € 50,00
Gemeente Woonstroom 403 € 4.957,87
OCMW Cipal 38 € 4.750,00
OCMW Woonstroom 1.893 € 23.272,24
OCMW EthiasCo 4 € 34.411,60
Terug naar navigatie - Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten - Overzicht samenwerkingsverbanden gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver
Entiteit Verbonden entiteiten Type Exploitatie Investeringen
Gemeente Pidpa opdrachthoudende vereniging - -
Gemeente Cipal dienstverlenende vereniging - -
Gemeente De Lijn publiekrechterlijke EVA (Vlaamse overheid) - -
Gemeente Poolstok vzw vzw - -
Gemeente Creat Services dienstverlenende vereniging - -
Gemeente Iverlek opdrachthoudende vereniging - -
Gemeente Zefier coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid - -
Gemeente Woonstroom sociale woonmaatschappij - -
Gemeente Igemo dienstverlenende vereniging € 197.128,79 -
Gemeente Intergemeentelijke Onroerende Erfgoeddienst - Igemo € 150.759,94 -
Gemeente Wonen langs Dijle en Nete - Igemo € 623.533,49 -
Gemeente Welzijnskoepel Rivierenland - Igemo € 60.600,00
Gemeente Beleidsgroep welzijn - Igemo - -
Gemeente Beleidsgroep cultureel erfgoed - Igemo - -
Gemeente Beleidsgroep mobiliteit Igemo - -
Gemeente Beleidsgroep Wijkwerken Igemo - -
Gemeente Ivarem opdrachthoudende vereniging € 14.317.581,56 -
Gemeente Fluvius Zenne-Dijle opdrachthoudende vereniging - -
Gemeente Regionaal Landschap Rivierenland vzw vzw € 60.000,00 -
Gemeente VVSG vzw vzw € 205.698,00 -
Gemeente vzw Gezondheidsmakers vzw € 9.802,38 -
Gemeente Ligo Centrum Voor Basiseducatie Regio Mechelen vzw - -
Gemeente GAS Rivierenland interlokale vereniging € 991.458,73 -
Gemeente Bosgroep Antwerpse Gordel vzw vzw - -
Gemeente Ecoso vzw vzw € 209.327,15 -
Gemeente Skwinkel vzw vzw € 504.649,67
Gemeente Dierenbescherming Mechelen vzw € 82.005,57 -
Gemeente VOC Neteland vzw € 12.615,44 -
Gemeente Scholengemeenschap Anker interlokale vereniging € 6.000,00 -
Gemeente Reaffectatiecommissie reaffectiecommissie scholengemeenschap - -
Gemeente Vereniging voor Openbaar Groen vzw € 11.472,00 -
Gemeente Gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming interlokale vereniging € 220.784,24 -
Gemeente OVSG vzw € 73.156,44 -
Gemeente Strategisch project 'Open Ruimte Mechelen' - ORIOM projectvereniging € 56.000,00 -
Gemeente Vervoerregio Mechelen vervoerregio € 12.146,26 -
Gemeente Agropark Sint-Katelijne-Waver vzw vzw - -
Gemeente Interlokale vereniging Regie Sociale Economie Rivierenland interlokale vereniging € 38.645,15 -
Gemeente Regiobib Rivierenland interlokale vereniging € 31.540,60 -
Gemeente Politiezone BODUKAP politiezone € 20.656.152,00 € 931.515,00
Gemeente Brandweerzone Rivierenland hulpverleningszone € 8.158.372,45 € 148.344,78
Gemeente Kerkfabriek De Goede Herder € 27.027,40 € 76.400,00
Gemeente Kerkfabriek Sint-Augustinus - € 25.000,00
Gemeente Kerkfabriek Sint-Catharina € 107.976,22 € 65.000,00
Gemeente Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw-Waver - -
Gemeente vzw 't Grom vzw € 390.000,00 € 100.000,00
Gemeente vzw Roosendael vzw - € 345.000,00
Gemeente vzw Stichting Kempens Landschap vzw € 453.000,00 € 199.730,00
Gemeente vzw Instrumentenfonds vzw € 36.600,00 -
Gemeente vzw De Wintertuin vzw € 15.000,00 -
Gemeente vzw Eerstelijnszone Mechelen-Katelijne vzw - -
OCMW Cipal (C-Smart) dienstverlenende vereniging - -
OCMW Woonstroom woonmaatschappij / besloten vennootschap - -
OCMW EthiasCo besloten vennootschap - -
OCMW Gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming interlokale vereniging € 53.619,03 -
OCMW Welzijnsvereniging Zorgbedrijf Rivierenland welzijnsvereniging € 15.343.447,74 € 143.000,00
OCMW Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Mechelen privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid € 46.519,85 -
OCMW CAW Rivierenland vzw - Ketenaanpak dak- en thuislozen Igemo vzw € 93.600,00 -
OCMW Veilig Huis Rivierenland interlokale vereniging € 128.686,93 -

Financiële risico's

Terug naar navigatie - Financiële risico's - Financiële risico's

Lokale besturen staan voor complexe financiële uitdagingen. Bij de beoordeling van beleidsrapporten is het essentieel dat raadsleden inzicht hebben in de risico’s die de financiële stabiliteit kunnen beïnvloeden. Deze nota biedt een overzicht van de belangrijkste risico’s en hoe ze in de mate van het mogelijke beheerst worden. Het doel is een solide basis voor een gezond financieel beleid.

1.  Het schuldbeheer en de aard van bepaalde schulden

Volgende risico’s inzake het schuldbeheer dienen afgedekt te worden:

  • het renterisico: het risico op hogere rentelasten omwille van de wijzigende rente-omgeving;
  • het aflossingsrisico: het risico dat verband houdt met de terugbetaling van leningen en certificaten of hogere aflossingen omwille van de wijzigende omgeving;
  • liquiditeits- en herfinancieringsrisico: het risico om onvoldoende financiering te vinden in de markt;
  • kredietrisico: het risico dat de tegenpartij van een krediet in faling gaat.

In 2019 werd beslist om in te stappen in “Licht als dienst”, waarbij het openbaar verlichtingsnet werd overgedragen aan Fluvius. In 2020 werd pas duidelijk dat dit ook een impact heeft op onze schuldenlast, aangezien de boekingsfiche opgesteld vanuit Agentschap Binnenlands Bestuur uitgaat van een leasing. Voor onze gemeente blijft de impact beperkt en komen wij hierdoor niet in de problemen, ook al heeft dit een negatieve impact op de autofinancieringsmarge.

In het voorbije meerjarenplan werden geen nieuwe bankleningen afgesloten, waardoor de aflossingslast sterk gedaald is en er ruimte is voor nieuwe aflossingen. Bij de berekening van de aflossingen werd er uitgegaan van klassieke leningen op 20 jaar tegen een rentevoet van 3,5% voor 2026 en 3,75% voor de periode 2027-2031. Elke aanvraag tot lening zal in de markt geplaatst worden om de meest gunstige rente te bekomen. Bij elke aanpassing van het meerjarenplan raadplegen we ook de markt om een goede inschatting te maken van de te verwachten rentevoeten. Daarnaast werken we ook met verschillende financiële instellingen om het bankenrisico in te dekken. Er is ook steeds regelmatig contact met de financiële instellingen in het kader van actief schuldbeheer.

 

2. De evolutie van bepaalde exploitatieontvangsten en de afhankelijkheid ervan

  • Ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting (APB) 

    • De gemeente is in sterke mate afhankelijk van deze belasting. De afhankelijkheidsgraad van deze belasting bedraagt 26%, zijnde het aandeel van de APB in het totaal van de gecorrigeerde exploitatie-ontvangsten (gemiddelde over MJP 2026-2031). 
    • De opbrengst is afhankelijk van de conjunctuur, de levensstandaard en de samenstelling van de inwoners. Gaat de (lokale) levensstandaard (en hieraan gekoppeld het lokale gemiddeld inkomen) erop vooruit, dan stijgen de opbrengsten uit deze belasting (en omgekeerd). Ook bij een aangroei van de bevolking neemt de opbrengst toe (in de mate dat deze nieuwe inwoners beschikken over een belastbaar beroepsinkomen). Een hoge graad van vergrijzing kan dan weer een negatieve impact hebben. 
    • De opbrengsten worden (negatief) beïnvloed door vrijstellingsmaatregelen door de federale overheid (taks-shift).

We baseren ons nog steeds op de ramingen die de FOD Financiën hiervoor minstens jaarlijks bezorgt, en dat is in het verleden een voorzichtige raming gebleken. In tegenstelling tot sommige andere gemeenten passen we op deze prognoses geen correctie toe.

  • Ontvangsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV)
    • De gemeente is ook in sterke mate afhankelijk van deze belasting. De afhankelijkheidsgraad van deze belasting bedraagt 27%, zijnde het aandeel van de OOV in het totaal van de gecorrigeerde exploitatie-ontvangsten (gemiddelde over MJP 2026-2031).
    • Deze inkomsten hangen af van het kadastraal inkomen, de aanwezigheid van bedrijven en vrijstellingsmaatregelen. Nieuwe verkavelingen en industrieterreinen verhogen de opbrengsten, terwijl leegstand en verkrotting ze verlagen. 

Ook hier blijven we ons baseren op de ramingen die de Vlaamse Belastingdienst hiervoor minstens jaarlijks bezorgt, zonder rekening te houden met extra verkavelingen of bedrijventerreinen.

  • Ontvangsten uit het gemeentefonds
    • De gemeente is ook in sterke mate afhankelijk van werkingssubsidies. De afhankelijkheidsgraad van deze belasting bedraagt 15%, zijnde het aandeel van het gemeentefonds in het totaal van de gecorrigeerde exploitatie-ontvangsten (gemiddelde over MJP 2026-2031).

De prognoses en ramingen worden nauwgezet opgevolgd en telkens bijgestuurd in een aanpassing meerjarenplan.

 

3. Pensioenkosten politiek personeel en statutaire ambtenaren

Pensioenfinanciering

De lokale besturen zijn verplicht om hun personeelsleden, uitvoerende mandatarissen en rechthebbenden een pensioen te garanderen. Er bestaat een fundamenteel onderscheid in de wettelijke pensioenregeling naargelang het gaat om politiek, statutair of contractueel personeel.

Politiek personeel

De wet van 8 december 1976 tot regeling van het pensioen van sommige mandatarissen en dat van hun rechtverkrijgenden verplicht de gemeenten en OCMW’s om voor hun gewezen burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters een pensioen te garanderen. Die pensioenen komen dus rechtstreeks en integraal ten laste van het lokale bestuur. De mandatarissen dragen zelf wel bij aan de financiering van hun pensioenen door de inhouding van een persoonlijke bijdrage van 7,5% op het brutoloon.

In Sint-Katelijne-Waver werden hiervoor geen reserves aangelegd of pensioenverzekeringen aangegaan. De inkomsten (7,5% op het brutoloon) gaan rechtstreeks in de begroting, de uitgaven voor de pensioenen van de gewezen uitvoerende mandatarissen en eventuele rechthebbenden komen rechtstreeks uit de begroting van dat jaar.

De besturen die zelf pensioenkas zijn, zoals Sint-Katelijne-Waver, moeten hun pensioenverplichtingen tot uiting brengen door een voorziening te boeken (en jaarlijks te actualiseren) op hun balans in hun algemene boekhouding. De voorziening die geboekt werd in jaarrekening 2025 bedraagt 4.583.108,73 euro.

Enkel de uitbetaling van de pensioenen is zichtbaar in de budgettaire boekhouding. In 2026 bedragen de uitgaven voor de pensioenen van het politiek personeel 258.639,49 euro. In het meerjarenplan wordt dit jaarlijks met 2% geïndexeerd. Het is heel moeilijk hierover verder prognoses te maken, aangezien het om een relatief kleine groep gaat, waarbij enkele overlijdens van ex-mandatarissen en eventuele rechthebbenden meteen een grote impact hebben. Uitgaven worden ook gemilderd door de afschaffing van de preferentiële tantièmes en de verhoging van de pensioenleeftijd, weliswaar met verworven rechten.

We leggen wel een provisie aan voor mogelijke uittredingsvergoedingen voor politieke mandatarissen van 100.000 euro in 2031.

Statutair personeel

De pensioenlasten (van de vastbenoemden) van de Vlaamse lokale besturen blijven stijgen. De financiering van de lokale pensioenlasten gebeurt met twee stromen:

  1. De lokale besturen betalen de wettelijke basispensioenbijdrage die berekend wordt op het salaris van de actieve statutairen.
  2. De responsabiliseringsbijdrage: wanneer het bovenstaand bedrag aan wettelijke basispensioenbijdrage die het lokaal bestuur betaalt lager is dan de pensioenlast van de gewezen vastbenoemde personeelsleden in datzelfde jaar.

Voor 2025 bedraagt de basispensioenbijdrage 45%. Dit omvat 37,5% werkgeversbijdrage en 7,5% persoonlijke bijdrage. Deze stijging is te wijten aan de vergrijzing en het gesloten financieringssysteem. Voor de ex-pool-1 besturen, waaronder Sint-Katelijne-Waver, heeft de federale regering een ontwerpbesluit goedgekeurd waarbij de werkgeversbijdrage in 2025 geen 37,5% bedraagt maar 34,5%. De VVSG pleit ervoor om de korting van 3% aan te houden zolang er middelen zijn in het ex-pool-1 reservefonds en verwacht dat door de oplopende pensioenlasten dat fonds vermoedelijk tegen eind 2028 uitgeput raakt. In het aangepast meerjarenplan is er echter voorzichtigheidshalve nog steeds vanaf 2028 een stijging van 3 procentpunt op de werkgeversbijdrage van de vast benoemende personeelsleden meegerekend, tot 37,5%.

In 2017 werd een geïntegreerde personeelsformatie en organogram opgesteld voor de gemeente en het OCMW. Tegelijk werd er beslist in regel enkel nog contractueel te gaan werven. Reden hiervoor is dat contractanten net omwille van het pensioenstelsel (en de ziekteregeling) goedkoper zijn, bovendien is er een grotere flexibiliteit. In afwijking daarvan kan de titularis van een statutaire functie bij de gemeente en het OCMW van Sint-Katelijne-Waver bij doorstroming binnen de organisatie zijn statuut behouden, zodat mobiliteit niet ontmoedigd wordt. Concreet komt het erop neer dat we een pijlsnelle contractualisering kennen. Het aandeel statutairen in VTE daalde van 47,1% in 2006 naar 17,7% in 2025. Ook de pensioenen van de statutaire gepensioneerde personeelsleden van het OCMW van Sint-Katelijne-Waver die naar het Zorgbedrijf Rivierenland gedetacheerd werden, zijn ten laste van Sint-Katelijne-Waver.

De keerzijde is dat we sinds enkele jaren de bovengenoemde responsabiliseringsbijdrage moeten betalen. Net als in heel wat besturen neemt deze responsabiliseringsbijdrage deze legislatuur sterk toe, van 472.000 euro te betalen in 2026 tot maar liefst 1.398.000 euro in 2031.

Deze responsabiliseringsbijdrage wordt op twee manieren gemilderd. Voor de financiering van de werknemerspensioenen (contractuelen) heerst het solidariteitsprincipe waar de federale overheid tussenkomt. Sedert jaren moedigt de overheid de uitbouw van de 2de pensioenpijler voor contractuelen aan. Dit doet men door middel van een financiële stimulans onder de vorm van een federale korting op de responsabiliseringsbijdrage, op voorwaarde dat de bijdrage minstens 3% vanaf 2020 bedraagt. Dat is in Sint-Katelijne-Waver het geval. In de beginfase werd de responsabiliseringsbijdrage jarenlang doorgerekend met een korting van 50% (coëfficiënt) voor die besturen die ingezet hebben op een stijging van de 2de pensioenpijler voor contractuelen (3%). Aangezien nagenoeg alle besturen intussen een 2de pensioenpijler van minstens 3%, was dit systeem niet langer houdbaar. In oktober 2025 hebben we een schrijven ontvangen van de Federale Pensioendienst waarbij de federale overheid beslist heeft dat de verminderingen op de responsabiliseringsbijdrage voor de jaren 2024 tot en met 2028 (berekening in 2025 tot en met 2029) vastgesteld worden op 30% van de kostprijs van de tweede pensioenpijler. Deze vermindering werd niet vertaald in de ramingen bezorgd door de Federale Pensioendienst en is dus ook nog niet opgenomen. 

Een tweede mildering bestaat uit een Vlaamse bijdrage in de kosten van de responsabiliseringsbijdrage sinds 2019. Voor de berekening van de dotatie vergelijkt Vlaanderen de door de Federale Pensioendienst berekende responsabiliseringsbijdrage met een theoretische responsabiliseringsbijdrage.

Voor de berekening van de theoretische responsabiliseringsbijdrage gebruikt Vlaanderen de volgende percentages:

  • 43% voor de wettelijke basisbijdrage
  • 75% voor de responsabiliseringscoëfficiënt.

Die percentages blijven de komende jaren ongewijzigd en gelden voor alle lokale besturen, ook voor lokale besturen die in werkelijkheid volledig geresponsabiliseerd zijn.

De door de FPD gehanteerde loonmassa voor de statutaire medewerkers wordt vermenigvuldigd met 43%. Dat is de basisbijdrage. Als de pensioenlast groter is dan de basisbijdrage, is er een tekort. Op dat tekort wordt een responsabiliseringscoëfficiënt van 75% toegepast. Zo wordt de theoretische responsabiliseringsbijdrage verkregen. Die vergeleken met de werkelijke (bruto) responsabiliseringsbijdrage. De Vlaamse dotatie bedraagt tot en met 2026 50 % van het laagste van die twee bedragen. Vanaf 2027 wordt de totale dotatie op de responsabiliseringsbijdrage verminderd met een bedrag van 38.000.000 euro. Deze vermindering wordt proportioneel verdeeld over de lokale besturen, in verhouding tot hun respectieve berekende dotatie.

Kortingen die lokale besturen krijgen voor pensioenpremies van hun contractuele medewerkers worden niet meegerekend. Ook eventuele verhogingen voor de besturen die geen (voldoende) aanvullende pensioenregeling hebben voor hun contractueel personeel worden niet meegerekend.

Voor Sint-Katelijne-Waver bedraagt de Vlaamse dotatie op basis van de responsabiliseringsbijdrage 166.000 euro in 2026, stelselmatig oplopend tot 374.480,77 in 2031.

Contractueel personeel

De pensioenen van het contractueel personeel van de lokale besturen en de financiering ervan zijn volledig hetzelfde als de werknemers van de private sector. Om de pensioenkloof tussen het statutair en het contractueel personeel te verkleinen, voorziet het bestuur in een 2de pensioenpijler voor haar contractueel personeel, wat ook in heel wat private ondernemingen het geval is. De huidige 2de pensioenpijler bedraagt sinds 1 januari 2020 4,5% van het brutoloon voor alle contractanten.

Tot 31 december 2021 was het bestuur aangesloten bij de groepsverzekering die aangeboden werd door Ethias en Belfius Insurance. Deze verzekeraars hebben in juni 2021 de bestaande groepsverzekering opgezegd per 1 januari 2022.

Sinds 1 januari 2022 zijn we aangesloten bij OFP (Organisme ter Financiering der Pensioenen) Prolocus. OFP Prolocus is een vastebijdragenplan waarbij de werkgever belooft een bepaalde bijdrage (een bijdrage uitgedrukt als een % van het aan de RSZ onderworpen brutoloon) te betalen zonder vastgesteld rendement. De behaalde rendementen worden toegekend conform het kaderreglement.

Het bestuur moet de vastgestelde bijdrage minimum betalen. Wanneer het wettelijk minimum rendement (momenteel 2,5%) niet behaald wordt, moet het bestuur bijkomende bijdragen betalen. Dit is tot op heden niet het geval. De 2de pensioenpijler (4,5%) wordt berekend op het jaarlijks geïndexeerd loon vermeerderd met de eindejaarstoelage. Ter vergelijking, bij de Vlaamse overheid bedraagt de 2de pensioenpijler 5% van het loon.

 

4.  Leningen aan verenigingen

Het verstrekken van leningen aan verenigingen brengt een risico op wanbetaling met zich mee, onder andere door beperkte solvabiliteit en wisselende bestuursploegen. 

Momenteel heeft ons bestuur volgende toegestane leningen lopen:

Toegestane lening aan: Ten bedrage van: Terugbetaalbaar op: Openstaand saldo op 01/01/2026: Afspraken terugbetaling:
Roosendael 100.000 € 10 jaar 60.000,00 € gestart in 2022 tot en met 2031
Scouts Parsival 62.500 € max. 20 jaar 39.000,00 € gestart in 2019 tot en met 2037
Scouts Roeland en Gidsen Sint-Lucia 62.500 € max. 20 jaar 33.750,00 € gestart in 2019 tot en met 2034
Red Boys Elzestraat 20.000 € 10 jaar 8.052,78 € gestart in 2020 tot en met 2029
Zorgbedrijf Rivierenland (via OCMW) 2.603.034,54 € 20 jaar 1.9825.321,02 €

gestart in 2019 tot en met 2038

Koninklijke Harmonie 25.000 € 6 jaar 20.830,00 €

gestart in 2025 tot en met 2030

KSK Wavria 100.000 € max. 10 jaar 70.000,00 €

gestart in 2024 tot en met (uiterlijk) 2033

KLJ Hagelstein 89.540,00 € 20 jaar 89.540,00 €

te starten in 2026 tot en met 2045

Deze risico's worden zo goed mogelijk afgedekt door volgende beheersmaatregelen: 

  • Strenge voorwaarden en duidelijke reglementen.
  • Screening van financiële draagkracht.
  • Nauwgezette opvolging tijdens looptijd.
 
5. Verbonden partijen

 

Dotaties aan politiezone, hulpverleningszone en kerkfabrieken moeten via duidelijke afspraken worden vastgelegd. Onzekerheid op federaal niveau blijft een risico. DBFM-contracten brengen bijkomende risico’s zoals hogere kosten bij vertragingen of wijzigingen in regelgeving. 

De dotaties aan de verbonden entiteiten werden op basis van de beschikbare informatie ingeschreven. De zeggenschap inzake een eventuele verhoging van de werkings- en/of investeringssubsidies aan de politiezone, hulpverleningszone en kerkfabrieken is eerder beperkt. De evolutie van hun tekorten zal jaarlijks dienen opgevolgd te worden. Hierbij moet erop aangedrongen worden dat de entiteiten ook zelf waar nodig ingrijpen en bijsturen en de nodige maatregelen treffen om hun financiële risico’s in te perken.

Specifiek voor IVAREM noteren we ook volgend risico: indien de wetgeving rond en daardoor de inkomsten uit hun zonnepanelenpark wijzigt/wijzigen, kan dat een negatieve impact hebben op hun werkingsmiddelen en daardoor ook op de tussenkomst van de gemeente. 

In het nieuwe schema verbonden entiteiten worden de financiële tussenkomsten getoond. 

Daarnaast staat het lokaal bestuur in bepaalde gevallen borg bij financiële instellingen voor leningen van andere besturen. Het betreft meestal besturen die niet bij machte zijn om eigen belastingen te heffen (OCMW) of intercommunales die voor de aanrekening van inkomsten afhankelijk zijn van een beheersoverdracht door de gemeente.

Het openstaand bedrag van deze waarborgen wordt jaarlijks meegedeeld aan de gemeente. Het bedrag van de borgstelling wordt opgenomen in de gemeentelijke boekhouding onder klasse 0 en jaarlijks geactualiseerd.

Ons bestuur staat momenteel borg voor de leningen van het Zorgbedrijf, Igemo, IVAREM, Zefier en de kerkfabriek van O.L.V.-Waver.

 

6. (Financiële) afhandeling lopende projecten bij intercommunales voor streekontwikkeling

Gemeenten maken voor hun streekontwikkeling steeds vaker gebruik van dienstverlenende samenwerkingsverbanden. Intercommunales dus, die vooral actief zijn op het vlak van ruimtelijke ordening en socio-economische expansie en instaan voor het verkopen van beschikbare bedrijfsgebouwen, realiseren van nieuwe tewerkstellingsterreinen en ontwikkelen van nieuwe woongelegenheden. Deze intercommunales ondersteunen tevens hun leden bij het realiseren van andere projecten die nood hebben aan financiële middelen en technische knowhow. Dankzij hun expertise kunnen besturen ontlast worden tijdens de ontwerp- en realisatiefase van complexe bouwwerken zoals openbare gebouwen, woon- en verzorgingscentra of jeugd- en sportcentra. Deze taken en services genereren inkomsten als een project tot realisatie wordt gebracht. Anderzijds ontstaan er ook uitgaven gedurende de hele ontwikkelingsfase. Zo zijn er onder meer de kosten voor de aankoop van de gronden en gebouwen (bij renovatie en gebiedsontwikkeling) of voor de constructie van gebouwen (bij projectontwikkeling). Tevens brengt de administratie overhead- en studiekosten met zich mee. De intercommunales rekenen daarom hun projecten pas integraal af bij oplevering of realisatie. Er wordt intern vaak gewerkt met een “rekening-courant”, een soort interne boekhoudrekening per gemeente waarop alle gemaakte kosten en geïnde inkomsten voor die gemeente worden geboekt. Het gevolg is dat deze financiële stromen en realisaties buiten balans worden geregistreerd. In diverse gemeenten is hiervan in de jaarrekening geen spoor terug te vinden.  Deze middelen maken deel uit van de reserves van de intercommunale, en zijn in principe niet uitkeerbaar. Dat betekent dat deze ook niet kunnen worden opgevraagd door de besturen en dus ook niet als opeisbare vordering mogen uitgedrukt worden in de boekhouding van de gemeenten. Het saldo kan wel worden aangewend ter financiering van projecten die de intercommunale in opdracht van de gemeenten realiseert. Projecten kunnen anderzijds ook een meerwaarde realiseren, waardoor het tegoed op de rekening-courant zal toenemen.

Voor onze gemeente bestaat er specifiek een risico met de ontwikkeling van Maanhoevevelden. De gemeente staat borg voor dit project voor een aanzienlijk bedrag (6.131.951,15 euro), terwijl het niet zeker is of dit ook effectief volledig zal kunnen ontwikkeld worden als woongebied. De evolutie van dit dossier wordt nauwgezet opgevolgd.

 

7. Projectplanning en budgettering

Lage realisatiegraad van investeringsprogramma’s leidt tot inefficiënt gebruik van middelen en onrealistische budgetten.

Bij de opmaak van het meerjarenplan werd er zoveel mogelijk rekening mee gehouden om projecten goed te spreiden in de tijd. Daarnaast zet ons bestuur sterk in op projectwerking, met regelmatige rapportering, waardoor ook de thesaurieplanning beter kan opgemaakt worden. Er bestaat ook de mogelijkheid om niet-gebruikte kredieten die niet meer nodig zijn, niet over te dragen. Ook werd in 2020 voor de opvolging van (investerings)projecten een applicatie aangekocht, Pepperflow, die op een eenvoudige en transparante manier weergeeft wat de status is van dit project en wat de budgettaire impact ervan is.

 

8. Opvolgen inkomende subsidies

Lokale besturen ontvangen heel veel subsidies. Maar lopen er ook even veel mis, vooral projectsubsidies. Het is belangrijk een goed zicht te hebben op alle subsidies die het bestuur ontvangt en deze in kaart te brengen. Tevens kan het aan te raden te zijn in de organisatie personeelsleden vrij te maken die actief op zoek gaan subsidiestromen waarop het bestuur mogelijks recht heeft. Dit heeft wel zijn gevolgen: het voorbereiden en het tijdig indienen van subsidiedossiers brengt best wel wat werk zich mee en vergt ook een goede communicatie en samenwerking tussen de diensten onderling.

Structurele toelagen worden opgenomen in de meerjarenplanning op basis van meerjarige cijfers verstrekt door de betoelagende overheid.

Het voorbereiden en tijdig indienen van subsidiedossiers projectsubsidies brengt heel wat werk met zich mee. In 2025 kocht het bestuur ook de toepassing 'Subsidiemanager' aan die onze organisatie moet helpen met het onderzoek naar en het opvolgen van extra projectsubsidies. 

 

9. Niet gerealiseerde (opbrengsten uit) verkoop patrimonium

Er wordt in dit meerjarenplan uitgegaan van de verkoop van een aantal sites uit het gemeentelijk patrimonium. Het risico bestaat steeds dat deze niet (tijdig) verkocht geraken of niet aan de gewenste prijs. 

 

10. Juridische geschillen

Steeds vaker stappen inwoners en ondernemingen naar de rechter om hun gelijk te halen in geschillen waarbij lokale  overheden betrokken zijn. Conflicten over fiscaliteit, omgevingsvergunningen, 
overheidsopdrachten, aansprakelijkheid als wegbeheerder of de organisatie van lokale evenementen nemen toe. Het is belangrijk om dergelijke juridische procedures centraal op te volgen en de mogelijke (negatieve) financiële 
gevolgen tijdig en zorgvuldig in te schatten. Wanneer er sprake is van een aanzienlijke onzekerheid over de uitkomst  van een lopend geschil, kan het gemeentebestuur overwegen om hiervoor financiële provisies aan te leggen.

 

11. Toenemende druk op OCMW door hervormingen sociale wetgeving

  • Toename van financiële steunvragen door beperking werkloosheidsduur (BWIT): De invoering van een beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd (BWIT) kan leiden tot een verschuiving van personen richting het OCMW. Hoewel er gedeeltelijke federale subsidies voorzien zijn om een stijging van het aantal leeflonen op te vangen, dekken deze mogelijk niet de volledige bijkomende kost. Bovendien zullen niet alle betrokkenen recht hebben op een leefloon, maar kunnen zij wel aankloppen bij het OCMW voor andere vormen van financiële steun. Dit kan resulteren in een stijging van aanvullende sociale hulp en een bijkomende druk op de lokale middelen.
  • Stijgende steunbehoefte door aangepaste berekening bestaansmiddelen (art. 34): Wijzigingen in artikel 34 van de wetgeving rond maatschappelijke integratie, met betrekking tot de berekening van de bestaansmiddelen van samenwonenden, kunnen een impact hebben op de financiële draagkracht van gezinnen. Indien de aangepaste regels ertoe leiden dat gezinnen minder middelen ter beschikking hebben of moeilijker rondkomen, kan dit resulteren in een verhoogde vraag naar aanvullende financiële steun vanuit het OCMW. Dit creëert een bijkomend financieel risico voor het lokaal bestuur.
  • Onzekerheid rond toekomstige wetgeving inzake maatschappelijke integratie en vreemdelingen (RMI en wet 1965): Toekomstige aanpassingen aan de regelgeving inzake het recht op maatschappelijke integratie (RMI) en de wet van 2 april 1965 betreffende de financiële ondersteuning van vreemdelingen kunnen een directe impact hebben op de uitgaven en organisatie van het OCMW. Wijzigingen in doelgroepafbakening, terugbetalingsmechanismen of bevoegdheidsverdeling kunnen leiden tot bijkomende kosten of administratieve lasten. De onzekerheid rond deze evoluties maakt het moeilijk om de financiële impact correct in te schatten.
  • Toegenomen werkdruk en personeelsimpact door complexe regelgeving: De cumulatie van bovenstaande wijzigingen zal naar verwachting niet alleen financiële gevolgen hebben, maar ook leiden tot een stijging van de werklast voor de sociale diensten. Een groter aantal dossiers, complexere regelgeving en bijkomende ondersteuningsvragen verhogen de druk op het personeel. Dit kan resulteren in nood aan extra personeelsinzet, verhoogd risico op uitval of verminderde dienstverlening, wat een structureel organisatorisch aandachtspunt vormt.
  • Budgettaire druk en investeringsverplichtingen door bindend sociaal objectief (BSO): De verplichtingen voortvloeiend uit het bindend sociaal objectief (BSO) kunnen een aanzienlijke impact hebben op het financieel beleid van het OCMW en het lokaal bestuur. De noodzaak om bijkomende sociale woningen of opvangcapaciteit te realiseren kan leiden tot belangrijke investeringsuitgaven, vaak op relatief korte termijn. Indien de realisaties achterblijven op de opgelegde doelstellingen, bestaat bovendien het risico op sancties of bijkomende druk vanuit hogere overheden. Dit kan de budgettaire ruimte voor andere beleidsprioriteiten beperken en vereist een zorgvuldige afstemming tussen sociale noden, ruimtelijke mogelijkheden en financiële draagkracht.

 

Grondslagen en assumpties

Terug naar navigatie - Grondslagen en assumpties - Grondslagen en assumpties

Drie soorten budgetten 

De schema’s van de BBC delen de werking op in drie rubrieken: het exploitatiebudget, het investeringsbudget en het financieringsbudget.  
 
1 - Exploitatie 

Deze rubriek bevat de dagelijkse uitgaven en ontvangsten. Deze budgetten volgen we op aan de hand van soort en cluster (details indeling in bijlage).  

2 - Investeringen 

De uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op deze rubriek, zijn aankopen of verkopen van patrimonium, machines, uitrusting of meubilair, maar ook investeringssubsidies. Deze elementen komen op de balans van ons bestuur, en worden gespreid in de tijd afgeschreven of verrekend.  
Achterliggend delen we onze investeringen op in projecten. Op deze manier zullen we ook rapporteren in de opvolgingsrapportering. Anders dan bij de exploitatie kunnen de investeringsprojecten doorgeschoven worden naar een volgend jaar indien ze zich niet zouden realiseren in het jaar waarin ze gebudgetteerd werden. 

Het college van burgemeester en schepenen bepaalt voor 1 maart van het nieuwe boekjaar, welk gedeelte van de kredieten voor de gemeente voor investeringen en financiering, die voor het vorige boekjaar opgenomen waren in het meerjarenplan maar nog niet zijn aangewend, overgedragen worden naar het lopende boekjaar. Het vast bureau doet hetzelfde voor het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

3 - Financiering 

Deze rubriek sommeert alle elementen die te maken hebben met de liquiditeiten: het opnemen en aflossen van leningen, het toestaan van (doorgeef)leningen en de recuperatie ervan. 

4 - Onbeschikbare gelden

Sinds de jaarrekening 2025 wordt een deel van de middelen geboekt als onbeschikbare gelden. Deze middelen hebben betrekking op een toegekende subsidie die over een periode van drie jaar kan worden aangewend. Jaarlijks wordt een overeenkomstige uitgave voorzien, waarbij de onbeschikbare gelden pro rata worden afgebouwd.

  

Algemeen

De opmaak van het meerjarenplan steunt op de input van de diverse diensten binnen de organisatie. Om tot een uniforme en betrouwbare raming te komen, werden de volgende uitgangsprincipes gehanteerd:

  • Jaar van realisatie: Uitgaven worden toegewezen aan het begrotingsjaar waarin zij effectief worden gerealiseerd en gefactureerd.
  • Basis voor exploitatie: Voor de raming van de exploitatie-uitgaven wordt uitgegaan van de rekeningcijfers van de voorgaande jaren, aangezien deze de meest accurate weergave bieden.
  • Impact investeringen: Bij investeringsprojecten wordt structureel rekening gehouden met de hiermee gepaard gaande exploitatiekosten in de daaropvolgende jaren (bijv. onderhoud, periodieke vervangingen).
  • Indexeringsbeleid: Exploitatie-uitgaven worden standaard geïndexeerd aan 2%, tenzij er een expliciete reden is om van 2% af te wijken of om de bedragen ongewijzigd te behouden, zoals bij bepaalde samenwerkingsovereenkomsten. In de praktijk blijkt dat onderhoudscontracten, nutsvoorzieningen, huurlasten, steunverlening en personeelskosten systematisch onderhevig zijn aan jaarlijkse indexering.

Daarnaast is het ook belangrijk mee te geven dat er geen uitgebreide budgetbesprekingen werden gehouden voor deze aanpassing van het meerjarenplan, maar dat er voornamelijk technische aanpassingen gebeurd zijn zoals o.a. de omzetting van de investering voor het nieuwe zwembad naar een DBFMO formule, het beheer en de uitbating van 't Gewent en het actualiseren van de personeelskosten  op basis van de meest recente gegevens (federaal planbureau van 2 juni 2026). Er volgt immers nog een tweede aanpassing van het meerjarenplan eind dit jaar.

We geven hieronder een overzicht van de prognoses die gehanteerd werden.


1 - Exploitatiekredieten

UITGAVEN

Personeelskredieten

Voor de opmaak van de personeelskredieten in het meerjarenplan worden de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd:

  • Indexatie van de loonkosten:
    De evolutie van de loontarieven volgt de prognoses van het Federaal Planbureau. Concreet is er een indexaanpassing gebeurd maart 2026 en worden de volgende indexaanpassingen voorzien in september 2026, maart 2027 en januari 2028, gevolgd door een jaarlijkse indexsprong telkens in de maand januari voor de daaropvolgende jaren.
  • Aanpassing van de maaltijdcheques:
    In het kader van de aangepaste regelgeving die een hoger maximaal bedrag voor maaltijdcheques toestaat, werden de maaltijdcheques verhoogd van 8 euro naar 10 euro in januari 2026. Een tweede verhoging naar 12 euro is gebudgetteerd voor 2027. Op deze manier voldoet Sint-Katelijne-Waver ook aan het sectoraal akkoord dat VVSG in het voorjaar van 2026 met de vakorganisaties afsloot.
  • Vacature-invulling:
    Voor elke geplande vacature wordt uitgegaan van de schaal zoals opgenomen in het organogram, waarbij rekening wordt gehouden met een gemiddelde anciënniteit van het personeel. Dit zorgt ervoor dat de raming van de loonkosten aansluit bij de beleidsmatige personeelsstructuur en de gebruikelijke ervaring van medewerkers.
  • Correctie voor sectorale verschillen en afwezigheden:
    Op basis van ervaring blijkt dat bepaalde sectoren gevoeliger zijn voor afwezigheden, zoals ziekte of het opnemen van specifieke verlofstelsels. Bovendien wordt niet altijd onmiddellijk overgegaan tot invulling van bepaalde vacatures. Om dit te weerspiegelen in de begroting, wordt een correctie van 5% toegepast op de ingeschreven budgetten voor het personeel BKO en het schoonmaakpersoneel. Deze correctie maakt de raming realistischer en voorkomt een overschatting van de personeelskosten.
  • Eerste pensioenpijler:
    Voor de raming van de kosten in de eerste pensioenpijler wordt uitgegaan van de bevestigde tarieven. Eventuele verminderingen zijn enkel in de eerste jaren opgenomen, conform de doorgestuurde prognose, vanaf 2028 is er een stijging van 3% bovenop de indexering.
  • Budgettaire impact van functieweging:
    Bij de begroting van de personeelskost is rekening gehouden met de budgettaire impact van de functieweging. De geraamde impact bedraagt € 200.000 per jaar (jaarlijks geïndexeerd) en wordt voorzien vanaf september 2026.
  • Herziening personeelsbezetting:
    De personeelsformatie werd grondig geanalyseerd. Hierbij werd niet uitgegaan van het louter formele organogram, maar van de effectief ingevulde prestaties binnen de organisatie. Er werd onderzocht welke personeelsleden die hun pensioen hebben aangevraagd, dienen te worden vervangen en op welk functieniveau deze vervangingen best plaatsvinden. Daarnaast werd bepaald welke bijkomende taken het lokaal bestuur in de komende jaren zal opnemen en welke personeelsinzet hiervoor vereist is. Eveneens werd nagegaan welke taken kunnen worden geautomatiseerd en voor welke domeinen bijkomende of gespecialiseerde expertise noodzakelijk is. Bovendien werd een buffer voor onvoorziene personeelskosten ingeschreven ten bedrage van 45.000 euro (ongeïndexeerd) om onverwachte wijzigingen in de personeelsinzet of -lasten op te kunnen vangen.
  • Voorkeur voor contractueel statuut bij vervangingen:
    Het bestuur kiest ervoor om personeelsleden die vertrekken of met pensioen gaan, te vervangen via aanwerving onder contractueel statuut, in plaats van via statutaire benoeming.  In afwijking daarvan kan de titularis van een statutaire functie bij de gemeente en het OCMW van Sint-Katelijne-Waver bij doorstroming binnen de organisatie zijn statuut behouden, zodat mobiliteit niet ontmoedigd wordt.
  • Responsabiliseringsbijdrage:
    De uitgaven voor de responsabiliseringsbijdragen worden overgenomen volgens de prognoses van de Federale Pensioendienst. Deze uitgaven stijgen doordat de verhouding tussen het aantal actieve statutaire personeelsleden versus het aantal gepensioneerde statutaire ex-personeelsleden verder daalt.
  • Uittredingsvergoedingen:
    Dit gaat om de vergoeding die wordt toegekend aan een mandataris bij het beëindigen van zijn of haar politiek mandaat, met als doel de overgang naar een andere professionele activiteit of de arbeidsmarkt te ondersteunen. In het huidige meerjarenplan is er 100.000 euro voorzien voor de toekenning van een uittredingsvergoeding op het einde van deze legislatuur.
  • Regeling voor presentiegelden:
    De uitbetaling van presentiegelden gebeurt op basis van een vastgelegd tarief per zitting, conform eerdere beslissingen van het bestuur. Deze vergoedingen zijn onderworpen aan indexering. Het recht op presentiegelden geldt voor officiële vergaderingen zoals de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn, de raadscommissies en de deontologische commissie. In gevallen van te late aankomst of vroegtijdig vertrek op de raadscommissie wordt het presentiegeld gehalveerd. 
  • Hervorming van dienst- en afscheidspremies:
    De vroegere werkwijze waarbij personeelsleden een premie ontvingen bij 25 of 35 jaar dienst, evenals een afscheidspremie bij pensionering, werd hervormd. Deze vergoedingen worden voortaan uitgekeerd in overeenstemming met de wettelijk toegelaten premies en worden geboekt als personeelskost, terwijl ze vroeger als subsidie werden opgenomen.
  • Connectiviteitsvergoeding:
    Bij de opmaak van het budget werd de connectiviteitsvergoeding gebudgeteerd als werkingskost, deze moet boekhoudkundig verwerkt worden als een loonkost, dit werd gecorrigeerd.

Aankoop van goederen en diensten

Voor de aankoop van goederen en diensten wordt een algemene stijging van 2% gehanteerd. Er zijn echter een aantal uitzonderingen waarvoor geen indexering wordt voorzien, zoals onder andere de telefoonkosten.

Daarnaast zijn er kostenposten die niet jaarlijks worden ingeschreven, omdat ze slechts periodiek moeten worden uitgevoerd. Dit betreft onder meer bvb.  de EPC-attesten voor jeugd- en sportgebouwen, SEMU-licenties, onderhoud en eventuele vervanging van AED-toestellen. Deze uitgaven worden opgenomen in het jaar waarin ze effectief worden verwacht.

Hieronder sommen we nog enkele uitzonderingen op:

  • Frankeringskosten
    De frankeerkosten vertonen een schommelend verloop. Dit is te verklaren door de geplande gefaseerde omschakeling naar digitale verzending, waardoor de kosten in de toekomst zullen dalen, maar tijdens de overgangsperiode nog variabel blijven.
  • Evenementenhal en bestaande infrastructuur
    De nieuwe evenementenhal werd opgeleverd op het einde van het eerste kwartaal van 2026. Dit brengt een aantal eenmalige kosten met zich mee voor de inrichting en ingebruikname van de zaal. Tegelijkertijd blijven er in 2026 en 2027 nog kosten voorzien voor bestaande infrastructuur, zoals bibliotheek Leyland en het Huis van de Verenigingen, tot de overgang volledig is afgerond.
  • Zwembaden
    Voor de zwembaden wordt uitgegaan van een uitbating van de twee bestaande zwembaden tot midden 2030. Nadien volgt de overgang naar de exploitatie van het nieuwe zwembadcomplex via de DBFMO formule en daarvoor werd er een 
    beschikbaarheidsvergoeding voorzien (i.p.v. de investering opgenomen bij opmaak MJP): 840.000 euro in 2030 en 1.680.000 euro in 2031.
  • Huisvuilverwerking
    Vanaf 2027 wordt voorzien in een overgang van de klassieke huisvuilzakophaling naar een diftarsysteem. Hierbij geldt dat de prijszetting verschilt tussen het diftarsysteem en de klassieke huisvuilzakkenophaling. Er werd ook al rekening gehouden met de milieuheffing. 
  • Eénmalige uitgaven (> 25.000 euro)
    In de aangepaste begroting zijn daarnaast enkele eenmalige uitgaven opgenomen; voor dit overzicht beperken we ons tot posten met een bedrag van meer dan € 25.000.
    • € 315.633 – Externe ondersteuning voor personeel van de diensten patrimonium, milieu en omgevingsvergunningen
    • € 27.000 – Afzeven van gronden
    • € 35.000 – (Intergemeentelijke) functieweging
    • € 37.000 – Bemiddeling Maenhoevevelden
    • € 27.000 – Uitwerking van initiatieven rond beheer van watervoorraden en -verbruik ten behoeve van de land- en tuinbouwsector
    • € 60.000 – Buffer voor onvoorziene omstandigheden, zodat een aanpassing van het meerjarenplan niet onmiddellijk noodzakelijk is

Toegestane subsidies

De toegestane subsidies zijn ingedeeld in verschillende categorieën:

  • Wettelijke tussenkomsten:
    Dit omvat onder meer bijdragen aan de politiezone Bodukap, de hulpverleningszone en kerkfabrieken. Voor deze subsidies volgen we de door de betrokken partners opgegeven cijfers.
  • Samenwerkingsovereenkomsten:
    Diverse subsidies worden toegekend op basis van samenwerkingsovereenkomsten met externe partijen. Sommige van deze overeenkomsten voorzien in indexering, terwijl andere status quo blijven. Indien een deel van de subsidie betrekking heeft op personeelskost, wordt in de meeste gevallen een indexering toegepast. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn SKWinkel en Wonen langs Dijle en Nete.
  • Subsidiereglementen:
    Binnen de gemeentelijke subsidiereglementen wordt een onderscheid gemaakt tussen werkingssubsidies, die wel worden geïndexeerd, en andere subsidies, waarvoor geen indexering geldt.

Uitgaven leefloon en individuele hulpverlening

Bij het bepalen van de uitgaven voor leefloon en andere vormen van individuele hulpverlening is enerzijds uitgegaan van de reële cijfers van 2024. Anderzijds is getracht rekening te houden met de verwachte impact van de beperking van uitkeringen voor werklozen in de tijd, een maatregel die op federale beslissing wordt ingevoerd. Aangezien de exacte gevolgen hiervan moeilijk te berekenen zijn, zullen deze kosten nauwgezet gemonitord worden en, indien nodig, bijgestuurd.

Voor de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd werd gebruik gemaakt van de VVSG rekentool die daarvoor ter beschikking werd gesteld.  

Raming van financiële uitgaven (rentes)

De financiële uitgaven betreffen hoofdzakelijk renteverplichtingen aan diverse partijen. Voor de opname van deze uitgaven worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Contracten “licht als dienst” en “DBFM-scholen van Morgen”:
    De rentecomponenten van deze contracten worden verwerkt volgens de bestaande aflossingstabellen, conform de lopende overeenkomsten.
  • Intresten aan financiële instellingen:
    • Voor lopende leningen worden de uitgaven opgenomen op basis van de reële rentevoeten zoals vastgelegd in de aflossingstabellen.
    • Voor nieuwe leningen die nog moeten worden afgesloten ter financiering van investeringsprojecten, wordt gerekend met een rentevoet van 3,5% in 2026 en 3,75% in de periode 2027-2031.
  • Nalatigheidsintresten:
    Daarnaast is een klein bedrag voorzien voor nalatigheidsintresten. Deze post wordt status quo gehouden, zonder indexatie of wijziging ten opzichte van voorgaande jaren.

ONTVANGSTEN    

Het belangrijkste onderdeel van de exploitatieontvangsten betreft de belastingen, die een stabiele en voorspelbare basis vormen voor de gemeentelijke begroting. Daarnaast zijn de werkingssubsidies ook een belangrijke inkomstenbron. 

  • Aanvullende personenbelasting en opcentiemen roerende voorheffing:
    De prognoses zijn overgenomen van de FOD Financiën en de Vlaamse Belastingdienst. Voor deze raming is geen rekening gehouden met een mogelijke taks-shift, waardoor de cijfers aansluiten bij de bestaande federale en regionale ramingen.  Voor de aanvullende personenbelasting werd er door FOD Financiën een nieuwe prognose aangeleverd in maart 2026, welke in deze aanpassing werd opgenomen (+ € 2,3 mio).
  • Eigen belastingen en retributies:
    1. Bij de bepaling van de tarieven is een indexering toegepast op het oude tarief, waarmee de niet-indexering van de afgelopen zes jaar wordt gecompenseerd. Voor de komende jaren wordt voorzien in een jaarlijkse indexering op basis van de consumptieprijzen, zodat de ontvangsten in reële termen behouden blijven.
    2. Daarnaast is een nieuwe belasting op woningen zonder inschrijving ingevoerd.
    3. Tot slot  werd binnen het reglement voor aanplakborden de belasting op immo-borden en werfdoeken afgeschaft, gezien de onevenredige administratieve werklast ten opzichte van de beperkte opbrengsten.
    4. Voor de inschatting van de ontvangsten is uitgegaan van de cijfers van 2025, herberekend volgens het nieuwe tarief.
    5. Bij de prognose van Ivarem voor de afvalbelasting was er een berekeningsfout, deze werd aangepast en het krediet werd bijgesteld (- € 184.575,62).
  • Werkingssubsidies:
    De algemene werkingssubsidies, de omvangrijkste subsidies in de exploitatie, worden geraamd op basis van de prognoses van het portaal Binnenlands Bestuur, wat een betrouwbare referentie biedt voor de middellange termijn. Specifieke werkingssubsidies, zoals de subsidies voor scholen, worden geïndexeerd ten opzichte van 2025, zodat de financiële ondersteuning aansluit bij de evolutie van de kosten.  De nieuwe prognose van het gemeentefonds (maart 2026) werd opgenomen (- € 115.592,00).

 

2 - Investeringskredieten

UITGAVEN

De investeringsuitgaven worden ingedeeld in verschillende categorieën, elk met een eigen methode voor de raming:

  • Uitvoering van werken (gebouwen en wegen):
    Voor investeringen in werken aan gebouwen of wegen baseren we de raming op de huidig gangbare tarieven voor vergelijkbare werken. Dit biedt een realistische en consistente inschatting van de kosten.
  • Jaarlijkse vervangingsinvesteringen:
    Voor bepaalde jaarlijks terugkerende investeringen, meestal vervangingsinvesteringen, wordt doorgaans een vast bedrag voorzien. Dit bedrag wordt aangewend voor de meest dringende vervangingen. Concreet gaat het bijvoorbeeld om de vervanging van materiaal voor de dienst uitvoering en schoonmaak, alsook kleine investeringen in de scholen. In sommige gevallen worden deze kredieten doorgeschoven naar latere jaren om grotere aankopen te realiseren.
  • Specifieke vervangingsprojecten:
    Voor investeringen waarbij een concrete inschatting van de kostprijs mogelijk is, zoals de vervanging van het wagenpark of bepaalde IT-componenten, wordt een projectgerichte raming gemaakt. Hierbij wordt rekening gehouden met de werkelijke kosten van de vervangingsbehoefte.
  • Investeringssubsidies:
    • Kleinere investeringssubsidies (lokalensubsidies): Deze worden jaarlijks status quo opgenomen, zonder indexering.
    • Grote infrastructuurwerken: Voor omvangrijke projecten werken de diensten in samenspraak met de betrokken verenigingen een inschatting uit van de timing en het budget van de uit te voeren werken.
  • Oorspronkelijk was er een buffer voorzien van 100.000 euro voor onvoorziene zaken of voor beleidsopportuniteiten. Bij de overdracht van investeringen in februari 2026 werden de niet aangewende kredieten toegevoegd aan deze buffer. Deze buffer blijft behouden als volgt: 1.000.000 euro in 2026 en 500.000 euro in 2027.

ONTVANGSTEN

De investeringsontvangsten zijn geraamd op basis van bestaande subsidiemogelijkheden en verwachte opbrengsten uit de verkoop van patrimonium.

  • Investeringssubsidies:
    Voor de raming van investeringssubsidies is uitgegaan van de bestaande (conservatieve en realistische) subsidiemogelijkheden.
  • Verkoop van patrimonium:
    De verwachte opbrengsten uit de verkoop van gemeentelijk patrimonium zijn geraamd op basis van een schattingsverslag. Hierdoor wordt een betrouwbare inschatting gemaakt van de toekomstige inkomsten, waarbij zowel marktwaarde als timing van mogelijke verkopen in rekening zijn gebracht.

 

3 - Financiering

UITGAVEN

Bij het begroten van de financiële uitgaven wordt uitgegaan van de bestaande aflossingstabel voor lopende leningen. Op dit moment zijn de uitstaande leningen bij financiële instellingen beperkt, wat een stabiele basis biedt voor de financiële planning van de komende jaren. Een van de bestaande leningen betreft de Bodukap-lening, waarvan de aflossingen doorlopen tot 2028.

Voor 2026 is de toekenning van een lening aan jeugdverenigingen voorzien ter waarde van € 125.000. Deze maatregel ondersteunt de werking en investeringen van de betrokken verenigingen en is opgenomen in het meerjarenplan.

Daarnaast wordt in de meerjarenplanning rekening gehouden met de aflossingen van toekomstige leningen. Voor nieuwe leningen geldt dat de aflossing start in het jaar volgend op de toekenning van de lening, zodat de financiële lasten in de begroting tijdig kunnen worden voorzien.

Op deze manier wordt de planning van zowel lopende als nieuwe leningen op een gestructureerde en voorspelbare wijze in het meerjarenplan opgenomen, met aandacht voor zowel continuïteit als financiële stabiliteit.

ONTVANGSTEN

De financieringsontvangsten bestaan vooral uit nieuwe leningen, afgestemd op de thesauriebehoefte van het lokaal bestuur. Voor het meerjarenplan 2026-2031 is voorzien dat er in totaal € 38,17 miljoen aan leningen wordt opgenomen, met een looptijd van 20 jaar. Door deze gespreide aflossing blijft de financiële last beheersbaar en kunnen investeringen continu worden uitgevoerd.

Daarnaast omvatten de financieringsontvangsten de terugbetalingen van eerder toegekende leningen, geraamd op basis van de bestaande aflossingstabellen. Dit systematisch volgen van terugbetalingen versterkt de voorspelbaarheid van inkomsten.

Verwijzing naar documentatie