Toelichting

Ons plan

Toelichting bij de financiële toestand (M2)

Het schema M2  geeft een zeer beknopt overzicht weer van de financiële toestand van onze gemeente over de periode 2026-2031. 

Het beschikbaar budgettair resultaat (gemeente + OCMW) is het totaal van de liquide middelen nadat alle schulden zijn betaald en alle vorderingen zijn ontvangen op het einde van het jaar. Dit bedrag dient verplicht jaarlijks positief te zijn, en is dat ook zo in die nieuwe meerjarenplan 2026-2031. In 2026 bedraagt het beschikbaar budgettair resultaat 101.975 euro, en evolueert naar 1.143.589 euro in 2031.  In 2030 zit een piek qua investeringsuitgaven omwille van het nieuwe zwembad, waarvoor bankfinanciering zal nodig zijn. 

De autofinancieringsmarge (gemeente + OCMW) wordt berekend door de netto periodieke leningsuitgaven af te trekken van het exploitatieresultaat exclusief de kosten van de schulden. Deze moet enkel positief zijn op het einde van de planningsperiode, in dit geval op het einde van 2031. In 2026 bedraagt de autofinancieringsmarge 2.119.679 euro, en evolueert naar 1.491.098 euro in 2031. De autofinancieringsmarge daalt maar blijft ruim positief. 

De gecorrigeerde autofinancieringsmarge (gemeente + OCMW) houdt rekening met jaarlijkse aflossingen, ook bij alternatieve financieringsvormen, zodat zichtbaar wordt of de leninglasten al dan niet worden doorgeschoven naar een periode ná de planningsperiode. Als de autofinancieringsmarge kleiner is dan de gecorrigeerde autofinancieringsmarge is er geen probleem. In het geval de autofinancieringsmarge (veel) groter is dan de gecorrigeerde, zou dit er op kunnen wijzen dat een bestuur de leningslasten doorschuift naar een volgende legislatuur of generatie en is er mogelijk sprake van een fictief structureel evenwicht. Tot en met 2028 is de autofinancieringsmarge kleiner dan de gecorrigeerde autofinancieringsmarge en is er dus geen probleem. Aangezien de berekening van de gecorrigeerde autofinancieringsmarge rekening houdt met gecorrigeerde aflossingen aan 8% van de totale openstaande schuld, en ons bestuur in dit meerjarenplan bijna alle oude leningen aflost, de laatste jaren geen nieuwe leningen meer heeft aangegaan, en nu op in dit meerjarenplan wel heel wat nieuwe leningen zal aangaan (met het grootste aandeel in 2030) waarbij in het begin vooral intresten worden afgelost en de intrestvoeten opnieuw aan het stijgen zijn, is dit een logische verklaring. Er werden geen bulletleningen of andere gelijkaardige constructies gebruikt bij het inschrijven van de nieuwe leningen. Ook de gecorrigeerde autofinancieringsmarge blijft positief op het einde van 2031.

Wat betreft het gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar opgenomen als startbasis, is er hier ook voorzichtigheidshalve een bijsturing (-920.427 euro) gebeurd ten opzichte van het geraamde beschikbaar budgettair resultaat einde 2025 (4.632.341 euro), na opmaak van de jaarrekening 2024 en de overdracht van de kredieten van 2024 naar 2025. Aangezien er in 2025 geen aanpassing meer gebeurd is van het huidige meerjarenplan werd dit resultaat niet meer bijgestuurd, maar konden we ondertussen intern wel al een betere inschatting maken. Volgende bijsturing werd gedaan:

  • exploitatie-ontvangsten: + 1.285.983 euro (vnl. GAS-boetes, hogere belastingopbrengsten en extra subsidies)
  • exploitatie-uitgaven: - 603.463 euro (vnl. te hoog geraamde werkingskosten)
  • investeringsontvangsten: - 5.138.271 euro (vnl. subsidies die pas later zullen ontvangen worden en verkopen die pas later zullen gerealiseerd worden, en ook al werden opgenomen in het nieuwe meerjarenplan)
  • investeringsuitgaven: - 20.123.436 euro (vnl. investeringen die pas later zullen uitgevoerd/afgewerkt worden en ook al werden opgenomen in het nieuwe meerjarenplan)
  • financieringsontvangsten:  -18.015.411 euro (omwille van uitgestelde investeringen is geen opname van nieuwe leningen meer nodig in 2025)
  • financieringsuitgaven: - 220.373 euro (vnl. omwille van toegestane lening die ook al werd opgenomen in het nieuwe MJP)

Hierdoor werd er uitgegaan van een gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar (2025) van 3.711.914 euro bij de start van dit nieuwe meerjarenplan. 

Schema T1 : Overzicht ontvangsten en uitgaven functionele aard

Terug naar navigatie - Schema T1 : Overzicht ontvangsten en uitgaven functionele aard - Schema T1
T1: Ontvangsten en uitgaven naar functionele aard 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)
Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Algemeen directeur: Gunter Desmet
Financieel directeur: Britt Van den Broeck Journaalvolgnummers: 8688
2026 2027 2028 2029 2030 2031
Algemene financiering
Exploitatie
Uitgave 2.503.068 3.040.385 2.761.087 2.310.960 2.466.028 3.772.982
Ontvangst 46.575.953 41.847.299 36.190.099 38.274.746 55.314.899 38.813.813
Algemeen bestuur en ondersteunende diensten
Uitgave 10.572.809 10.065.723 10.351.795 10.412.121 10.876.632 11.194.096
Ontvangst 529.360 599.020 548.811 550.513 569.203 579.721
Burger, samenleving en sociaal beleid
Uitgave 23.383.657 23.357.923 23.342.916 23.372.661 23.760.540 23.662.802
Ontvangst 15.448.079 14.952.609 15.164.571 15.265.901 15.585.594 15.641.052
Jeugd, sport, cultuur en vrije tijd
Uitgave 18.334.184 4.056.849 3.874.065 3.812.283 17.762.732 4.362.935
Ontvangst 553.145 781.272 618.032 626.793 805.093 978.646
Grondgebiedzaken
Uitgave 10.670.055 15.509.141 12.535.998 12.411.119 14.405.980 11.698.389
Ontvangst 2.321.782 1.514.364 3.868.415 1.905.402 1.388.557 4.209.669
Veiligheid
Uitgave 5.112.754 5.206.851 5.057.664 5.189.839 5.286.532 5.364.768
Ontvangst 1.538.270 1.538.270 1.535.046 886.000 886.000 886.000
Algemeen totaal
Uitgave 70.576.527 61.236.872 57.923.525 57.508.983 74.558.444 60.055.972
Ontvangst 66.966.589 61.232.834 57.924.974 57.509.355 74.549.346 61.108.901
MJP 2026-2031 (beginkrediet 2026): Ontvangsten en uitgaven naar functionele aard 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)

Schema T2 : Overzicht ontvangsten en uitgaven economische aard

Terug naar navigatie - Schema T2 : Overzicht ontvangsten en uitgaven economische aard - schema T2
T2: Ontvangsten en uitgaven naar economische aard 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)
Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Algemeen directeur: Gunter Desmet
Financieel directeur: Britt Van den Broeck Journaalvolgnummers: 8688
EXPLOITATIE 2026 2027 2028 2029 2030 2031
I.Totaal exploitatie-uitgaven 47.631.348 48.650.507 49.591.125 50.385.040 51.788.106 53.938.795
A. Operationele uitgaven 47.460.850 47.997.405 48.850.897 49.624.954 50.977.355 52.466.336
1. Goederen en diensten 11.006.377 10.352.237 10.521.630 10.659.536 11.061.261 11.450.352
2. Bezoldigingen 25.843.227 26.781.145 27.392.948 27.785.928 28.523.031 29.469.869
a. Politiek personeel 790.860 806.490 822.431 838.690 855.274 874.909
b. Vastbenoemd niet-onderwijzend personeel 5.802.827 5.784.505 5.983.332 5.880.234 6.121.160 6.440.071
c. Niet vastbenoemd niet-onderwijzend personeel 10.553.619 11.320.336 11.604.624 11.923.533 12.232.854 12.550.550
d. Onderwijzend personeel ten laste van bestuur 0 0 0 0 0 0
e. Onderwijzend personeel ten laste van andere overheden 7.741.578 7.848.657 7.956.922 8.116.060 8.278.382 8.443.949
f. Andere personeelskosten 695.704 757.344 756.551 752.940 755.401 774.830
g. Pensioenen 258.639 263.812 269.089 274.470 279.960 385.559
3. Individuele hulpverlening door het O.C.M.W. 2.026.812 2.126.932 2.196.956 2.247.584 2.288.735 2.330.708
4. Toegestane werkingssubsidies 8.506.409 8.658.446 8.660.086 8.851.987 9.023.751 9.134.159
- aan de districten 0 0 0 0 0 0
- aan de eigen autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0
- aan de eigen autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 2.600.614 2.536.186 2.586.721 2.638.814 2.692.385 2.746.233
- aan andere OCMW-verenigingen 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 3.299.481 3.320.113 3.348.490 3.476.874 3.568.451 3.642.743
- aan de hulpverleningszone 1.358.984 1.358.984 1.358.984 1.358.984 1.358.984 1.358.984
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 327.351 351.952 363.847 370.885 378.067 377.199
- aan besturen van de eredienst 1.604 16.813 16.847 16.884 16.928 11.974
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0
- aan andere begunstigden 918.375 1.074.399 985.197 989.546 1.008.936 997.026
5. Andere operationele uitgaven 78.025 78.644 79.276 79.920 80.578 81.248
B. Financiële uitgaven 170.498 653.102 740.228 760.086 810.752 1.472.459
1. Rente 169.648 652.252 739.378 759.236 809.902 1.471.609
- aan financiële instellingen 56.008 532.162 614.534 633.722 687.070 1.351.568
- aan andere entiteiten 113.640 120.090 124.844 125.514 122.831 120.041
2. Andere financiële uitgaven 850 850 850 850 850 850
C. Rechthebbenden uit het overschot van het boekjaar 0 0 0 0 0 0
EXPLOITATIE 2026 2027 2028 2029 2030 2031
II. Totaal exploitatieontvangsten 50.811.587 52.039.169 53.524.577 54.126.418 55.422.218 56.914.909
A. Operationele ontvangsten 50.100.400 51.330.277 52.818.057 53.379.404 54.533.143 56.135.116
1. Ontvangsten uit de werking 2.371.164 2.433.953 2.510.926 1.899.388 2.025.629 2.157.552
a. Ontvangsten uit retributies 2.371.164 2.433.953 2.510.926 1.899.388 2.025.629 2.157.552
b. Andere ontvangsten uit de werking 0 0 0 0 0 0
2. Fiscale ontvangsten en boetes 25.729.296 26.772.640 27.664.599 28.478.082 28.882.109 29.741.548
a. Aanvullende belastingen 22.050.555 22.696.257 23.520.012 24.314.353 24.659.155 25.400.681
- Opcentiemen op de onroerende voorheffing 10.871.425 11.237.739 11.728.290 12.169.447 12.615.314 13.076.632
- Aanvullende belasting op de personenbelasting 10.735.015 11.005.282 11.329.337 11.674.492 11.565.445 11.837.511
- Andere aanvullende belastingen 444.115 453.236 462.385 470.415 478.395 486.538
b. Andere belastingen 2.793.741 3.191.383 3.259.587 3.278.728 3.337.955 3.455.867
c. Boetes 885.000 885.000 885.000 885.000 885.000 885.000
3. Werkingssubsidies 19.528.048 19.734.349 20.277.718 20.746.734 21.376.828 21.965.083
a. Algemene werkingssubsidies 7.462.205 7.580.287 7.916.301 8.217.905 8.533.978 8.856.883
- Gemeentefonds 5.658.469 5.719.925 5.907.852 6.102.173 6.303.271 6.512.009
- Andere algemene werkingssubsidies 1.803.736 1.860.362 2.008.449 2.115.732 2.230.707 2.344.874
- van de federale overheid 0 0 0 0 0 0
- van de Vlaamse overheid 1.803.236 1.859.862 2.008.449 2.115.732 2.230.707 2.344.874
- van de provincie 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 500 500 0 0 0 0
b. Specifieke werkingssubsidies 12.065.843 12.154.062 12.361.417 12.528.830 12.842.850 13.108.200
- van de federale overheid 1.414.493 1.448.882 1.449.855 1.455.478 1.482.028 1.510.735
- van de Vlaamse overheid 10.420.315 10.479.804 10.671.757 10.839.030 11.121.893 11.353.837
- van de provincie 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 231.035 225.376 239.805 234.322 238.929 243.629
4. Recuperatie individuele hulpverlening 165.373 168.660 172.014 175.434 178.923 182.481
5. Andere operationele ontvangsten 2.306.519 2.220.674 2.192.800 2.079.766 2.069.654 2.088.453
B. Financiële ontvangsten 711.187 708.892 706.520 747.013 889.075 779.793
C. Tussenkomst door derden in het tekort van het boekjaar 0 0 0 0 0 0
INVESTERINGEN 2026 2027 2028 2029 2030 2031
I. Totaal investeringsuitgaven 21.569.838 10.828.839 6.817.516 6.082.834 21.628.690 4.334.223
A. Investeringen in financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
1. Extern verzelfstandigde agentschappen 0 0 0 0 0 0
2. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten 0 0 0 0 0 0
3. Verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0
4. Andere financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
B. Investeringen in materiële vaste activa 19.622.102 10.061.077 6.378.885 5.696.324 21.260.581 4.164.314
1. Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige materiële vaste activa 18.667.102 9.791.077 6.108.885 5.426.324 20.990.581 3.894.314
a. Terreinen en gebouwen 14.825.000 2.060.000 1.027.000 652.000 14.236.900 139.500
b. Wegen en andere infrastructuur 1.890.084 6.193.000 4.382.240 4.455.725 6.248.459 3.287.448
c. Roerende goederen 1.511.471 1.097.481 672.547 292.677 479.953 246.197
d. Leasing en soortgelijke rechten 440.547 440.596 27.098 25.923 25.269 221.169
e. Erfgoed 0 0 0 0 0 0
2. Andere materiële vaste activa 955.000 270.000 270.000 270.000 270.000 270.000
a. Onroerende goederen 955.000 270.000 270.000 270.000 270.000 270.000
b. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0
C. Investeringen in immateriële vaste activa 293.500 105.000 67.500 55.000 65.000 0
D. Toegestane investeringssubsidies 1.654.236 662.761 371.131 331.509 303.109 169.909
- aan de districten 0 0 0 0 0 0
- aan autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0
- aan autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 143.000 0 0 0 0 0
- aan andere verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 213.560 285.215 108.185 108.185 108.185 108.185
- aan de hulpverleningszone 24.724 24.724 24.724 24.724 24.724 24.724
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 0 0 0 0 0 0
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0
- aan besturen van de eredienst 60.000 29.600 20.000 42.600 14.200 0
- aan andere begunstigden 1.212.952 323.222 218.222 156.000 156.000 37.000
INVESTERINGEN 2026 2027 2028 2029 2030 2031
II. Totaal investeringsontvangsten 2.219.185 5.454.582 2.947.269 958.394 382.638 3.735.061
A. Verkoop van financiële vaste activa 49.766 49.766 49.766 49.766 49.766 24.886
1. Extern verzelfstandigde agentschappen 0 0 0 0 0 0
2. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten 49.766 49.766 49.766 49.766 49.766 24.886
3. Verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0
4. Andere financiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
B. Verkoop van materiële vaste activa 350.000 4.670.000 25.000 25.000 25.000 625.000
1. Gemeenschapsgoederen en bedrijfsmatige materiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
a. Terreinen en gebouwen 0 0 0 0 0 0
b. Wegen en andere infrastructuur 0 0 0 0 0 0
c. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0
d. Leasing en soortgelijke rechten 0 0 0 0 0 0
e. Erfgoed 0 0 0 0 0 0
2. Andere materiële vaste activa 350.000 4.670.000 25.000 25.000 25.000 625.000
a. Onroerende goederen 350.000 4.670.000 25.000 25.000 25.000 625.000
b. Roerende goederen 0 0 0 0 0 0
C. Verkoop van immateriële vaste activa 0 0 0 0 0 0
D. Investeringssubsidies en -schenkingen 1.819.419 734.816 2.872.503 883.628 307.872 3.085.175
- van de federale overheid 0 0 0 0 0 0
- van de Vlaamse overheid 1.752.535 684.816 2.822.503 833.628 257.872 3.035.175
- van de provincie 0 0 0 0 0 0
- van de gemeente 0 0 0 0 0 0
- van het OCMW 0 0 0 0 0 0
- van andere entiteiten 66.884 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000
FINANCIERING 2026 2027 2028 2029 2030 2031
I. Totaal financieringsuitgaven 1.375.342 1.757.525 1.514.885 1.041.110 1.141.647 1.782.953
A. Vereffening van financiële schulden 1.250.342 1.757.525 1.514.885 1.041.110 1.141.647 1.782.953
1. Periodieke aflossingen van opgenomen leningen en leasings 1.250.342 1.757.525 1.514.885 1.041.110 1.141.647 1.782.953
2. Niet-periodieke aflossingen van opgenomen leningen en leasings 0 0 0 0 0 0
B. Vereffening van niet-financiële schulden 0 0 0 0 0 0
C. Toegestane leningen en betalingsuitstel 125.000 0 0 0 0 0
1. Toegestane leningen 125.000 0 0 0 0 0
- aan autonome provinciebedrijven (APB) 0 0 0 0 0 0
- aan autonome gemeentebedrijven (AGB) 0 0 0 0 0 0
- aan welzijnsverenigingen 0 0 0 0 0 0
- aan andere verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn 0 0 0 0 0 0
- aan de politiezone 0 0 0 0 0 0
- aan de hulpverleningszone 0 0 0 0 0 0
- aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) 0 0 0 0 0 0
- aan besturen van de eredienst 0 0 0 0 0 0
- aan niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen 0 0 0 0 0 0
- aan andere begunstigden 125.000 0 0 0 0 0
2. Toegestaan betalingsuitstel 0 0 0 0 0 0
D. Vooruitbetalingen 0 0 0 0 0 0
E. Kapitaalsverminderingen 0 0 0 0 0 0
FINANCIERING 2026 2027 2028 2029 2030 2031
II. Totaal financieringsontvangsten 13.935.817 3.739.084 1.453.127 2.424.544 18.744.489 458.930
A. Aangaan van financiële schulden 13.715.547 3.505.596 1.217.098 2.185.923 18.505.269 221.169
- opname van leningen en leasings bij financiële instellingen 13.275.000 3.065.000 1.190.000 2.160.000 18.480.000 0
- opname van leningen en leasings bij andere entiteiten 440.547 440.596 27.098 25.923 25.269 221.169
B. Aangaan van niet-financiële schulden 0 0 0 0 0 0
C. Vereffening van toegestane leningen en betalingsuitstel 220.270 233.488 236.029 238.621 239.220 237.761
1. Terugvordering van toegestane leningen 220.270 233.488 236.029 238.621 239.220 237.761
a. Periodieke terugvorderingen 220.270 233.488 236.029 238.621 239.220 237.761
b. Niet-periodieke terugvorderingen 0 0 0 0 0 0
2. Vereffening van betalingsuitstel 0 0 0 0 0 0
D. Vereffening van vooruitbetalingen 0 0 0 0 0 0
E. Kapitaalsvermeerderingen 0 0 0 0 0 0
F. Bijdragen en schenkingen niet gekoppeld aan operationele 0 0 0 0 0 0
BUDGETTAIR RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR 2026 2027 2028 2029 2030 2031
I. Exploitatiesaldo 3.180.239 3.388.662 3.933.452 3.741.377 3.634.112 2.976.115
II. Investeringssaldo -19.350.654 -5.374.257 -3.870.247 -5.124.440 -21.246.052 -599.162
III. Saldo van exploitatie en investeringen -16.170.414 -1.985.595 63.205 -1.383.062 -17.611.940 2.376.952
IV. Financieringssaldo 12.560.475 1.981.559 -61.758 1.383.434 17.602.842 -1.324.022
V. Budgettair resultaat van het boekjaar -3.609.939 -4.036 1.447 372 -9.098 1.052.930
MJP 2026-2031 (beginkrediet 2026): Ontvangsten en uitgaven naar economische aard 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)

Schema T3 : Evolutie financiële schulden

Terug naar navigatie - Schema T3 : Evolutie financiële schulden - Schema T3
T3: Evolutie van de financiële schulden 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)
Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Algemeen directeur: Gunter Desmet
Financieel directeur: Britt Van den Broeck Journaalvolgnummers: 8688
Geraamde financiële schulden 2026 2027 2028 2029 2030 2031
A. Financiële schulden op 1 januari 6.513.748 18.978.953 20.727.024 20.429.237 21.574.051 38.937.673
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 3.155.525 3.346.464 3.503.709 3.229.291 2.952.141 2.672.352
3. Schulden aan kredietinstellingen 1.469.635 14.280.901 16.408.726 16.919.693 18.341.657 35.985.069
4. Andere leningen 1.888.589 1.351.589 814.589 280.253 280.253 280.253
B. Nieuwe leningen en leasings 13.715.547 3.505.596 1.217.098 2.185.923 18.505.269 221.169
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 440.547 440.596 27.098 25.923 25.269 221.169
3. Schulden aan kredietinstellingen 13.275.000 3.065.000 1.190.000 2.160.000 18.480.000 0
4. Andere leningen 0 0 0 0 0 0
C. Aflossingen 1.250.342 1.757.525 1.514.885 1.041.110 1.141.647 1.782.953
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 249.608 283.351 301.516 303.073 305.059 281.696
3. Schulden aan kredietinstellingen 463.734 937.174 679.033 738.036 836.588 1.501.257
4. Andere leningen 537.000 537.000 534.336 0 0 0
D. Financiële schulden op 31 december (A+B-C) 18.978.953 20.727.024 20.429.237 21.574.051 38.937.673 37.375.889
1. Obligatieleningen 0 0 0 0 0 0
2. Leasingschulden en soortgelijke schulden 3.346.464 3.503.709 3.229.291 2.952.141 2.672.352 2.611.825
3. Schulden aan kredietinstellingen 14.280.901 16.408.726 16.919.693 18.341.657 35.985.069 34.483.811
4. Andere leningen 1.351.589 814.589 280.253 280.253 280.253 280.253
MJP 2026-2031 (beginkrediet 2026): Evolutie van de financiële schulden 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)

Overzicht investeringen met bijbehorende uitgaven en ontvangsten

Overzicht investeringen

Terug naar navigatie - Overzicht investeringen met bijbehorende uitgaven en ontvangsten - Overzicht investeringen
Overzicht van de investeringen 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)
Lemanstraat 63, 2860 Sint-Katelijne-Waver
Algemeen directeur: Gunter Desmet
Financieel directeur: Britt Van den Broeck Journaalvolgnummers: 8688
Overzicht investeringskredieten per actie 2026 2027 2028 2029 2030 2031
AC 1.1.1.1. Ondersteunen van kinderopvanginitiatieven bij personeel, werking en uitbreidingsplannen
Ontvangsten 186.666,67 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 62.222,23 62.222,22 62.222,22 0,00 0,00 0,00
AC 1.1.2.4. Actor BOA: organiseren van opvang en activiteiten binnen het lokaal kwaliteitskader
Uitgaven 30.000,00 0,00 30.000,00 0,00 30.000,00 0,00
AC 1.1.2.6. Renoveren en moderniseren van bestaande BKO’s
Uitgaven 66.500,00 27.500,00 5.000,00 5.000,00 5.000,00 5.000,00
AC 1.1.3.3. Organiseren van gemeentelijk onderwijs volgens leerplan 'Leer Lokaal' en de schoolnoden
Uitgaven 94.452,20 104.171,45 102.311,89 104.240,11 106.456,92 108.463,07
AC 1.1.3.6. Renoveren en moderniseren van basisschool Dijkstein
Ontvangsten 150.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 360.000,00 85.000,00 157.500,00 157.500,00 7.500,00 7.500,00
AC 1.1.3.7. Renoveren en moderniseren van basisschool Gloc
Ontvangsten 165.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 260.000,00 60.000,00 72.500,00 92.500,00 45.000,00 7.500,00
AC 1.1.3.8. Renoveren en moderniseren van basisschool Octopus
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 75.500,00 112.000,00 152.500,00 7.500,00 7.500,00 7.500,00
AC 1.1.3.9. Stimuleren van leesbevordering in samenwerking met scholen en bibliotheek
Uitgaven 41.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 1.2.1.8. Toegankelijk maken van openbaar domein, gebouwen en handelszaken
Uitgaven 10.000,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00
AC 1.3.4.2. Ontwikkelen van zorgzame buurten met focus op sociale inclusie en armoedebestrijding
Uitgaven 143.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 1.4.1.4. Verhogen van comfort op hondenweides
Uitgaven 12.500,00 10.000,00 10.000,00 5.000,00 5.000,00 5.000,00
AC 2.1.1.1. Opmaken van een kader voor kwaliteitsvolle verdichting en duurzaam ruimtegebruik
Uitgaven 20.000,00 20.000,00 20.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.2. Opmaken van RUP Midzelen met als doel kwalitatieve inbreiding te faciliteren
Uitgaven 0,00 35.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.3. Opmaken van een masterplan voor kern Pasbrug
Ontvangsten 0,00 1.200.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 20.000,00 20.000,00 50.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.4. Opmaken van een masterplan voor Elzestraat met focus op wonen en gemeenschapsfuncties
Uitgaven 790.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.1.5. Versterken van open ruimte in evenwicht met landbouw, recreatie en natuur via opmaak RUP
Uitgaven 7.000,00 0,00 20.000,00 20.000,00 20.000,00 0,00
AC 2.1.1.6. Opmaken RUP Veiling Oost
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 20.000,00 20.000,00 0,00
AC 2.1.1.7. Narekenen project Dorpveld
Ontvangsten 5.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 10.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.2.2. Instaan voor structureel beheer en onderhoud van het woonwagenpark aan de Spoorweglei
Uitgaven 15.000,00 15.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.1.2.5. Renoveren en moderniseren van de gemeentelijke noodwoningen
Ontvangsten 70.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 145.000,00 9.000,00 9.000,00 9.000,00 9.000,00 9.000,00
AC 2.2.1.3. Evalueren van beleid rond sluikstort en verhogen van controles op probleemlocaties
Uitgaven 7.500,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.2.1. Aanleggen van kleine landschapselementen en natuurlijke habitaten voor biodiversiteit
Uitgaven 19.000,00 14.000,00 14.000,00 14.000,00 14.000,00 14.000,00
AC 2.2.2.3. Uitvoeren van eenmalige inrichtingswerken op basis van goedgekeurde natuurbeheerplannen
Uitgaven 10.000,00 22.500,00 22.500,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00
AC 2.2.2.4. Opstellen van een bermbeheerplan voor ecologische bermen
Uitgaven 15.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.3.2. Verdere verledding van de openbare verlichting
Ontvangsten 49.766,00 49.766,00 49.766,00 49.766,00 49.766,00 24.886,00
Uitgaven 440.547,00 440.596,00 27.098,00 25.923,00 25.269,00 221.169,00
AC 2.2.3.3. Vervangen en verduurzamen van het gemeentelijke wagen- en machinepark
Uitgaven 343.250,00 110.000,00 241.250,00 22.000,00 22.000,00 22.000,00
AC 2.2.5.1. Uitbreiden van het gemeentelijk ruiterpadennetwerk
Uitgaven 100.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.6.1. Uitvoeren van natuurbeschermingsprojecten (met externe actoren)
Uitgaven 5.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.6.2. Uitwerken van een visie voor herstel en ontwikkeling van natte natuur
Uitgaven 9.500,00 15.000,00 2.500,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.7.1. Herstellen van natuurlijke oevers van waterlopen
Ontvangsten 0,00 12.500,00 53.973,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 64.500,00 280.000,00 70.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 2.2.7.2. Plannen en uitvoeren van periodiek grachtbeheer volgens onderhoudsplan en noodzaak
Uitgaven 150.000,00 153.000,00 156.060,00 159.181,20 162.364,82 165.612,12
AC 2.2.7.4. Voortzetten van onthardingsprojecten van het openbaar domein
Ontvangsten 0,00 60.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 200.000,00 150.000,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00
AC 3.1.1.3. Ontwikkelen van bib in 't Gewent als gastvrije ruimte naast thuis, school of werk
Uitgaven 25.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.10.1. Ondersteunen van kwetsbare inwoners voor deelname aan vrijetijdsactiviteiten
Uitgaven 1.200,00 2.700,00 900,00 1.500,00 900,00 1.500,00
AC 3.1.2.2. Aanbieden van structurele ondersteuning aan jeugdverenigingen
Uitgaven 350.500,00 13.000,00 13.000,00 13.000,00 13.000,00 13.000,00
AC 3.1.3.1. Aanbieden van structurele ondersteuning aan sportverenigingen
Uitgaven 379.000,00 129.000,00 24.000,00 24.000,00 24.000,00 24.000,00
AC 3.1.4.1. Optimaliseren van het gebruik van de sportinfrastructuur
Uitgaven 15.000,00 545.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.4.10. Beheren en uitbaten van zwembaden op continue basis
Uitgaven 12.000,00 10.100,00 10.302,00 10.508,04 5.359,10 0,00
AC 3.1.4.11. Uitbouwen van toegankelijke en duurzame speel-, sport- en vrijetijdsinfrastructuur
Ontvangsten 0,00 172.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 216.500,00 95.000,00 45.000,00 55.000,00 45.000,00 45.000,00
AC 3.1.4.2. Bouwen van een nieuw zwembad
Uitgaven 240.000,00 35.000,00 35.000,00 35.000,00 13.644.900,00 0,00
AC 3.1.4.3. Renoveren en moderniseren van sporthal Bruultjeshoek
Uitgaven 221.500,00 132.500,00 5.000,00 5.000,00 5.000,00 5.000,00
AC 3.1.4.4. Renoveren en moderniseren van multifunctionele zaal Loerenboske
Uitgaven 19.000,00 20.000,00 4.000,00 4.000,00 4.000,00 4.000,00
AC 3.1.4.9. Beheren en uitbaten van sporthallen en schoolturnzalen
Uitgaven 104.000,00 39.080,00 44.161,60 16.744,83 17.079,73 17.421,32
AC 3.1.5.1. Bouwen van de site ’t Gewent
Uitgaven 11.849.500,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.1.5.3. Uitbaten van de site 't Gewent
Uitgaven 86.769,00 3.000,00 3.000,00 3.000,00 3.000,00 3.000,00
AC 3.1.5.4. Investeringsbudget 't Gewent
Uitgaven 15.000,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00 10.000,00
AC 3.1.7.1. Ondersteunen van evenementen en projecten van lokale verenigingen
Uitgaven 13.000,00 3.060,00 3.121,20 3.183,62 3.247,30 3.312,24
AC 3.2.1.1. Aanbieden van diverse begraafvormen
Uitgaven 5.000,00 128.000,00 38.000,00 69.000,00 115.500,00 38.000,00
AC 3.2.2.2. Onderzoeken van de toekomstmogelijkheden van de site Midzeelhoeve
Ontvangsten 40.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 72.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 3.2.2.3. Renoveren en/of instandhouden van erfgoed in O.L.V.-Waver (kerk, pastorij, raadhuis)
Ontvangsten 0,00 60.000,00 100.000,00 108.000,00 200.000,00 20.000,00
Uitgaven 253.000,00 420.000,00 302.500,00 290.000,00 337.500,00 32.500,00
AC 3.2.2.5. Realiseren van het kerkenbeleidsplan en wettelijk ondersteunen van kerkfabrieken
Uitgaven 60.000,00 29.600,00 20.000,00 42.600,00 14.200,00 0,00
AC 3.2.2.6. Versterken van samenwerking met erfgoedpartners in functie van lokaal erfgoed
Ontvangsten 0,00 50.000,00 50.000,00 50.000,00 50.000,00 50.000,00
Uitgaven 418.730,00 119.000,00 119.000,00 119.000,00 119.000,00 0,00
AC 3.3.1.2. Ondersteunen van detailhandel en horeca
Uitgaven 32.500,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.1.1. Uitvoeren van mobiliteitsstudies bij wegenisdossiers (indien nodig)
Uitgaven 10.000,00 0,00 10.000,00 0,00 10.000,00 0,00
AC 4.1.3.1. Aanleggen van trage weg tussen Stationsstraat en Goorboslei
Uitgaven 135.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.2. Aanleggen van veilige voet- en fietspaden langs de N14 (deel Hertstraat - grens Duffel)
Uitgaven 13.000,00 50.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.3. Aanleggen van veilige voet- en fietspaden langs de N1-Antwerpsesteenweg
Uitgaven 0,00 0,00 25.000,00 25.000,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.4. Realiseren van fietsverbinding Zorgvliet (fase 2: spoorwegzate - Zorgvliet)
Uitgaven 0,00 265.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.5. Heraanleggen van fietssnelweg aan Stationsplein
Ontvangsten 0,00 0,00 170.000,00 170.000,00 0,00 0,00
Uitgaven 0,00 500.000,00 600.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.6. Opstellen van een masterplan voor trage wegen en veilige verbindingen
Uitgaven 10.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.3.7. Realiseren van stationstunnel in samenwerking met Infrabel
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 0,00 50.000,00 50.000,00
AC 4.1.3.8. Vernieuwen van voet- en fietspaden langs toegangswegen naar de dorpskernen
Uitgaven 60.000,00 1.180.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.1. Uitvoeren van buitengewoon onderhoud aan weg- en fietsinfrastructuur
Uitgaven 450.000,00 459.000,00 468.180,00 477.543,60 487.094,47 496.836,36
AC 4.1.4.10. Heraanleg wegenis en riolering Rozendaalweg, Kuikenstraat,…
Uitgaven 0,00 65.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.11. Heraanleg wegenis en riolering wijk De Nayer
Uitgaven 30.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.12. Heraanleg wegenis en riolering Wilsonstraat: Halewijnstraat t.e.m. grens Duffel
Uitgaven 0,00 25.000,00 25.000,00 50.000,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.13. Heraanleg wegenis en riolering Wolvenstraat
Uitgaven 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 30.000,00
AC 4.1.4.16. Ontvangen van subsidies voor de heraanleg van de Molenstraat
Ontvangsten 711.822,39 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.17. Verfraaien van de Lemanstraat en de kern van het centrum
Uitgaven 40.000,00 250.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.18. Heraanleg Beukheuvel
Uitgaven 0,00 20.000,00 0,00 20.000,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.2. Herinrichten van dorpskern Onze-Lieve-Vrouw-Waver inclusief heraanleg Dijk-Dorp
Ontvangsten 363.833,79 318.833,79 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 93.500,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.3. Heraanleg wegenis en riolering Berlaarbaan
Ontvangsten 0,00 0,00 2.400.000,00 0,00 0,00 2.400.000,00
Uitgaven 200.000,00 1.750.000,00 1.825.000,00 3.025.000,00 5.000.000,00 0,00
AC 4.1.4.4. Heraanleg poort zone centrum - zijde Leliestraat
Uitgaven 45.000,00 186.000,00 188.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.5. Heraanleg site Valkstraat met aandacht voor ruimtelijke en functionele noden
Uitgaven 75.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.6. Heraanleg wegenis en riolering (Oude-)Bergstraat, Heiken en Slameuterstraat i.s.m. Pidpa
Ontvangsten 0,00 0,00 0,00 500.000,00 0,00 500.000,00
Uitgaven 20.000,00 90.000,00 200.000,00 539.000,00 539.000,00 2.524.000,00
AC 4.1.4.7. Heraanleg wegenis en riolering Jozef Van Esschestraat en Sint-Libertusstraat
Uitgaven 90.000,00 270.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.8. Heraanleg wegenis en riolering Lintseheide, Waterstraat en Heidestraat
Uitgaven 0,00 50.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.1.4.9. Heraanleg wegenis en riolering Lombaardstraat en Kouter
Uitgaven 40.000,00 550.000,00 640.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.2.2.2. Aanleggen van toegankelijke bushaltes volgens het Masterplan Toegankelijkheid
Ontvangsten 25.000,00 10.000,00 20.000,00 0,00 0,00 30.000,00
Uitgaven 0,00 170.000,00 85.000,00 0,00 0,00 0,00
AC 4.2.2.3. Realiseren van geplande hoppinpunten uit regionaal mobiliteitsplan Vervoerregio Mechelen
Ontvangsten 35.700,00 0,00 25.000,00 0,00 0,00 25.000,00
Uitgaven 10.700,00 0,00 10.000,00 0,00 0,00 11.000,00
AC 4.3.1.1. Vernieuwen en optimaliseren van ANPR-, flitspalen- en andere meetsystemen
Uitgaven 221.000,00 150.000,00 150.000,00 150.000,00 0,00 0,00
AC 5.2.3.1. Implementeren van burgerbudgetten als onderdeel van het vernieuwde participatiebeleid
Uitgaven 60.000,00 0,00 60.000,00 0,00 60.000,00 0,00
AC 5.3.1.1. Renoveren en moderniseren van het gemeentehuis
Uitgaven 178.500,00 67.500,00 87.500,00 7.500,00 72.500,00 7.500,00
AC 5.3.1.2. Renoveren en moderniseren van de werkplaats en het gemeentelijk magazijn
Uitgaven 260.000,00 5.000,00 30.000,00 5.000,00 5.000,00 5.000,00
AC 5.3.3.4. Waarborgen van de algemene veiligheid in de gemeente via geïntegreerd veiligheidsbeleid
Uitgaven 238.284,13 309.939,13 132.909,13 132.909,13 132.909,13 132.909,13
NIDOV - Financiële zaken
Ontvangsten 49.512,00 51.482,00 53.530,00 55.628,00 57.872,00 60.175,00
NIDOV - Gebouwen
Uitgaven 90.000,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
NIDOV - Interne organisatie
Uitgaven 412.300,00 657.370,00 89.500,00 7.500,00 131.410,00 7.500,00
NIDOV - Openbaar domein
Ontvangsten 16.883,80 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Uitgaven 16.883,80 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
NIDOV - Patrimonium
Ontvangsten 350.000,00 3.470.000,00 25.000,00 25.000,00 25.000,00 625.000,00
Uitgaven 855.000,00 270.000,00 270.000,00 270.000,00 270.000,00 270.000,00
MJP 2026-2031 (beginkrediet 2026): Overzicht van de investeringen 2026-2031
Gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver (0207.509.724 / 0212.170.276)

Overzicht personeelsinzet

Terug naar navigatie - Overzicht personeelsinzet - Overzicht personeelsinzet

BBC 3.0 legt andere richtlijnen op dan voorheen m.b.t. het overzicht van de personeelsinzet. Hierdoor is de tabel niet meer 100% vergelijkbaar met het vorige meerjarenplan. Minstens is het aantal voltijdse equivalenten per afdeling (directie) verplicht. Om het informatiegehalte voor de raadsleden te verhogen tellen wij het aantal VTE per (sub)dienst i.p.v. per directie. In het vorige meerjarenplan telden we het aantal VTE per niveau. Dat wordt hier omwille van de nieuwe richtlijnen niet meer weergegeven, maar blijft opgenomen in het organogram.

De teldatum verschuift van 1/10 naar 31/12. De telling op 31/12 wordt immers verplicht voor de jaarrekening en met oog op de vergelijkbaarheid houden we dit referentietijdstip ook aan voor het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de opvolgingsrapportering.

Hoewel dit niet wettelijk verplicht is, willen we de raadsleden in staat stellen om de vergelijking met het einde van de vorige legislatuur te maken. Daarom hebben we de toestand op 31/12/2024 gereconstrueerd. Het gaat hier om de reële bezetting, die steeds lager uitvalt dan de geraamde invulling, gelet op personeelsleden in ziekteverlof, met verminderde prestaties of door de tijdsduur om een functie ingevuld te krijgen na vertrek van een personeelslid. Aangezien 31 december 2025 al heel dicht bij ligt, zal de raming voor 2025 nauw aansluiten bij de reële bezetting op dat moment. Dit verklaart tevens waarom de ramingen voor de volgende jaren hoger liggen. Dit was ook het voorbije meerjarenplan het geval. In de jaarrekening zal dan telkens de raming vervangen worden door de reële bezetting op 31 december van het betrokken jaar.

Een aantal functies wordt bij pensionering of vertrek niet of maar gedeeltelijk vervangen. Om dit te kunnen realiseren zetten we in op efficiëntiewinsten. Daarnaast zijn er een aantal nieuwe functies om de beleidsprioriteiten van het nieuwe meerjarenplan te kunnen uitvoeren. De verwachting is dat door de combinatie van nieuwe en uitdovende functies het aantal VTE doorheen de legislatuur licht zal afnemen.

Evenmin wettelijk verplicht, voegen we ook nog de personeelsformatie in VTE per (sub)dienst toe, inclusief de uitdovende en geblokkeerde functies en de formatie na uitdoving. De bezetting blijft vanzelfsprekend onder de formatie, m.u.v. de bibliotheek, waar we voor enkele uren tijdelijk bijkomende aanstellingen deden om de ingebruikneming van 't Gewent voor te bereiden (wegens afwezigheid van de projectleider die tot een andere dienst behoort). Bij uitdoving van functies doorheen de legislatuur verdwijnen deze ook uit de formatie.

Jobstudenten en monitoren zijn in deze tabel niet meegeteld. Personeelsleden die langer dan één maand ziek zijn, worden niet meegeteld, hun eventuele vervangers wel. Bij de ramingen tellen we personeelsleden volgens hun meest waarschijnlijke tewerkstellingsbreuk op dat moment. Bijv. een medewerker die al jaren 4/5 werkt en van wie we redelijkerwijs kunnen aannemen dat dit ongewijzigd blijft, wordt ook in de ramingen als 4/5 opgenomen.

 

 

Terug naar navigatie - Overzicht personeelsinzet - Overzicht personeelsinzet 2026-2031
Personeelsinzet formatie bezetting raming
huidig uitdovend geblokkeerd na uitdoving 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
burgerzaken en onthaal 13,6 1,6 0,8 12 11,5 11,1 12,1 11,8 11,8 11,8 11,8 11,8
financiën (incl. lokale economie) 9,5 2 0 7,5 7,4 6,8 7,3 7,3 7,3 7,3 7,3 7,3
personeel 5,9 0,4 0 5,5 5,1 5,2 5,3 5,3 5,3 5,5 5,1 5,1
patrimonium en contractbeheer 4,4 0 0 4,4 3,3 3,3 4,3 4,3 4,3 4,3 4,3 4,3
organisatie 11 0,5 0 10,5 6,8 8,8 9,8 10,0 10,1 10,1 10,1 10,1
directie 5 0 0 5 4,9 4,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0
omgeving 12 0 0 12 8,0 11,5 11,4 11,4 10,9 10,9 10,9 10,9
openbare werken 11 1 0 10 7,2 7,8 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0
schoonmaak 17,41 1,5 0 15,91 15,3 16,3 15,3 15,3 15,3 15,3 15,3 15,3
uitvoering 40,4 8 3 32,4 32,8 33,3 34,2 34,2 32,4 32,4 32,4 32,4
samenleving en vrije tijd 12 1 0 11 8,5 9,7 10,6 10,7 10,7 10,7 10,7 10,7
huis van het kind (zonder BKO) 6,7 0 0 6,7 6,2 6,2 6,5 6,5 6,5 6,5 6,5 6,5
BKO 17,8 0 0 17,8 16,5 15,9 17,8 17,8 17,8 17,8 17,8 17,8
bibliotheek 5,97 0,17 0 5,8 6,1 6,1 6,0 5,8 5,8 5,8 5,8 5,8
sociale dienst 16 0,2 0 15,8 15,6 15,1 16,1 15,9 15,9 15,9 15,9 15,9
totaal 188,68 16,37 3,8 172,31 155,1 161,1 171,6 171,3 169,1 169,3 168,9 168,9

Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten

Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten

Terug naar navigatie - Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten - Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten

In het kader van het meerjarenplan 2026–2031 wordt hieronder een overzicht gegeven van de verbonden entiteiten waarmee de gemeente en het OCMW Sint-Katelijne-Waver een duurzame relatie onderhouden.
Dit overzicht heeft tot doel de gemeenteraadsleden op een transparante en toegankelijke manier inzicht te bieden in de bestuurlijke en financiële banden die bestaan met externe organisaties, en in de financiële middelen die daaraan worden toegekend.

Onder een verbonden entiteit wordt verstaan: elke organisatie die bijdraagt aan de uitvoering van gemeentelijke taken, of waarvoor het gemeentebestuur een wettelijke, statutaire of feitelijke verplichting heeft om rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen in verliezen of tekorten. De verbondenheid kan blijken uit:

  • vertegenwoordiging in bestuursorganen;
  • goedkeuringsbevoegdheid voor begrotingen;
  • financiële transacties of borgstellingen;
  • uitwisseling of terbeschikkingstelling van personeel;
  • aandelenbezit, beheersovereenkomsten of feitelijke relaties.

Gezien de complexiteit en evolutieve aard van bestuurlijke samenwerkingen en financiële relaties, is het onmogelijk om op elk moment een volledig en statisch beeld te geven. Nieuwe verbondenheden kunnen ontstaan, bestaande structuren kunnen wijzigen, en de aard van de financiële tussenkomst kan evolueren. Dit overzicht moet dan ook worden beschouwd als een momentopname, die onderhevig is aan actualisering in functie van beleidsmatige en organisatorische ontwikkelingen.

In onderstaande tabellen kan een overzicht worden teruggevonden van:

  • Tabel 1: De deelnemingen van de gemeente en het OCMW Sint-Katelijne-Waver op 31/12/2024.
  • Tabel 2: Een overzicht van de verschillende samenwerkingsverbanden van de gemeente en het OCMW Sint-Katelijne-Waver, telkens met vermelding van de exploitatie- en investeringstoelage.
Terug naar navigatie - Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten - Overzicht van de deelnemingen van gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver per 31/12/2024
Entiteit Instelling Aantal aandelen Boekhoudkundige waarde
Gemeente Pidpa - A aandelen 631 € 1.577,50
Gemeente Pidpa - B aandelen 1.442 € 3.260,00
Gemeente Cipal 14 € 1.750,00
Gemeente De Lijn 393 € 9.742,22
Gemeente Poolstok 61 € 1.512,19
Gemeente Creat Services 4 € 1.000,00
Gemeente Ivarem 4.301 € 47.676,59
Gemeente Igemo 4.433 € 33.248,00
Gemeente Fluvius Zenne-Dijle - € 13.139.064,00
Gemeente Zefier cvba 854.066 € 50,00
Gemeente Woonstroom 403 € 4.958,00
OCMW Cipal 38 € 4.750,00
OCMW Woonstroom 1.893 € 23.272,24
OCMW EthiasCo 4 € 34.411,60
Terug naar navigatie - Overzicht IGS en andere verbonden entiteiten - Overzicht samenwerkingsverbanden gemeente en OCMW Sint-Katelijne-Waver
Entiteit Verbonden entiteiten Type Exploitatie Investeringen
Gemeente Pidpa opdrachthoudende vereniging - -
Gemeente Cipal dienstverlenende vereniging - -
Gemeente De Lijn publiekrechterlijke EVA (Vlaamse overheid) - -
Gemeente Poolstok vzw vzw - -
Gemeente Creat Services dienstverlenende vereniging - -
Gemeente Iverlek opdrachthoudende vereniging - -
Gemeente Zefier coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid - -
Gemeente Woonstroom sociale woonmaatschappij - -
Gemeente Igemo dienstverlenende vereniging € 197.128,79 -
Gemeente Intergemeentelijke Onroerende Erfgoeddienst - Igemo € 149.367,94 -
Gemeente Wonen langs Dijle en Nete - Igemo € 623.533,49 -
Gemeente Welzijnskoepel Rivierenland - Igemo € 60.600,00
Gemeente Beleidsgroep welzijn - Igemo - -
Gemeente Beleidsgroep cultureel erfgoed - Igemo - -
Gemeente Beleidsgroep mobiliteit Igemo - -
Gemeente Beleidsgroep Wijkwerken Igemo - -
Gemeente Ivarem opdrachthoudende vereniging € 14.317.581,56 -
Gemeente Fluvius Zenne-Dijle opdrachthoudende vereniging - -
Gemeente Regionaal Landschap Rivierenland vzw vzw € 60.000,00 -
Gemeente VVSG vzw vzw € 205.698,00 -
Gemeente vzw Gezondheidsmakers vzw € 9.802,38 -
Gemeente Ligo Centrum Voor Basiseducatie Regio Mechelen vzw - -
Gemeente GAS Rivierenland interlokale vereniging € 991.458,73 -
Gemeente Bosgroep Antwerpse Gordel vzw vzw - -
Gemeente Ecoso vzw vzw € 177.407,15 -
Gemeente Skwinkel vzw vzw € 504.649,67
Gemeente Dierenbescherming Mechelen vzw € 82.005,57 -
Gemeente VOC Neteland vzw € 12.615,44 -
Gemeente Scholengemeenschap Anker interlokale vereniging € 6.000,00 -
Gemeente Reaffectatiecommissie reaffectiecommissie scholengemeenschap - -
Gemeente Vereniging voor Openbaar Groen vzw € 11.472,00 -
Gemeente Gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming interlokale vereniging € 220.784,24 -
Gemeente OVSG vzw € 73.156,44 -
Gemeente Strategisch project 'Open Ruimte Mechelen' - ORIOM projectvereniging € 56.000,00 -
Gemeente Vervoerregio Mechelen vervoerregio - -
Gemeente Agropark Sint-Katelijne-Waver vzw vzw - -
Gemeente Interlokale vereniging Regie Sociale Economie Rivierenland interlokale vereniging € 38.645,15 -
Gemeente Regiobib Rivierenland interlokale vereniging € 31.540,60 -
Gemeente Politiezone BODUKAP politiezone € 20.656.152,00 € 931.515,00
Gemeente Brandweerzone Rivierenland hulpverleningszone € 8.153.902,50 € 148.344,78
Gemeente Besturen van de eredienst kerkfabrieken
Gemeente Kerkfabriek De Goede Herder € 27.027,40 € 76.400,00
Gemeente Kerkfabriek Sint-Augustinus - € 25.000,00
Gemeente Kerkfabriek Sint-Catharina € 107.976,22 € 65.000,00
Gemeente Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw-Waver - -
Gemeente vzw 't Grom vzw € 390.000,00 € 100.000,00
Gemeente vzw Roosendael vzw - € 345.000,00
Gemeente vzw Stichting Kempens Landschap vzw € 453.000,00 € 199.730,00
Gemeente vzw Instrumentenfonds vzw € 36.600,00 -
Gemeente vzw De Wintertuin vzw € 15.000,00 -
Gemeente vzw Eerstelijnszone Mechelen-Katelijne vzw € 37.848,72 -
OCMW Cipal (C-Smart) dienstverlenende vereniging - -
OCMW Woonstroom woonmaatschappij / besloten vennootschap - -
OCMW EthiasCo besloten vennootschap - -
OCMW Gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming interlokale vereniging € 53.619,03 -
OCMW Welzijnsvereniging Zorgbedrijf Rivierenland welzijnsvereniging € 15.800.953,74 € 143.000,00
OCMW Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Mechelen privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid € 46.519,85 -
OCMW CAW Rivierenland vzw - Ketenaanpak dak- en thuislozen Igemo vzw € 93.600,00 -
OCMW Veilig Huis Rivierenland interlokale vereniging € 128.686,93 -

Financiële risico's

Terug naar navigatie - Financiële risico's - Financiële risico's

Lokale besturen staan voor complexe financiële uitdagingen. Bij de beoordeling van beleidsrapporten is het essentieel dat raadsleden inzicht hebben in de risico’s die de financiële stabiliteit kunnen beïnvloeden. Deze nota biedt een overzicht van de belangrijkste risico’s en hoe ze in de mate van het mogelijke beheerst worden. Het doel is een solide basis voor een gezond financieel beleid.

1.  Het schuldbeheer en de aard van bepaalde schulden

Volgende risico’s inzake het schuldbeheer dienen afgedekt te worden:

  • het renterisico: het risico op hogere rentelasten omwille van de wijzigende rente-omgeving;
  • het aflossingsrisico: het risico dat verband houdt met de terugbetaling van leningen en certificaten of hogere aflossingen omwille van de wijzigende omgeving;
  • liquiditeits- en herfinancieringsrisico: het risico om onvoldoende financiering te vinden in de markt;
  • kredietrisico: het risico dat de tegenpartij van een krediet in faling gaat.

In 2019 werd beslist om in te stappen in “Licht als dienst”, waarbij het openbaar verlichtingsnet werd overgedragen aan Fluvius. In 2020 werd pas duidelijk dat dit ook een impact heeft op onze schuldenlast, aangezien de boekingsfiche opgesteld vanuit Agentschap Binnenlands Bestuur uitgaat van een leasing. Voor onze gemeente blijft de impact beperkt en komen wij hierdoor niet in de problemen, ook al heeft dit een negatieve impact op de autofinancieringsmarge.

In het voorbije meerjarenplan werden geen nieuwe bankleningen afgesloten, waardoor de aflossingslast sterk gedaald is en er ruimte is voor nieuwe aflossingen. Bij de berekening van de aflossingen werd er uitgegaan van klassieke leningen op 20 jaar tegen een rentevoet van 3,75% voor de periode 2026-2031. Elke aanvraag tot lening zal in de markt geplaatst worden om de meest gunstige rente te bekomen. Bij elke aanpassing van het meerjarenplan raadplegen we ook de markt om een goede inschatting te maken van de te verwachten rentevoeten. Daarnaast werken we ook met verschillende financiële instellingen om het bankenrisico in te dekken. Er is ook steeds regelmatig contact met de financiële instellingen in het kader van actief schuldbeheer.

 

2. De evolutie van bepaalde exploitatieontvangsten en de afhankelijkheid ervan

  • Ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting (APB) 

    • De gemeente is in sterke mate afhankelijk van deze belasting. De afhankelijkheidsgraad van deze belasting bedraagt 26%, zijnde het aandeel van de APB in het totaal van de gecorrigeerde exploitatie-ontvangsten (gemiddelde over MJP 2026-2031). 
    • De opbrengst is afhankelijk van de conjunctuur, de levensstandaard en de samenstelling van de inwoners. Gaat de (lokale) levensstandaard (en hieraan gekoppeld het lokale gemiddeld inkomen) erop vooruit, dan stijgen de opbrengsten uit deze belasting (en omgekeerd). Ook bij een aangroei van de bevolking neemt de opbrengst toe (in de mate dat deze nieuwe inwoners beschikken over een belastbaar beroepsinkomen). Een hoge graad van vergrijzing kan dan weer een negatieve impact hebben. 
    • De opbrengsten worden (negatief) beïnvloed door vrijstellingsmaatregelen door de federale overheid (taks-shift).

We baseren ons nog steeds op de ramingen die de FOD Financiën hiervoor minstens jaarlijks bezorgt, en dat is in het verleden een voorzichtige raming gebleken. In tegenstelling tot sommige andere gemeenten passen we op deze prognoses geen correctie toe.

  • Ontvangsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV)
    • De gemeente is ook in sterke mate afhankelijk van deze belasting. De afhankelijkheidsgraad van deze belasting bedraagt 27%, zijnde het aandeel van de OOV in het totaal van de gecorrigeerde exploitatie-ontvangsten (gemiddelde over MJP 2026-2031).
    • Deze inkomsten hangen af van het kadastraal inkomen, de aanwezigheid van bedrijven en vrijstellingsmaatregelen. Nieuwe verkavelingen en industrieterreinen verhogen de opbrengsten, terwijl leegstand en verkrotting ze verlagen. 

Ook hier blijven we ons baseren op de ramingen die de Vlaamse Belastingdienst hiervoor minstens jaarlijks bezorgt, zonder rekening te houden met extra verkavelingen of bedrijventerreinen.

  • Ontvangsten uit het gemeentefonds
    • De gemeente is ook in sterke mate afhankelijk van werkingssubsidies. De afhankelijkheidsgraad van deze belasting bedraagt 15%, zijnde het aandeel van het gemeentefonds in het totaal van de gecorrigeerde exploitatie-ontvangsten (gemiddelde over MJP 2026-2031?).

De prognoses en ramingen worden nauwgezet opgevolgd en telkens bijgestuurd in een aanpassing meerjarenplan.

 

3. Pensioenkosten politiek personeel en statutaire ambtenaren

Pensioenfinanciering

De lokale besturen zijn verplicht om hun personeelsleden, uitvoerende mandatarissen en rechthebbenden een pensioen te garanderen. Er bestaat een fundamenteel onderscheid in de wettelijke pensioenregeling naargelang het gaat om politiek, statutair of contractueel personeel.

Politiek personeel

De wet van 8 december 1976 tot regeling van het pensioen van sommige mandatarissen en dat van hun rechtverkrijgenden verplicht de gemeenten en OCMW’s om voor hun gewezen burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters een pensioen te garanderen. Die pensioenen komen dus rechtstreeks en integraal ten laste van het lokale bestuur. De mandatarissen dragen zelf wel bij aan de financiering van hun pensioenen door de inhouding van een persoonlijke bijdrage van 7,5% op het brutoloon.

In Sint-Katelijne-Waver werden hiervoor geen reserves aangelegd of pensioenverzekeringen aangegaan. De inkomsten (7,5% op het brutoloon) gaan rechtstreeks in de begroting, de uitgaven voor de pensioenen van de gewezen uitvoerende mandatarissen en eventuele rechthebbenden komen rechtstreeks uit de begroting van dat jaar.

De besturen die zelf pensioenkas zijn, zoals Sint-Katelijne-Waver, moeten hun pensioenverplichtingen tot uiting brengen door een voorziening te boeken (en jaarlijks te actualiseren) op hun balans in hun algemene boekhouding. De voorziening die geboekt werd in jaarrekening 2024, bedraagt 4.203.875,72 euro.

Enkel de uitbetaling van de pensioenen is zichtbaar in de budgettaire boekhouding. In 2026 bedragen de uitgaven voor de pensioenen van het politiek personeel 258.639,49 euro. In het meerjarenplan wordt dit jaarlijks met 2% geïndexeerd. Het is heel moeilijk hierover verder prognoses te maken, aangezien het om een relatief kleine groep gaat, waarbij enkele overlijdens van ex-mandatarissen en eventuele rechthebbenden meteen een grote impact hebben. Uitgaven worden ook gemilderd door de afschaffing van de preferentiële tantièmes en de verhoging van de pensioenleeftijd, weliswaar met verworven rechten.

We leggen wel een provisie aan voor mogelijke uittredingsvergoedingen voor politieke mandatarissen van 100.000 euro in 2031.

Statutair personeel

De pensioenlasten (van de vastbenoemden) van de Vlaamse lokale besturen blijven stijgen. De financiering van de lokale pensioenlasten gebeurt met twee stromen:

  1. De lokale besturen betalen de wettelijke basispensioenbijdrage die berekend wordt op het salaris van de actieve statutairen.
  2. De responsabiliseringsbijdrage: wanneer het bovenstaand bedrag aan wettelijke basispensioenbijdrage die het lokaal bestuur betaalt lager is dan de pensioenlast van de gewezen vastbenoemde personeelsleden in datzelfde jaar.

Voor 2025 bedraagt de basispensioenbijdrage 45%. Dit omvat 37,5% werkgeversbijdrage en 7,5% persoonlijke bijdrage. Deze stijging is te wijten aan de vergrijzing en het gesloten financieringssysteem. Voor de ex-pool-1 besturen, waaronder Sint-Katelijne-Waver, heeft de federale regering een ontwerpbesluit goedgekeurd waarbij de werkgeversbijdrage in 2025 geen 37,5% bedraagt maar 34,5%. Dit blijft volgens VVSG wellicht zo tot en met 2027. In het meerjarenplan is dan ook vanaf 2028 een stijging van 3 procentpunt op de werkgeversbijdrage van de vast benoemende personeelsleden meegerekend, tot 37,5%.

In 2017 werd een geïntegreerde personeelsformatie en organogram opgesteld voor de gemeente en het OCMW. Tegelijk werd er beslist in regel enkel nog contractueel te gaan werven. Reden hiervoor is dat contractanten net omwille van het pensioenstelsel (en de ziekteregeling) goedkoper zijn, bovendien is er een grotere flexibiliteit. In afwijking daarvan kan de titularis van een statutaire functie bij de gemeente en het OCMW van Sint-Katelijne-Waver bij doorstroming binnen de organisatie zijn statuut behouden, zodat mobiliteit niet ontmoedigd wordt. Concreet komt het erop neer dat we een pijlsnelle contractualisering kennen. Het aandeel statutairen in VTE daalde van 47,1% in 2006 naar 29,9% in 2024. Ook de pensioenen van de statutaire gepensioneerde personeelsleden van het OCMW van Sint-Katelijne-Waver die naar het Zorgbedrijf Rivierenland gedetacheerd werden, zijn ten laste van Sint-Katelijne-Waver.

De keerzijde is dat we sinds enkele jaren de bovengenoemde responsabiliseringsbijdrage moeten betalen. Net als in heel wat besturen neemt deze responsabiliseringsbijdrage deze legislatuur sterk toe, van 472.000 euro in 2026 tot maar liefst 1.398.000 euro in 2031.

Deze responsabiliseringsbijdrage wordt op twee manieren gemilderd. Voor de financiering van de werknemerspensioenen (contractuelen) heerst het solidariteitsprincipe waar de federale overheid tussenkomt. Sedert jaren moedigt de overheid de uitbouw van de 2de pensioenpijler voor contractuelen aan. Dit doet men door middel van een financiële stimulans onder de vorm van een federale korting op de responsabiliseringsbijdrage, op voorwaarde dat de bijdrage minstens 3% vanaf 2020 bedraagt. Dat is in Sint-Katelijne-Waver het geval. In de beginfase werd de responsabiliseringsbijdrage jarenlang doorgerekend met een korting van 50% (coëfficiënt) voor die besturen die ingezet hebben op een stijging van de 2de pensioenpijler voor contractuelen (3%). Aangezien nagenoeg alle besturen intussen een 2de pensioenpijler van minstens 3%, was dit systeem niet langer houdbaar. In oktober 2025 hebben we een schrijven ontvangen van de Federale Pensioendienst waarbij de federale overheid beslist heeft dat de verminderingen op de responsabiliseringsbijdrage voor de jaren 2024 tot en met 2028 (berekening in 2025 tot en met 2029) vastgesteld worden op 30% van de kostprijs van de tweede pensioenpijler. Deze vermindering werd niet vertaald in de ramingen bezorgd door de Federale Pensioendienst en dus ook nog niet opgenomen. 

Een tweede mildering bestaat uit een Vlaamse bijdrage in de kosten van de responsabiliseringsbijdrage sinds 2019. Voor de berekening van de dotatie vergelijkt Vlaanderen de door de Federale Pensioendienst berekende responsabiliseringsbijdrage met een theoretische responsabiliseringsbijdrage.

Voor de berekening van de theoretische responsabiliseringsbijdrage gebruikt Vlaanderen de volgende percentages:

  • 43% voor de wettelijke basisbijdrage
  • 75% voor de responsabiliseringscoëfficiënt.

Die percentages blijven de komende jaren ongewijzigd en gelden voor alle lokale besturen, ook voor lokale besturen die in werkelijkheid volledig geresponsabiliseerd zijn.

De door de FPD gehanteerde loonmassa voor de statutaire medewerkers wordt vermenigvuldigd met 43%. Dat is de basisbijdrage. Als de pensioenlast groter is dan de basisbijdrage, is er een tekort. Op dat tekort wordt een responsabiliseringscoëfficiënt van 75% toegepast. Zo wordt de theoretische responsabiliseringsbijdrage verkregen. Die vergeleken met de werkelijke (bruto) responsabiliseringsbijdrage. De Vlaamse dotatie bedraagt tot en met 2026 50 % van het laagste van die twee bedragen. Vanaf 2027 wordt de totale dotatie op de responsabiliseringsbijdrage verminderd met een bedrag van 38.000.000 euro. Deze vermindering wordt proportioneel verdeeld over de lokale besturen, in verhouding tot hun respectieve berekende dotatie.

Kortingen die lokale besturen krijgen voor pensioenpremies van hun contractuele medewerkers worden niet meegerekend. Ook eventuele verhogingen voor de besturen die geen (voldoende) aanvullende pensioenregeling hebben voor hun contractueel personeel worden niet meegerekend.

Voor Sint-Katelijne-Waver bedraagt de Vlaamse dotatie op basis van de responsabiliseringsbijdrage 166.000 euro in 2026, stelselmatig oplopend tot 374.480,77 in 2031.

Contractueel personeel

De pensioenen van het contractueel personeel van de lokale besturen en de financiering ervan zijn volledig hetzelfde als de werknemers van de private sector. Om de pensioenkloof tussen het statutair en het contractueel personeel te verkleinen, voorziet het bestuur in een 2de pensioenpijler voor haar contractueel personeel, wat ook in heel wat private ondernemingen het geval is. De huidige 2de pensioenpijler bedraagt sinds 1 januari 2020 4,5% van het brutoloon voor alle contractanten.

Tot 31 december 2021 was het bestuur aangesloten bij de groepsverzekering die aangeboden werd door Ethias en Belfius Insurance. Deze verzekeraars hebben in juni 2021 de bestaande groepsverzekering opgezegd per 1 januari 2022.

Sinds 1 januari 2022 zijn we aangesloten bij OFP (Organisme ter Financiering der Pensioenen) Prolocus. OFP Prolocus is een vastebijdragenplan waarbij de werkgever belooft een bepaalde bijdrage (een bijdrage uitgedrukt als een % van het aan de RSZ onderworpen brutoloon) te betalen zonder vastgesteld rendement. De behaalde rendementen worden toegekend conform het kaderreglement.

Het bestuur moet de vastgestelde bijdrage minimum betalen. Wanneer het wettelijk minimum rendement (momenteel 2,5%) niet behaald wordt, moet het bestuur bijkomende bijdragen betalen. Dit is tot op heden niet het geval. De 2de pensioenpijler (4,5%) wordt berekend op het jaarlijks geïndexeerd loon vermeerderd met de eindejaarstoelage. Ter vergelijking, bij de Vlaamse overheid bedraagt de 2de pensioenpijler 5% van het loon.

 

4.  Leningen aan verenigingen

Het verstrekken van leningen aan verenigingen brengt een risico op wanbetaling met zich mee, onder andere door beperkte solvabiliteit en wisselende bestuursploegen. 

Momenteel heeft ons bestuur volgende toegestane leningen lopen:

Toegestane lening aan: Ten bedrage van: Terugbetaalbaar op: Openstaand saldo op 01/01/2025: Afspraken terugbetaling:
Roosendael 100.000 € 10 jaar 70.000,00 € gestart in 2022 tot en met 2031
Scouts Parsival 62.500 € max. 20 jaar 42.250,00 € gestart in 2019 tot en met 2037
Scouts Roeland en Gidsen Sint-Lucia 62.500 € max. 20 jaar 37.500,00 € gestart in 2019 tot en met 2034
Red Boys Elzestraat 20.000 € 10 jaar 14.046,08 € gestart in 2020 tot en met 2029
Zorgbedrijf Rivierenland (via OCMW) 2.603.034,54 € 20 jaar 1.947.220,89 €

gestart in 2019 tot en met 2038

Koninklijke Harmonie 25.000 € 6 jaar 25.000,00 €

te starten in 2026 tot en met 2031

KSK Wavria 100.000 € max. 10 jaar 90.000,00 €

gestart in 2024 tot en met (uiterlijk) 2033

KLJ Hagelstein 89.540,00 € 20 jaar 89.540,00 €

te starten in 2026 tot en met 2045

Deze risico's worden zo goed mogelijk afgedekt door volgende beheersmaatregelen: 

  • Strenge voorwaarden en duidelijke reglementen.
  • Screening van financiële draagkracht.
  • Nauwgezette opvolging tijdens looptijd.
 
5. Verbonden partijen

 

Dotaties aan politiezone, hulpverleningszone en kerkfabrieken moeten via duidelijke afspraken worden vastgelegd. Onzekerheid op federaal niveau blijft een risico. DBFM-contracten brengen bijkomende risico’s zoals hogere kosten bij vertragingen of wijzigingen in regelgeving. 

De dotaties aan de verbonden entiteiten werden op basis van de beschikbare informatie ingeschreven. De zeggenschap inzake een eventuele verhoging van de werkings- en/of investeringssubsidies aan de politiezone, hulpverleningszone en kerkfabrieken is eerder beperkt. De evolutie van hun tekorten zal jaarlijks dienen opgevolgd te worden. Hierbij moet erop aangedrongen worden dat de entiteiten ook zelf waar nodig ingrijpen en bijsturen en de nodige maatregelen treffen om hun financiële risico’s in te perken.

Specifiek voor IVAREM noteren we ook volgend risico: indien de wetgeving rond en daardoor de inkomsten uit hun zonnepanelenpark wijzigt/wijzigen, kan dat een negatieve impact hebben op hun werkingsmiddelen en daardoor ook op de tussenkomst van de gemeente. 

In het nieuwe schema verbonden entiteiten worden de financiële tussenkomsten getoond. 

Daarnaast staat het lokaal bestuur in bepaalde gevallen borg bij financiële instellingen voor leningen van andere besturen. Het betreft meestal besturen die niet bij machte zijn om eigen belastingen te heffen (OCMW) of intercommunales die voor de aanrekening van inkomsten afhankelijk zijn van een beheersoverdracht door de gemeente.

Het openstaand bedrag van deze waarborgen wordt jaarlijks meegedeeld aan de gemeente. Het bedrag van de borgstelling wordt opgenomen in de gemeentelijke boekhouding onder klasse 0 en jaarlijks geactualiseerd.

Ons bestuur staat momenteel borg voor de leningen van het Zorgbedrijf, Igemo, IVAREM, Zefier en de kerkfabriek van O.L.V.-Waver.

 

6. (Financiële) afhandeling lopende projecten bij intercommunales voor streekontwikkeling

Gemeenten maken voor hun streekontwikkeling steeds vaker gebruik van dienstverlenende samenwerkingsverbanden. Intercommunales dus, die vooral actief zijn op het vlak van ruimtelijke ordening en socio-economische expansie en instaan voor het verkopen van beschikbare bedrijfsgebouwen, realiseren van nieuwe tewerkstellingsterreinen en ontwikkelen van nieuwe woongelegenheden. Deze intercommunales ondersteunen tevens hun leden bij het realiseren van andere projecten die nood hebben aan financiële middelen en technische knowhow. Dankzij hun expertise kunnen besturen ontlast worden tijdens de ontwerp- en realisatiefase van complexe bouwwerken zoals openbare gebouwen, woon- en verzorgingscentra of jeugd- en sportcentra. Deze taken en services genereren inkomsten als een project tot realisatie wordt gebracht. Anderzijds ontstaan er ook uitgaven gedurende de hele ontwikkelingsfase. Zo zijn er onder meer de kosten voor de aankoop van de gronden en gebouwen (bij renovatie en gebiedsontwikkeling) of voor de constructie van gebouwen (bij projectontwikkeling). Tevens brengt de administratie overhead- en studiekosten met zich mee. De intercommunales rekenen daarom hun projecten pas integraal af bij oplevering of realisatie. Er wordt intern vaak gewerkt met een “rekening-courant”, een soort interne boekhoudrekening per gemeente waarop alle gemaakte kosten en geïnde inkomsten voor die gemeente worden geboekt. Het gevolg is dat deze financiële stromen en realisaties buiten balans worden geregistreerd. In diverse gemeenten is hiervan in de jaarrekening geen spoor terug te vinden.  Deze middelen maken deel uit van de reserves van de intercommunale, en zijn in principe niet uitkeerbaar. Dat betekent dat deze ook niet kunnen worden opgevraagd door de besturen en dus ook niet als opeisbare vordering mogen uitgedrukt worden in de boekhouding van de gemeenten. Het saldo kan wel worden aangewend ter financiering van projecten die de intercommunale in opdracht van de gemeenten realiseert. Projecten kunnen anderzijds ook een meerwaarde realiseren, waardoor het tegoed op de rekening-courant zal toenemen.

Voor onze gemeente bestaat er specifiek een risico met de ontwikkeling van Maanhoevevelden. De gemeente staat borg voor dit project voor een aanzienlijk bedrag (6.131.951,15 euro), terwijl het niet zeker is of dit ook effectief volledig zal kunnen ontwikkeld worden als woongebied. De evolutie van dit dossier wordt nauwgezet opgevolgd.

 

7. Projectplanning en budgettering

Lage realisatiegraad van investeringsprogramma’s leidt tot inefficiënt gebruik van middelen en onrealistische budgetten.

Bij de opmaak van het meerjarenplan werd er zoveel mogelijk rekening mee gehouden om projecten goed te spreiden in de tijd. Daarnaast zet ons bestuur sterk in op projectwerking, met regelmatige rapportering, waardoor ook de thesaurieplanning beter kan opgemaakt worden. Er bestaat ook de mogelijkheid om niet-gebruikte kredieten die niet meer nodig zijn, niet over te dragen. Ook werd in 2020 voor de opvolging van (investerings)projecten een applicatie aangekocht, Pepperflow, die op een eenvoudige en transparante manier weergeeft wat de status is van dit project en wat de budgettaire impact ervan is.

 

8. Opvolgen inkomende subsidies

Lokale besturen ontvangen heel veel subsidies. Maar lopen er ook even veel mis, vooral projectsubsidies. Het is belangrijk een goed zicht te hebben op alle subsidies die het bestuur ontvangt en deze in kaart te brengen. Tevens kan het aan te raden te zijn in de organisatie personeelsleden vrij te maken die actief op zoek gaan subsidiestromen waarop het bestuur mogelijks recht heeft. Dit heeft wel zijn gevolgen: het voorbereiden en het tijdig indienen van subsidiedossiers brengt best wel wat werk zich mee en vergt ook een goede communicatie en samenwerking tussen de diensten onderling.

Structurele toelagen worden opgenomen in de meerjarenplanning op basis van meerjarige cijfers verstrekt door de betoelagende overheid.

Het voorbereiden en tijdig indienen van subsidiedossiers projectsubsidies brengt heel wat werk met zich mee. Recent kocht het bestuur ook de toepassing 'Subsidiemanager' aan die onze organisatie moet helpen met het onderzoek naar en het opvolgen van extra projectsubsidies. 

 

9. Niet gerealiseerde (opbrengsten uit) verkoop patrimonium

Er wordt in dit meerjarenplan uitgegaan van de verkoop van een aantal sites uit het gemeentelijk patrimonium. Het risico bestaat steeds dat deze niet (tijdig) verkocht geraken of niet aan de gewenste prijs. 

 

10. Juridische geschillen

Steeds vaker stappen inwoners en ondernemingen naar de rechter om hun gelijk te halen in geschillen waarbij lokale  overheden betrokken zijn. Conflicten over fiscaliteit, omgevingsvergunningen, 
overheidsopdrachten, aansprakelijkheid als wegbeheerder of de organisatie van lokale evenementen nemen toe. Het is belangrijk om dergelijke juridische procedures centraal op te volgen en de mogelijke (negatieve) financiële 
gevolgen tijdig en zorgvuldig in te schatten. Wanneer er sprake is van een aanzienlijke onzekerheid over de uitkomst  van een lopend geschil, kan het gemeentebestuur overwegen om hiervoor financiële provisies aan te leggen.

 

Grondslagen en assumpties

Terug naar navigatie - Grondslagen en assumpties - Grondslagen en assumpties

Drie soorten budgetten 

De schema’s van de BBC delen de werking op in drie rubrieken: het exploitatiebudget, het investeringsbudget en het financieringsbudget.  
 
1 - Exploitatie 

Deze rubriek bevat de dagelijkse uitgaven en ontvangsten. Deze budgetten volgen we op aan de hand van soort en cluster (details indeling in bijlage).  

2 - Investeringen 

De uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op deze rubriek, zijn aankopen of verkopen van patrimonium, machines, uitrusting of meubilair, maar ook investeringssubsidies. Deze elementen komen op de balans van ons bestuur, en worden gespreid in de tijd afgeschreven of verrekend.  
Achterliggend delen we onze investeringen op in projecten. Op deze manier zullen we ook rapporteren in de opvolgingsrapportering. Anders dan bij de exploitatie kunnen de investeringsprojecten doorgeschoven worden naar een volgend jaar indien ze zich niet zouden realiseren in het jaar waarin ze gebudgetteerd werden. 

Het college van burgemeester en schepenen bepaalt voor 1 maart van het nieuwe boekjaar, welk gedeelte van de kredieten voor de gemeente voor investeringen en financiering, die voor het vorige boekjaar opgenomen waren in het meerjarenplan maar nog niet zijn aangewend, overgedragen worden naar het lopende boekjaar. Het vast bureau doet hetzelfde voor het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

3 - Financiering 

Deze rubriek sommeert alle elementen die te maken hebben met de liquiditeiten: het opnemen en aflossen van leningen, het toestaan van (doorgeef)leningen en de recuperatie ervan. 
  

Algemeen

De opmaak van het meerjarenplan steunt op de input van de diverse diensten binnen de organisatie. Om tot een uniforme en betrouwbare raming te komen, werden de volgende uitgangsprincipes gehanteerd:

  • Jaar van realisatie: Uitgaven worden toegewezen aan het begrotingsjaar waarin zij effectief worden gerealiseerd en gefactureerd.
  • Basis voor exploitatie: Voor de raming van de exploitatie-uitgaven wordt uitgegaan van de rekeningcijfers van de voorgaande jaren, aangezien deze de meest accurate weergave bieden.
  • Impact investeringen: Bij investeringsprojecten wordt structureel rekening gehouden met de hiermee gepaard gaande exploitatiekosten in de daaropvolgende jaren (bijv. onderhoud, periodieke vervangingen).
  • Indexeringsbeleid: Exploitatie-uitgaven worden standaard geïndexeerd aan 2%, tenzij er een expliciete reden is om van 2% af te wijken of om de bedragen ongewijzigd te behouden, zoals bij bepaalde samenwerkingsovereenkomsten. In de praktijk blijkt dat onderhoudscontracten, nutsvoorzieningen, huurlasten, steunverlening en personeelskosten systematisch onderhevig zijn aan jaarlijkse indexering.

Daarnaast is het ook belangrijk mee te geven dat de budgetbesprekingen principieel werden afgerond eind oktober 2025 en er nadien nog enkel technische aanpassingen gebeurd zijn zoals o.a. de verwerking van de meest recente prognoses van de Federale Pensioendienst m.b.t. de responsabiliseringsbijdrage. Bijgevolg werd er nog geen rekening gehouden met de impact van het federaal regeerakkoord.

We geven hieronder een overzicht van de prognoses die gehanteerd werden.


1 - Exploitatiekredieten

UITGAVEN

Personeelskredieten

Voor de opmaak van de personeelskredieten in het meerjarenplan worden de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd:

  • Indexatie van de loonkosten:
    De evolutie van de loontarieven volgt de prognoses van het Federaal Planbureau. Concreet wordt de indexaanpassing voorzien in april 2026, gevolgd door een jaarlijkse indexsprong telkens in de maand april voor de daaropvolgende jaren.
  • Aanpassing van de maaltijdcheques:
    In uitvoering van de aangepaste regelgeving die een hoger maximaal bedrag voor maaltijdcheques toestaat, worden de maaltijdcheques verhoogd van 8 euro naar 10 euro in 2026 en naar 12 euro in 2027.
  • Vacature-invulling:
    Voor elke geplande vacature wordt uitgegaan van de schaal zoals opgenomen in het organogram, waarbij rekening wordt gehouden met een gemiddelde anciënniteit van het personeel. Dit zorgt ervoor dat de raming van de loonkosten aansluit bij de beleidsmatige personeelsstructuur en de gebruikelijke ervaring van medewerkers.
  • Correctie voor sectorale verschillen en afwezigheden:
    Op basis van ervaring blijkt dat bepaalde sectoren gevoeliger zijn voor afwezigheden, zoals ziekte of het opnemen van specifieke verlofstelsels. Bovendien wordt niet altijd onmiddellijk overgegaan tot invulling van bepaalde vacatures. Om dit te weerspiegelen in de begroting, wordt een correctie van 5% toegepast op de ingeschreven budgetten voor het personeel BKO en het schoonmaakpersoneel. Deze correctie maakt de raming realistischer en voorkomt een overschatting van de personeelskosten.
  • Eerste pensioenpijler:
    Voor de raming van de kosten in de eerste pensioenpijler wordt uitgegaan van de bevestigde tarieven. Eventuele verminderingen zijn enkel in de eerste jaren opgenomen, conform de doorgestuurde prognose, vanaf 2028 is er een stijging van 3% bovenop de indexering.
  • Budgettaire impact van functieweging:
    Bij de begroting van de personeelskost is rekening gehouden met de budgettaire impact van de functieweging. De geraamde impact bedraagt € 200.000 per jaar (jaarlijks geïndexeerd) en wordt voorzien vanaf september 2026.
  • Herziening personeelsbezetting:
    De personeelsformatie werd grondig geanalyseerd. Hierbij werd niet uitgegaan van het louter formele organogram, maar van de effectief ingevulde prestaties binnen de organisatie. Er werd onderzocht welke personeelsleden die hun pensioen hebben aangevraagd, dienen te worden vervangen en op welk functieniveau deze vervangingen best plaatsvinden. Daarnaast werd bepaald welke bijkomende taken het lokaal bestuur in de komende jaren zal opnemen en welke personeelsinzet hiervoor vereist is. Eveneens werd nagegaan welke taken kunnen worden geautomatiseerd en voor welke domeinen bijkomende of gespecialiseerde expertise noodzakelijk is. Bovendien werd een buffer voor onvoorziene personeelskosten ingeschreven ten bedrage van 45.000 euro (ongeïndexeerd) om onverwachte wijzigingen in de personeelsinzet of -lasten op te kunnen vangen.
  • Voorkeur voor contractueel statuut bij vervangingen:
    Het bestuur kiest ervoor om personeelsleden die vertrekken of met pensioen gaan, te vervangen via aanwerving onder contractueel statuut, in plaats van via statutaire benoeming.  In afwijking daarvan kan de titularis van een statutaire functie bij de gemeente en het OCMW van Sint-Katelijne-Waver bij doorstroming binnen de organisatie zijn statuut behouden, zodat mobiliteit niet ontmoedigd wordt.
  • Responsabiliseringsbijdrage:
    De uitgaven voor de responsabiliseringsbijdragen worden overgenomen volgens de prognoses van de Federale Pensioendienst. Deze uitgaven stijgen doordat de verhouding tussen het aantal actieve statutaire personeelsleden versus het aantal gepensioneerde statutaire ex-personeelsleden verder daalt.
  • Uittredingsvergoedingen:
    De vroegere werkwijze waarbij personeelsleden een premie ontvingen bij 25 of 35 jaar dienst, evenals een afscheidspremie bij pensionering, werd hervormd. Deze vergoedingen worden voortaan uitgekeerd in overeenstemming met de wettelijk toegelaten premies en worden geboekt als personeelskost, terwijl ze vroeger als subsidie werden opgenomen.
  • Regeling voor presentiegelden:
    De uitbetaling van presentiegelden gebeurt op basis van een vastgelegd tarief per zitting, conform eerdere beslissingen van het bestuur. Deze vergoedingen zijn onderworpen aan indexering. Het recht op presentiegelden geldt voor officiële vergaderingen zoals de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn, de raadscommissies en de deontologische commissie. In gevallen van te late aankomst of vroegtijdig vertrek op de raadscommissie wordt het presentiegeld gehalveerd. 
  • Hervorming van dienst- en afscheidspremies:
    De vroegere werkwijze waarbij personeelsleden een premie ontvingen bij 25 of 35 jaar dienst, evenals een afscheidspremie bij pensionering, werd hervormd. Deze vergoedingen worden voortaan uitgekeerd in overeenstemming met de wettelijk toegelaten premies en worden geboekt als personeelskost, terwijl ze vroeger als subsidie werden opgenomen.

Aankoop van goederen en diensten

Voor de aankoop van goederen en diensten wordt een algemene stijging van 2% gehanteerd. Er zijn echter een aantal uitzonderingen waarvoor geen indexering wordt voorzien, zoals onder andere de telefoonkosten.

Daarnaast zijn er kostenposten die niet jaarlijks worden ingeschreven, omdat ze slechts periodiek moeten worden uitgevoerd. Dit betreft onder meer bvb.  de EPC-attesten voor jeugd- en sportgebouwen, SEMU-licenties, onderhoud en eventuele vervanging van AED-toestellen. Deze uitgaven worden opgenomen in het jaar waarin ze effectief worden verwacht.

Hieronder sommen we nog enkele uitzonderingen op:

  • Frankeringskosten
    De frankeerkosten vertonen een schommelend verloop. Dit is te verklaren door de geplande gefaseerde omschakeling naar digitale verzending, waardoor de kosten in de toekomst zullen dalen, maar tijdens de overgangsperiode nog variabel blijven.
  • Evenementenhal en bestaande infrastructuur
    De nieuwe evenementenhal wordt naar verwachting opgeleverd op het einde van het eerste kwartaal van 2026. Dit brengt een aantal eenmalige kosten met zich mee voor de inrichting en ingebruikname van de zaal. Tegelijkertijd blijven er in 2026 en 2027 nog kosten voorzien voor bestaande infrastructuur, zoals bibliotheek Leyland en het Huis van de Verenigingen, tot de overgang volledig is afgerond.
  • Zwembaden
    Voor de zwembaden wordt uitgegaan van een uitbating van de twee bestaande zwembaden tot midden 2030. Nadien volgt de overgang naar de exploitatie van het nieuwe zwembadcomplex.
  • Huisvuilverwerking
    Vanaf 2027 wordt voorzien in een overgang van de klassieke huisvuilzakophaling naar een diftarsysteem. Hierbij geldt dat de prijszetting verschilt tussen het diftarsysteem en de klassieke huisvuilzakkenophaling. Er werd ook al rekening gehouden met de milieuheffing. 
  • Eénmalige kosten (> 25.000 euro)
    In de begroting zijn daarnaast enkele eenmalige uitgaven opgenomen; voor dit overzicht beperken we ons tot posten met een bedrag van meer dan € 25.000.
    • € 210.000 – Externe ondersteuning voor personeel van de diensten patrimonium, milieu en omgevingsvergunningen
    • € 27.000 – Afzeven van gronden
    • € 35.000 – (Intergemeentelijke) functieweging
    • € 30.000 – Bemiddeling Maenhoevevelden
    • € 27.000 – Uitwerking van initiatieven rond beheer van watervoorraden en -verbruik ten behoeve van de land- en tuinbouwsector
    • € 60.000 – Buffer voor onvoorziene omstandigheden, zodat een aanpassing van het meerjarenplan niet onmiddellijk noodzakelijk is

Toegestane subsidies

De toegestane subsidies zijn ingedeeld in verschillende categorieën:

  • Wettelijke tussenkomsten:
    Dit omvat onder meer bijdragen aan de politiezone Bodukap, de hulpverleningszone en kerkfabrieken. Voor deze subsidies volgen we de door de betrokken partners opgegeven cijfers.
  • Samenwerkingsovereenkomsten:
    Diverse subsidies worden toegekend op basis van samenwerkingsovereenkomsten met externe partijen. Sommige van deze overeenkomsten voorzien in indexering, terwijl andere status quo blijven. Indien een deel van de subsidie betrekking heeft op personeelskost, wordt in de meeste gevallen een indexering toegepast. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn SKWinkel en Wonen langs Dijle en Nete.
  • Subsidiereglementen:
    Binnen de gemeentelijke subsidiereglementen wordt een onderscheid gemaakt tussen werkingssubsidies, die wel worden geïndexeerd, en andere subsidies, waarvoor geen indexering geldt.

Uitgaven leefloon en individuele hulpverlening

Bij het bepalen van de uitgaven voor leefloon en andere vormen van individuele hulpverlening is enerzijds uitgegaan van de reële cijfers van 2024. Anderzijds is getracht rekening te houden met de verwachte impact van de beperking van uitkeringen voor werklozen in de tijd, een maatregel die op federale beslissing wordt ingevoerd. Aangezien de exacte gevolgen hiervan moeilijk te berekenen zijn, zullen deze kosten nauwgezet gemonitord worden en, indien nodig, bijgestuurd.

Voor de impact van de beperking van de werkloosheid in de tijd werd gebruik gemaakt van de VVSG rekentool die daarvoor ter beschikking werd gesteld.  

Raming van financiële uitgaven (rentes)

De financiële uitgaven betreffen hoofdzakelijk renteverplichtingen aan diverse partijen. Voor de opname van deze uitgaven worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Contracten “licht als dienst” en “DBFM-scholen van Morgen”:
    De rentecomponenten van deze contracten worden verwerkt volgens de bestaande aflossingstabellen, conform de lopende overeenkomsten.
  • Intresten aan financiële instellingen:
    • Voor lopende leningen worden de uitgaven opgenomen op basis van de reële rentevoeten zoals vastgelegd in de aflossingstabellen.
    • Voor nieuwe leningen die nog moeten worden afgesloten ter financiering van investeringsprojecten, wordt gerekend met een rentevoet van 3,75%.
  • Nalatigheidsintresten:
    Daarnaast is een klein bedrag voorzien voor nalatigheidsintresten. Deze post wordt status quo gehouden, zonder indexatie of wijziging ten opzichte van voorgaande jaren.

ONTVANGSTEN    

Het belangrijkste onderdeel van de exploitatieontvangsten betreft de belastingen, die een stabiele en voorspelbare basis vormen voor de gemeentelijke begroting. Daarnaast zijn de werkingssubsidies ook een belangrijke inkomstenbron. 

  • Aanvullende personenbelasting en opcentiemen roerende voorheffing:
    De prognoses zijn overgenomen van de FOD Financiën en de Vlaamse Belastingdienst. Voor deze raming is geen rekening gehouden met een mogelijke taks-shift, waardoor de cijfers aansluiten bij de bestaande federale en regionale ramingen.
  • Eigen belastingen en retributies:
    1. Bij de bepaling van de tarieven is een indexering toegepast op het oude tarief, waarmee de niet-indexering van de afgelopen zes jaar wordt gecompenseerd. Voor de komende jaren wordt voorzien in een jaarlijkse indexering op basis van de consumptieprijzen, zodat de ontvangsten in reële termen behouden blijven.
    2. Daarnaast is een nieuwe belasting op woningen zonder inschrijving ingevoerd.
    3. Tot slot  werd binnen het reglement voor aanplakborden de belasting op immo-borden en werfdoeken afgeschaft, gezien de onevenredige administratieve werklast ten opzichte van de beperkte opbrengsten.
    4. Voor de inschatting van de ontvangsten is uitgegaan van de cijfers van 2025, herberekend volgens het nieuwe tarief.
  • Werkingssubsidies:
    De algemene werkingssubsidies, de omvangrijkste subsidies in de exploitatie, worden geraamd op basis van de prognoses van het portaal Binnenlands Bestuur, wat een betrouwbare referentie biedt voor de middellange termijn. Specifieke werkingssubsidies, zoals de subsidies voor scholen, worden geïndexeerd ten opzichte van 2025, zodat de financiële ondersteuning aansluit bij de evolutie van de kosten.

 

2 - Investeringskredieten

UITGAVEN

De investeringsuitgaven worden ingedeeld in verschillende categorieën, elk met een eigen methode voor de raming:

  • Uitvoering van werken (gebouwen en wegen):
    Voor investeringen in werken aan gebouwen of wegen baseren we de raming op de huidig gangbare tarieven voor vergelijkbare werken. Dit biedt een realistische en consistente inschatting van de kosten.
  • Jaarlijkse vervangingsinvesteringen:
    Voor bepaalde jaarlijks terugkerende investeringen, meestal vervangingsinvesteringen, wordt doorgaans een vast bedrag voorzien. Dit bedrag wordt aangewend voor de meest dringende vervangingen. Concreet gaat het bijvoorbeeld om de vervanging van materiaal voor de dienst uitvoering en schoonmaak, alsook kleine investeringen in de scholen. In sommige gevallen worden deze kredieten doorgeschoven naar latere jaren om grotere aankopen te realiseren.
  • Specifieke vervangingsprojecten:
    Voor investeringen waarbij een concrete inschatting van de kostprijs mogelijk is, zoals de vervanging van het wagenpark of bepaalde IT-componenten, wordt een projectgerichte raming gemaakt. Hierbij wordt rekening gehouden met de werkelijke kosten van de vervangingsbehoefte.
  • Investeringssubsidies:
    • Kleinere investeringssubsidies (lokalensubsidies): Deze worden jaarlijks status quo opgenomen, zonder indexering.
    • Grote infrastructuurwerken: Voor omvangrijke projecten werken de diensten in samenspraak met de betrokken verenigingen een inschatting uit van de timing en het budget van de uit te voeren werken.
  • Een kleine buffer van 100.000 euro werd in het eerste jaar behouden voor onvoorziene zaken.

ONTVANGSTEN

De investeringsontvangsten zijn geraamd op basis van bestaande subsidiemogelijkheden en verwachte opbrengsten uit de verkoop van patrimonium.

  • Investeringssubsidies:
    Voor de raming van investeringssubsidies is uitgegaan van de bestaande (conservatieve en realistische) subsidiemogelijkheden.
  • Verkoop van patrimonium:
    De verwachte opbrengsten uit de verkoop van gemeentelijk patrimonium zijn geraamd op basis van een schattingsverslag. Hierdoor wordt een betrouwbare inschatting gemaakt van de toekomstige inkomsten, waarbij zowel marktwaarde als timing van mogelijke verkopen in rekening zijn gebracht.

 

3 - Financiering

UITGAVEN

Bij het begroten van de financiële uitgaven wordt uitgegaan van de bestaande aflossingstabel voor lopende leningen. Op dit moment zijn de uitstaande leningen bij financiële instellingen beperkt, wat een stabiele basis biedt voor de financiële planning van de komende jaren. Een van de bestaande leningen betreft de Bodukap-lening, waarvan de aflossingen doorlopen tot 2028.

Voor 2026 is de toekenning van een lening aan jeugdverenigingen voorzien ter waarde van € 125.000. Deze maatregel ondersteunt de werking en investeringen van de betrokken verenigingen en is opgenomen in het meerjarenplan.

Daarnaast wordt in de meerjarenplanning rekening gehouden met de aflossingen van toekomstige leningen. Voor nieuwe leningen geldt dat de aflossing start in het jaar volgend op de toekenning van de lening, zodat de financiële lasten in de begroting tijdig kunnen worden voorzien.

Op deze manier wordt de planning van zowel lopende als nieuwe leningen op een gestructureerde en voorspelbare wijze in het meerjarenplan opgenomen, met aandacht voor zowel continuïteit als financiële stabiliteit.

ONTVANGSTEN

De financieringsontvangsten bestaan vooral uit nieuwe leningen, afgestemd op de thesauriebehoefte van het lokaal bestuur. Voor het meerjarenplan 2026-2031 is voorzien dat er in totaal € 38,17 miljoen aan leningen wordt opgenomen, met een looptijd van 20 jaar. Door deze gespreide aflossing blijft de financiële last beheersbaar en kunnen investeringen continu worden uitgevoerd.

Daarnaast omvatten de financieringsontvangsten de terugbetalingen van eerder toegekende leningen, geraamd op basis van de bestaande aflossingstabellen. Dit systematisch volgen van terugbetalingen versterkt de voorspelbaarheid van inkomsten.

Verwijzing naar documentatie